New5

PARITAIR COMITE VOOR DE ZELFSTANDIGE KLEINHANDEL

PC 201

SECTORAKKOORD 2017-2018 VAN 3 JULI 2017

Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de werkgevers en op de bedienden van de ondernemingen welke ressorteren onder het Paritair comité voor de zelfstandige kleinhandel.

Met "bedienden" worden de mannelijke en vrouwelijke bedienden bedoeld.

A.KOOPKRACHT

1.Invulling loonmarge

Vanaf 1 augustus 2017 worden het gemiddeld minimum maandinkomen, de barema's en de werkelijk betaalde maandlonen verhoogd met 20 euro bruto per maand.

Aan de deeltijdse werknemers zullen deze voordelen naar verhouding tot hun prestaties toegekend worden.

2.Overgang naar categorie 2 na 6 maanden anciënniteit

Vanaf 1 januari 2018 zullen bedienden van de eerste categorie in ondernemingen met minder dan 20 werknemers naar de tweede categorie overgaan na 6 maanden anciënniteit in de onderneming.

3.Afschaffing jongerenlonen

Vanaf 1 januari 2018 worden de sectorale jongerenbarema's van 16 tot en met 20 jaar afgeschaft.

De afschaffing slaat enkel op de sectorale jongerenbarema's. Bedrijfsbarema's voor -21- jarigen blijven behouden op voorwaarde dat zij minstens even hoog zijn als de nieuwe sectorale barema's.

De afschaffing van de sectorale jongerenbarema's geldt niet voor werknemers onder studentenstatuut (de werknemers verbonden met een arbeidsovereenkomst voor tewerkstelling van studenten, zoals bepaald in titel VII van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten) of leercontract. Voor deze werknemers wordt een apart barema ingevoerd op basis van de volgende degressiviteit:

-21 jaar en ouder: 100 %

-20 jaar: 96%

-19 jaar: 92%

-18 jaar: 88%

-17 jaar: 84%

-16 jaar: 80%

4.Vervoerskosten Fietsvergoeding

Vanaf 1 januari 2018 zal de fietsvergoeding van

0,22 EUR per km verhoogd worden tot 0,23 EUR per km tot maximum 20 km heen en terugreis voor de bedienden die hun verplaatsingen van de woonst naar het werk maken per fiets.

Gemeenschappelijk openbaar vervoer met uitzondering van het treinvervoer

Wanneer de prijs een eenheidsprijs is, ongeacht de afstand, wordt de bijdrage van de werkgever forfaitair vastgesteld en bedraagt zij

71,8% van de effectief door de werknemer betaalde prijs, zonder evenwel het bedrag van de werkgeverstussenkomst in de prijs van de treinkaart geldend als sociaal abonnement voor een afstand van 11 km te overschrijden voor wat het gecombineerd gemeenschappelijk openbaar vervoer betreft.

B.TIJDSKREDIET

Op 1 april 2017 is het nationale kader voor tijdskrediet (cao nr. 103) gewijzigd. In het kader hiervan wordt ook de sectorale collectieve arbeidsovereenkomst als volgt aangepast:

-Het recht op tijdskrediet zonder motief wordt geschrapt;

-Het recht op tijdskrediet met motief voor zorgmotieven wordt uitgebreid tot 51 maanden.

In toepassing van cao nr. 127, in de NAR gesloten op 21 maart 2017, wordt voor de toekenning van uitkeringen zoals voorzien in het Koninklijk Besluit van 12 december 2001, voor de periode 2017-2018 de leeftijdsgrens op 55 jaar gebracht voor de werknemers die in toepassing van art. 8 §1 van cao nr. 103 hun arbeidsprestaties verminderen tot halftijdse prestaties, of hun arbeidsprestaties met een vijfde verminderen, en dit voor zover de werknemer op het ogenblijk van de schriftelijke kennisgeving aan de werkgever in de voorwaarden van de cao nr. 127 valt.

C.WERKLOOSHEID MET BEDRIJFSTOESLAG VOOR WERKNEMERS MET EEN BEROEPSLOOPBAAN VAN 33 JAAR IN EEN ZWAAR BEROEP

1.Werkloosheid met bedrijfstoeslag voor werknemers met een beroepsloopbaan van 33 jaar in een zwaar beroep

Aan de ontslagen werknemers die voldoen aan de voorwaarden vastgelegd in cao nr. 120 en cao nr. 121 wordt het voordeel van het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag toegekend.

