Het menselijke kapitaal

Deze theorie stelt dat het verschil in loon tussen vrouw en man in de eerste plaats te maken heeft met een verschil in menselijk kapitaal met name een verschil in opleiding, ervaring en anciënniteit. Vrouwen zouden minder investeren in opleiding omdat ze later toch ook minder zullen deelnemen aan de arbeidsmarkt. Hierdoor is hun gemiddeld loon lager dan dat van mannen.
In recentere studies wordt deze theorie sterk genuanceerd. Vrouwen behalen nu al eenzelfde studieniveau als mannen en als de trend zich blijft doorzetten, zullen er binnenkort meer vrouwen dan mannen op hoog niveau afstuderen. Ook nemen vrouwen nu veel actiever deel aan de arbeidsmarkt.

De gesegregeerde arbeidsmarkt
De belangrijkste oorzaak van de loonkloof is volgens deze theorie een gesegregeerde arbeidsmarkt. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen horizontale en verticale segregatie:

  • Verticale segregatie of ‘het glazen plafond’: mannen en vrouwen bevinden zich op verschillende functieniveaus binnen dezelfde sector of bedrijf. Vrouwen vaak in de lagere functies, mannen vaker in de hogere functies. Dit zorgt voor een groot verschil in gemiddeld loon. Voeg hierbij dat het toetreden tot de hogere functies voor vrouwen moeilijker is dan voor mannen en deze segregatie zorgt voor een groot verschil in gemiddeld loon.
  • Horizontale segregatie of ‘de glazen muren’: mannen en vrouwen werken duidelijk in andere deelgebieden van de arbeidsmarkt. Mannen werken vaker in welvaartsproducerende sectoren en vrouwen vaker in welzijnsproducerende sectoren. Dit heeft een duidelijke impact op het gemiddelde loon want de welvaartsproducerende sectoren betalen beter dan de welzijnsproducerende sectoren omdat de winsten daar hoger liggen en er meer concurrentie is.

De dubbele arbeidsmarkt
Heel verwant met de vorige theorie, stelt deze theorie dat de arbeidsmarkt ruwweg kan worden opgedeeld in twee segmenten. Het ‘onderste’ segment  kampt met lagere lonen, weinig werkzekerheid en weinig promotiekansen terwijl het ‘bovenste’ segment gekenmerkt wordt door hoge lonen, werkzekerheid en veel promotiekansen. Vrouwen blijken veel vaker dan mannen in het onderste segment terecht te komen.

Het crowding effect
Deze theorie houdt verband met de twee voorgaande en stelt dat vrouwen zich massaal aanbieden voor functies in de lager betaalde sectoren. Door de wet van vraag en aanbod resulteert dit in (nog) lagere lonen.

Discriminatie in functiewaardering
De reden dat ‘vrouwelijke’ beroepen en sectoren een lager loon bieden heeft te maken met een discriminatie in functiewaardering. Wanneer meer vrouwen een bepaalde functie uitoefenen, wordt deze functie minder gewaardeerd dan wanneer het merendeel mannen zouden zijn die de functie uitoefenen. De seksesamenstelling zou dus een direct effect hebben op het verloningsniveau. Omdat een functie ‘vrouwelijker’ is, zou ze minder verdienen.

Al deze theorieën sluiten elkaar niet uit maar vullen elkaar aan. In het vrouwenloonwijzeronderzoek dat we maakten naar de oorzaken van de loonkloof zien we deze theorieën duidelijk opduiken.

loading...