2.Werkloosheid met bedrijfstoeslag voor werknemers met een beroepsloopbaan van 40 jaar

Aan de ontslagen werknemers die voldoen aan de voorwaarden vastgelegd in cao nr. 124 en cao nr. 125 wordt het voordeel van het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag toegekend.

3.Beschikbaarheid

In uitvoering van artikel 22, § 3, lid 5 van het koninklijk besluit van 3 mei 2007 tot regeling van het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag wordt de leeftijd vermeld in artikel 22, § 3, lid 4,1° op 60 jaar gebracht voor de periode van 1 januari 2017 tot 31 december 2017 en op 61 jaar voor de periode van 1 januari 2018 tot 31 december 2018.

D.OPLEIDING

In uitvoering van artikel 12,1° van de Wet van 5 maart 2017 betreffende werkbaar en wendbaar werk, wordt voor het geheel van de sector een opleidingsinspanning voorzien die minstens gelijkwaardig is aan een opleidingsinspanning van twee dagen gemiddeld per jaar, per voltijds equivalent voor de jaren 2017-2018.

De sociale partners verbinden zich ertoe een werkgroep samen te brengen met het oog op een doorlichting van de opleiding in de sector en de uitwerking van een groeipad.

Ondernemingen die minder dan 20 werknemers tewerkstellen worden uitgesloten uit het toepassingsgebied van deze verplichting.

E.RISICOGROEPEN

1.Respect KB Risicogroepen

Overeenkomstig het koninklijk besluit van 19 februari 2013 tot uitvoering van artikel 189, vierde lid, van de wet van 27 december 2006 houdende diverse bepalingen (I) (B.S. 8 april 2013), dient 0.05% van de loonmassa, voorbehouden te worden ten gunste van één of meerdere groepen opgesomd in artikel 1 van het koninklijk besluit van 19 februari 2013. Van de 0.05 % van de loonmassa waarvan hiervoor bepaald, dient de helft besteed te worden aan de werknemers bepaald in artikel 2 van het koninklijk besluit.

2.Verhoging tussenkomst kinderopvang

De tussenkomsHrv'de'kosterî voor kinderopvang en buitenschoolse opvang worden voor de ouders van 26 jaar en ouder verhoogd van 520 euro naar 780 euro per jaar.

De andere voorwaarden en modaliteiten blijven van toepassing.

In juni 2019 vindt een evaluatie plaats van de kostprijs.

3.Verhoging tewerkstellingspremie -26 jaar

Het bedrag van de tewerkstellingspremie in geval van aanwerving van een voltijdse werknemer jonger dan 26 jaar wordt verhoogd van 1860 euro naar 2500 euro.

De werkgever kan de tewerkstellingspremie aanvragen op het moment dat de werknemer 1 jaar anciënniteit heeft in de onderneming, ongeacht het feit of de werknemer aangeworven werd met een arbeidsovereenkomst van bepaalde of onbepaalde duur.

De periode dat de werknemer in dienst is onder studentenstatuut (zoals bepaald in titel VII van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten), IBO of leercontract telt niet mee voor de berekening van de anciënniteit.

De uitbetalingsmodaliteiten zullen verder afgesproken worden binnen de schoot van het sociaal fonds. De andere voorwaarden blijven van toepassing.

In juni 2019 vindt een evaluatie plaats van de kostprijs.

Een bedrag van 2.000.000 euro zal overgehevel worden uit de reserves voor de

tewerkstellingspremies naar de reserves voor opleiding.

5.Financiering studie langdurige ziekte en medische overmacht

50% van de kostprijs van de studie langdurig ziekte en medische overmacht zal gefinancierd worden door het sociaal fonds van de zelfstandige kleinhandel. De overige 50% zal gefinancierd worden door het sociaal fonds voor de van de middelgrote levensmiddelenbedrijven.

6.Tussenkomst mentoren

Binnen de schoot van het sociaal fonds zal onderzocht worden of het mogelijk is een tussenkomst te voorzien voor werknemers die een mentoropleiding gevolgd hebben.

7.Verderzetting huidige tussenkomsten van het Sociaal fonds

De overige huidige tussenkomsten van het Sociaal fonds inzake blijven behouden bij ongewijzigde wetgeving.

Bij wijziging van de wetgeving zullen de sociale partners samen overleggen over de verderzetting van de tussenkomsten.

F.ONDERZOEK LANGDURIGE ZIEKTE EN MEDISCHE OVERMACHT

Het Sociaal fonds zal een onderzoek laten uitvoeren door een externe partner om de problematiek van re-integratie na langdurige ziekte en medische overmacht in de sector in kaart te brengen en te onderzoeken.

Na afloop zal een sectorale werkgroep de resultaten van dit onderzoek bespreken en mogelijke maatregelen voorstellen.

G. SECTORALE WERKGROEPEN

De volgende werkgroepen worden behouden:

-Werkgroep kwaliteit van werk en flexibiliteit

De volgende werkgroepen worden opgericht:

-Werkgroep opleiding

-Werkgroep re-integratie na langdurige ziekte en medische overmacht

H.SOCIALE VREDE

De werknemers en de werkgevers verbinden zich ertoe de sociale vrede te bewaren in de ondernemingen en dit voor de gehele duur van het akkoord. Geen enkele nieuwe eis zal door de partijen worden ingediend op het niveau van de sector of de onderneming tijdens de duurtijd van dit akkoord.

I.DUUR VAN HET AKKOORD

Dit akkoord heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2017 en houdt op van kracht te zijn op 30 juni 2019, met uitzondering van de andersluidende bovenstaande bepalingen.

COMMISSION PARITAIRE DU COMMERCE DE DETAIL INDEPENDANT

CP 201

ACCORD SECTORIEL 2017-2018 DU 3 JUILLET 2017

La présente convention collective de travail s'applique aux employeurs et aux employés des entreprises ressortissant à la compétence de la Commission paritaire du commerce de détail indépendant.

Par "employés" sont visés les employés masculins et féminins.

A.POUVOIR D'ACHAT

1.Utilisation de la marge salariale

À partir du 1er août 2017, le revenu mensuel moyen minimum, les barèmes et les salaires mensuels effectivement payés seront majorés de 20 euros bruts par mois.

Ces avantages seront accordés aux travailleurs à temps partiel proportionnellement à leurs prestations.

2.Passage à la catégorie 2 après 6 mois d'ancienneté

À partir du 1er janvier 2018, les employés de la première catégorie dans les entreprises occupant moins de 20 travailleurs passeront dans la deuxième catégorie après 6 mois d'ancienneté dans l'entreprise.

3.Suppression des salaires jeunes

À partir du 1er janvier 2018, les barèmes sectoriels des jeunes de 16 ans à 20 ans sont supprimés.

La suppression porte uniquement sur la suppression des barèmes sectoriels des jeunes. Les barèmes d'entreprise pour les - 21 ans sont maintenus à condition d'être au moins équivalents aux nouveaux barèmes sectoriels.

La suppression des barèmes sectoriels des jeunes ne s'applique pas aux travailleurs sous statut étudiant (les travailleurs liés par un contrat d'occupation d'étudiants tel que défini au titre VII de la loi du 3 juillet 1978 relative aux contrats de travail) ou contrat d'apprentissage. Un barème spécifique est donc introduit pour ces travailleurs sur base de la dégressivité suivante :

-21 ans et plus : 100 %

-20 ans: 96%

-19 ans : 92 %

-18 ans : 88 %

-17 ans: 84%

-16 ans: 80%

4.Frais de transport Indemnité vélo

À partir du 1er janvier 2018, l'indemnité vélo sera portée de 0,22 EUR par km à 0,23 EUR par km, jusqu'à maximum 20 km aller-retour pour les employés qui effectuent leurs déplacements entre le domicile et le lieu de travail à vélo.

Transports en commun à l'exclusion du transport en train

Lorsque le prix est fixé quelle que soit la distance, l’intervention de l’employeur est déterminée de manière forfaitaire et atteint

71,8% du prix effectivement payé par le travailleur, sans toutefois excéder le montant de l’intervention de l’employeur dans le prix de la carte-train assimilée à l'abonnement social pour une distance de 11 km pour ce qui concerne le transport en commun public combiné.

B.CREDIT-TEMPS

Le 1er avril 2017, le cadre national pour le crédit-temps (CCT n° 103) a été modifié. Dans ce cadre, la convention collective de travail sectorielle est également adaptée comme suit :

-Le droit au crédit-temps sans motif est supprimé ;

-Le droit au crédit-temps pour motifs de soins est porté à 51 mois.

En application de la CCT n° 127, conclue au sein du CNT le 21 mars 2017, la limite d'âge pour l'octroi des allocations prévues par l'Arrêté Royal du 12 décembre 2001, est portée pour la période 2017-2018, à 55 ans pour les travailleurs qui, en application de l'art. 8 § 1 de la CCT n° 103, réduisent leurs prestations de travail à des prestations à mi- temps, ou qui réduisent leurs prestations de travail d'un cinquième, et ce pour autant qu'au moment de la notification écrite à l'employeur, ils remplissent les conditions de la CCT n° 127.

C.CHÔMAGE AVEC COMPLÉMENT D'ENTREPRISE POUR TRAVAILLEURS AVEC 33 ANS DE CARRIÈRE DANS UN MÉTIER LOURD

1.Chômage avec complément d'entreprise pour travailleurs avec 33 ans de carrière dans un métier lourd

Le bénéfice du régime de chômage avec complément d'entreprise est accordé aux travailleurs licenciés qui remplissent les conditions prévues par la CCT n° 120 et la CCT n° 121.

2.Chômage avec complément d'entreprise pour les travailleurs avec 40 ans de carrière

Le bénéfice du régime de chômage avec complément d'entreprise est accordé aux travailleurs licenciés qui remplissent les conditions prévues par la CCT n° 124 et la CCT n° 125.

3.Disponibilité

En exécution de l'article 3, § 5, alinéa 3 de l'Arrêté royal du 2007 mai 22 fixant Ie régime de chômage avec complément d'entreprise, l'âge indiqué à l'article 3, § 4,1°, est porté à 60 ans pour la période allant du 1er janvier 2017 au 31 décembre 2017 et à 61 ans pour la période allant du 1er janvier 2018 au 31 décembre 2018.

D.FORMATION

En exécution de l'article 12,1° de la loi du 5 mars 2017 concernant le travail faisable et maniable, il est prévu pour l'ensemble du secteur un effort de formation qui est au moins équivalent à un effort de formation de deux jours en moyenne par an, par équivalent temps plein, pour les années 2017 et 2018.

Les partenaires sociaux s'engagent à réunir un groupe de travail en vue d'examiner la formation dans le secteur et d'élaborer une trajectoire de croissance.

Les entreprises qui occupent moins de 20 travailleurs sont exclues du champ d'application de cette obligation.

E.GROUPES À RISQUE

1.Respect AR Groupes à risque

Conformément à l'arrêté royal du 19 février 2013 portant exécution de l'article 189,4e paragraphe, de la loi du 27 décembre 2006 portant des dispositions diverses (I) (M.B. 8 avril 2013), 0,05% de;la masse salariale doivent être réservés en faveùr d'un ou plusieurs groupes cités à l'article 1er de l'arrêté royal du 19 février 2013. De ces 0,05%, la moitié doit être consacrée aux travailleurs stipulés à l'article 2 de l'arrêté royal.

2.Augmentation de l'intervention pour l'accueil des enfants

L'intervention dans les frais d'accueil et de garderie extrascolaire est portée de 520 euros à 780 euros par an pour les parents de 26 ans et plus.

Les autres conditions et modalités restent d'application.

En juin 2019, une évaluation du coût sera réalisée.

3.Augmentation de la prime à l'emploi -26 ans

Le montant de la prime à l'emploi en cas de recrutement d'un travailleur à temps plein de moins de 26 ans passe de 1860 à 2500 euros.

L'employeur peut demander la prime à l'emploi au moment où le travailler a atteint 1 an d'ancienneté au sein de l'entreprise, que le travailleur ait été engagé sous contrat de travail à durée déterminée ou indéterminée.

La période durant laquelle le travailleur est occupé sous le statut d'étudiant (tel que visé au titre VII de la loi du 3 juillet 1978 concernant les contrats de travail), sous convention PFI, FPI ou contrat d'apprentissage n'est pas prise en compte pour le calcul de l'ancienneté.

Les modalités de paiement seront convenues dans le giron du Fonds social. Les autres conditions demeurent d'application.

En juin 2019, une évaluation du coût sera réalisée.

4.Réserves 

Un montant de 2.000.000 euros va être transféré des réserves pour les primes à l'emploi vers les réserves pour la formation.

5.Financement étude maladie de longue durée et force majeure médicale

50 % du coût de l'étude sur la maladie de longue durée et la force majeure médicale sera financé par le fonds social du commerce de détail indépendant. Les 50 % restants seront financés par le Fonds social des moyennes entreprises d'alimentation.

6.Intervention pour les tuteurs

Au sein du Fonds social, la possibilité de prévoir une intervention pour les travailleurs qui ont suivi une formation de tuteur sera examinée.

7.Poursuite des interventions actuelles du fonds social

Les autres interventions actuelles du Fonds social seront maintenues, sauf modification légale.

En cas de modification de législation, les partenaires sociaux se concerteront sur la poursuite des interventions.

F.ÉTUDE MALADIE DE LONGUE DURÉE ET FORCE MAJEURE MÉDICALE

Le Fonds social va faire réaliser une étude par un partenaire externe pour analyser la problématique de la réintégration après maladie de longue durée et force majeure médicale dans le secteur.

Une fois cette étude réalisée, un groupe de travail sectoriel examinera les résultats et proposera des mesures possibles. 

G. GROUPES DE TRAVAIL SECTORIELS

Les groupes de travail suivants sont maintenus:

-Groupe de travail qualité du travail et flexibilité

Les groupes de travail suivants sont créés :

-Groupe de travail formation

-Groupe de travail réintégration après maladie de longue durée et force majeure médicale

H.PAIX SOCIALE

Les travailleurs et les employeurs s'engagent à maintenir la paix sociale dans les entreprises pendant la durée de cet accord. Les parties n'introduiront aucune nouvelle revendication au niveau du secteur ou de l'entreprise pendant la durée de cet accord.

I.DURÉE DE L'ACCORD

Cet accord produit ses effets à partir du 1er janvier 2017 et cesse d'être en vigueur le 30 juin 2019, à l'exception des dispositions contraires ci-dessus.

PARITAIR COMITE VOOR DE ZELFSTANDIGE KLEINHANDEL

PC 201

COLLECTIEVE ARBEIDSOVEREENKOMST VAN 4 SEPTEMBER 2017 BETREFFENDE HET TIJDSKREDIET

HOOFDSTUK I - TOEPASSINGSGEBIED

Artikel 1 - § 1. Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de werkgevers en de bedienden van de ondernemingen die ressorteren onder het Paritair comité voor de zelfstandige kleinhandel en voor zover de ondernemingen 20 of meer werknemers tewerkstellen.

§ 2. Om uit te maken of een werkgever 20 of meer werknemers tewerkstelt, moet men het gemiddelde berekenen van de tewerkstelling tijdens het 4e kwartaal van het 'kalenderjaar-2' en het le tot en met het 3e kwartaal van het 'kalenderjaar -1'. Het gemiddelde wordt verkregen door het totaal aantal werknemers in dienst op het einde van ieder van de bedoelde kwartalen te delen door het aantal kwartalen waarvoor een aangifte werd ingediend.

Bij het eerste jaar tewerkstelling is het in aanmerking te nemen aantal het aantal werknemers tewerkgesteld op de laatste dag van het eerste burgerlijk kwartaal waarvoor de betrokken onderneming een aangifte bij de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid heeft ingediend.

§3. Met "bedienden" worden de mannelijke en vrouwelijke bedienden bedoeld.

HOOFDSTUK II - KADER

Artikel 2 - De hieronder vastgestelde bepalingen worden toegevoegd aan de regels van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 103 tot invoering van een stelsel van tijdskrediet, loopbaanvermindering en landingsbanen, gesloten in de Nationale Arbeidsraad op 27 juni 2012, gewijzigd door de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 103 bis van 27 april 2015 en 103 ter van 20 december 2016.

HOOFDSTUK III - RECHTHEBBENDEN

Artikel 3 - De werknemers hebben volgens de hierna bepaalde modaliteiten, rechtop tijdskrediet.

Artikel 4- Het uitvoerend personeel heeft recht op de volgende vormen van tijdskrediet voorzien in CAO nr. 103:

-Voltijds tijdskrediet, halftijdse of 1/5 loopbaanvermindering met motief gedurende maximum 36 of 51 maanden;

-Halftijdse of 1/5 loopbaanvermindering in het kader van het stelsel van landingsbanen vanaf de leeftijd van 55 jaar;

-1/5 loopbaanvermindering in het kader van het stelsel van landingsbanen vanaf de leeftijd van 50 jaar wanneer de werknemer een beroepsloopbaan van ten minste 28 jaar heeft doorlopen.

Artikel 5 - Het niet-uitvoerend personeel heeft recht op de volgende vormen van tijdskrediet voorzien in CAO nr. 103:

-Voltijds tijdskrediet met motief gedurende maximum 36 of 51 maanden;

-1/5 loopbaanvermindering in het kader van het stelsel van landingsbanen vanaf de leeftijd van 55 jaar;

-1/5 loopbaanvermindering in het kader van het stelsel van landingsbanen vanaf de leeftijd van 50 jaar wanneer de werknemer een beroepsloopbaan van ten minste 28 jaar heeft doorlopen.

Artikel 6- De werknemers van 55 jaar of ouder hebben, zonder beperking in het percentage voorzien in artikel 16, § 1 van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 103 (5%), recht op een 1/5 loopbaanvermindering in het kader van het stelsel van landingsbanen vanaf de leeftijd van 55 jaar zoals voorzien in artikel 8, § 1,1° van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 103.

HOOFDSTUK IV - ORGANISATIEREGELS

Artikel 7- Conform artikel 16, § 1 van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 103, worden werknemers van 55 jaar of ouder die een 1/5 loopbaanvermindering uitoefenen of hebben aangevraagd niet meegerekend voor de vaststelling van het percentage vermeld in artikel 16, § 1 van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 103.

Artikel 8- De perioden van schorsing of vermindering van de arbeidsprestaties worden opgenomen conform de bepalingen in de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 103. Voor het tijdskrediet zonder motief, dient de opname telkens te gebeuren in blokken van minstens 1 jaar.

HOOFDSTUK V - PREMIE SOCIAAL FONDS

Artikel 9 - § 1. Een premie van 25 € per maand wordt betaald aan werknemers vanaf 55 jaar die hun prestaties met 1/5 verminderen. De premie wordt betaald door het Sociaal Fonds opgericht door de collectieve arbeidsovereenkomst van 4 september 2017, afgesloten in het paritair comité voor de zelfstandige kleinhandel, tot oprichting van een fonds voor bestaanszekerheid en tot vaststelling van zijn statuten.

§ 2. De financiering van deze premie gebeurt ten belope van de reserves van de premies van de kinderopvang voorzien in het sociaal fonds.

HOOFDSTUK VI - SLOTBEPALINGEN

Artikel 10 - Deze collectieve arbeidsovereenkomst heeft uitwerking vanaf 1 juli 2017. Zij houdt op van kracht te zijn op 30 juni 2019.

COMMISSION PARITAIRE DU COMMERCE DE DETAIL INDEPENDANT

CP 201

CONVENTION COLLECTIVE DE TRAVAIL DU 4 SEPTEMBRE 2017 RELATIVE AU CRÉDIT-TEMPS

CHAPITRE I - CHAMP D'APPLICATION

Article 1 - § 1. La présente convention collective de travail s'applique aux employeurs et aux employés des entreprises ressortissant à la Commission paritaire du commerce de détail indépendant, pour autant que les entreprises occupent 20 travailleurs ou plus.

§ 2. Pour déterminer si un employeur occupe 20 travailleurs ou plus, il faut calculer la moyenne d'occupation au cours du 4e trimestre de « l'année civile -2 » et du le au 3e trimestre inclus de « l'année civile -1 ». La moyenne est obtenue en divisant le nombre total de travailleurs en service à la fin de chacun des trimestres visés par le nombre de trimestres pour lesquelles une déclaration a été introduite.

La première année d'occupation, le nombre à prendre en considération est le nombre de travailleurs occupés le dernier jour du premier trimestre civil pour lequel l'entreprise concernée a introduit une déclaration à l'Office National de la Sécurité Sociale.

§3. Par "employés" sont visés les employés masculins et féminins.

CHAPITRE II - CADRE

Article 2 - Les dispositions définies ci-dessous sont ajoutées aux règles de la convention collective de travail n° 103 instaurant un système de crédit-temps, de diminution de carrière et d'emplois de fin de carrière conclue au Conseil national du travail le 27 juin 2012, modifiée par les conventions collectives de travail n° 103 bis du 27 avril 2015 et n° 103 ter du 20 décembre 2016.

CHAPITRE III - AYANTS DROIT

Article 3 - Les travailleurs ont droit au crédit- temps selon les modalités définies ci-dessous.

Article 4 - Le personnel exécutant a droit aux formes suivantes de crédit-temps prévues par la CCT n° 103:

-Crédit-temps à temps plein, diminution de carrière à mi-temps ou d'1/5 avec motif d'une durée de maximum 36 ou 51 mois;

-Diminution de carrière à mi-temps ou d'1/5 dans le cadre du système des crédit-temps fin de carrière à partir de l'âge de 55 ans ;

-Diminution de carrière d'1/5 dans le cadre du système des crédit-temps fin de carrière à partir de l'âge de 50 ans lorsque le travailleur a effectué une carrière professionnelle d'au moins 28 ans.

Article 5 - Le personnel non exécutant a droit aux formes suivantes de crédit-temps prévues par la CCTn° 103:

-Crédit-temps à temps plein avec motif d'une durée de maximum 36 ou 51 mois;

-Diminution de carrière d'1/5 dans le cadre du système des crédit-temps fin de carrière à partir de l'âge de 55 ans;

-Diminution de carrière d'1/5 dans le cadre du système des crédit-temps fin de carrière à partir de l'âge de 50 ans lorsque le travailleur a effectué une carrière professionnelle d'au moins 28 ans.

Article 6- Les travailleurs de 55 ans ou plus, sans limitation en pourcentage comme prévu à l'article 16, §1 de la convention collective de travail n° 103 (5%) ont droit à une diminution de carrière d'1/5 dans le cadre du système des crédit-temps fin de carrière à partir de l'âge de 55 ans prévu à l'article 8, § 1,1° de la convention collective de travail n° 103.

CHAPITRE IV- REGLES D'ORGANISATION

Article 7- Conforme à l'article 16, § 1 de la convention collective de travail n° 103, les travailleurs âgés de 55 ans ou plus qui bénéficient ou ont demandé le bénéfice de la diminution de carrière d'1/5 ne sont pas pris en compte pour la détermination du pourcentage prévu à l'article 16, § 1 de la convention collective de travail n° 103.

Article 8 - Les périodes de suspension ou de réduction des prestations de travail doivent être prises conformes les dispositions de la convention collective de travail n° 103. Le crédit-temps sans motif doit être demandé par période de minimum 1 an.

CHAPITRE V- PRIME FOND SOCIAL

Article 9 - § 1. Une prime de 25 € par mois est payée aux travailleurs de 55 ans et plus qui réduisent leurs prestations d'1/5. La prime est payée par le Fonds Social, créé par la convention collective de travail du 4 septembre 2017, conclue au sein de la commission paritaire du commerce de détail indépendant, instituant un fonds de sécurité d'existence et en fixant ses statuts.

§ 2. Le paiement de cette allocation est financé à concurrence des réserves prévues par le fonds social de la commission paritaire pour les primes d'accueil des enfants.

CHAPITRE VI - DISPOSITIONS FINALES

Article 10 - La présente convention collective de travail produit ses effets à partir du 1er juillet 2017. Elle cesse d'être en vigueur le 30 juin 2019.

PARITAIR COMITE VOOR DE ZELFSTANDIGE KLEINHANDEL

PC 201

COLLECTIEVE ARBEIDSOVEREENKOMST VAN 4 SEPTEMBER 2017 BETREFFENDE HET RECHT OP UITKERINGEN VOOR LANDINGSBANEN

HOOFDSTUK 1 - TOEPASSINGSGEBIED

Artikel 1 - §1. Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de werkgevers en de bedienden van de ondernemingen die ressorteren onder het Paritair comité voor de zelfstandige kleinhandel.

§2. Met "bedienden" worden de mannelijke en vrouwelijke bedienden bedoeld.

Artikel 2- Deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt afgesloten in toepassing van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 127 van 21 maart 2017 tot vaststelling voor 2017-2018 van het interprofessioneel kader voor de verlaging van de leeftijdsgrens naar 55 jaar, voor wat de toegang tot het recht op uitkeringen voor een landingsbaan betreft, voor werknemers met een lange loopbaan, zwaar beroep of uit een onderneming in moeilijkheden of herstructurering.

HOOFDSTUK 2 - UITKERING LANDINGSBANEN VANAF 55 JAAR

Artikel3 - Werknemers kunnen toegang krijgen tot het recht op uitkeringen voor landingsbanen vanaf 55 jaar op voorwaarde dat zij beantwoorden aan één van de volgende voorwaarden:

-Ofwel 35 jaar beroepsverleden als loontrekkende kunnen rechtvaardigen in de zin van artikel 3, § 3 van het Koninklijk Besluit van 3 mei 2007 tot regeling van het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag;

-Ofwel tewerkgesteld zijn:

o ofwel minstens 5 jaar gerekend van datum tot datum, in een zwaar beroep in de zin van artikel 3, §1 van het koninklijk besluit van 3 mei 2007 tot regeling van een stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag. Deze periode van 5 jaar moet gelegen zijn in de loop van de voorafgaande 10 kalenderjaren, gerekend van datum tot datum;

o ofwel minstens 7 jaar gerekend van datum tot datum, in een zwaar beroep in de zin van artikel 3, §1 van het koninklijk besluit van 3 mei 2007 tot regeling van een stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag. Deze periode van 7 jaar moet gelegen zijn in de loop van de laatste 15 kalenderjaren, gerekend van datum tot datum;

o ofwel minimaal 20 jaar in een arbeidsregime zoals bedoeld in artikel 1 van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 46 van 23 maart 1990 en algemeen verbindend verklaard bij het koninklijk besluit van 10 mei 1990.

HOOFDSTUK 3 - SLOTBEPALINGEN

Artikel 4- Deze collectieve arbeidsovereenkomst heeft uitwerking vanaf 1 januari 2017. Zij houdt op van kracht te zijn op 31 december 2018.

COMMISSION PARITAIRE DU COMMERCE DE DETAIL INDEPENDANT

CP 201

CONVENTION COLLECTIVE DE TRAVAIL DU 4 SEPTEMBRE 2017 CONCERNANT L'ACCES AU DROIT AUX ALLOCATIONS POUR UN EMPLOI DE FIN DE CARRIERE

CHAPITRE 1 - CHAMP D'APPLICATION

Article 1 - §1. La présente convention collective de travail s'applique aux employeurs et aux employés des entreprises ressortissant à la Commission paritaire du commerce de détail indépendant.

§2. Par "employés" sont visés les employés masculins et féminins.

Article 2 - La présente convention collective de travail est conclue en application de la convention collective de travail n° 127 du 21 mars 2017 fixant, pour 2017 et 2018, le cadre interprofessionnel de l'abaissement à 55 ans de la limite d'âge en ce qui concerne l'accès au droit aux allocations pour un emploi de fin de carrière, pour les travailleurs qui ont une carrière longue, qui exercent un métier lourd ou qui sont occupés dans une entreprise en difficultés ou en restructuration.

CHAPITRE 2 - ALLOCATIONS POUR EMPLOIS DE FIN DE CARRIÈRE À PARTIR DE 55 ANS

Article 3 - Les travailleurs peuvent avoir droit aux allocations pour emplois de fin de carrière à partir de 55 ans à condition qu'ils remplissent une des conditions suivantes :

-Soit puissent justifier 35 ans de carrière professionnelle en tant que salariés au sens de l'article 3, § 3 de l'arrêté royal du 3 mai 2007 fixant le régime de chômage avec complément d'entreprise;

-Soit aient été occupés:

o ou bien au moins 5 ans, calculés de date à date, dans un métier lourd au sens de l'article 3, §1 de l'arrêté royal du 3 mai 2007 fixant le régime de chômage avec complément d'entreprise. Cette période de 5 ans doit se situer dans les 10 dernières années calendrier, calculées de date à date;

o ou bien au moins 7 ans, calculés de date à date, dans un métier lourd au sens de l'article 3, §1 de l'arrêté royal du 3 mai 2007 fixant le régime de chômage avec complément d'entreprise. Cette période de 7 ans doit se situer dans les 15 dernières années calendrier, calculées de date à date ;

o ou bien au moins 20 ans dans un régime de travail tel que visé à l'article 1 de la convention collective de travail n° 46, conclue le 23 mars 1990 et rendue obligatoire par l'arrêté royal du 10 mai 1990.

CHAPITRE 3 - DISPOSITIONS FINALES

Article 4 - La présente convention collective de travail produit ses effets à partir du 1er janvier 2017. Elle cesse d'être en vigueur le 31 décembre 2018.

PARITAIR COMITE VOOR DE ZELFSTANDIGE KLEINHANDEL

PC 201

COLLECTIEVE ARBEIDSOVEREENKOMST VAN 4 SEPTEMBER 2017 BETREFFENDE HET STELSEL VAN WERKLOOSHEID MET BEDRIJFSTOESLAG

HOOFDSTUK I - TOEPASSINGSGEBIED

Artikel 1 - § 1. Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de werkgevers en de bedienden van de ondernemingen die 5 of meer werknemers tewerkstellen en die ressorteren onder het Paritair Comité voor de zelfstandige kleinhandel.

§ 2. Om uit te maken of een werkgever 5 of meer werknemers tewerkstelt, moet men het gemiddelde berekenen van de tewerkstelling tijdens het 4e kwartaal van het 'kalenderjaar -2' en het Ie tot en met het 3e kwartaal van het 'kalenderjaar -1'. Het gemiddelde wordt verkregen door het totaal aantal werknemers in dienst op het einde van ieder van de bedoelde kwartalen te delen door het aantal kwartalen waarvoor een aangifte werd ingediend.

Bij het eerste jaar tewerkstelling is het in aanmerking te nemen aantal het aantal werknemers tewerkgesteld op de laatste dag van het eerste burgerlijk kwartaal waarvoor betrokken firma een aangifte bij de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid heeft ingediend.

§ 3. Onder "bedienden" wordt verstaan, de mannelijke en vrouwelijke bedienden.

HOOFDSTUK 2 - WERKLOOSHEID MET BEDRIJFSTOESLAG VOOR WERKNEMERS MET EEN BEROEPSLOOPBAAN VAN 33 JAAR IN EEN ZWAAR BEROEP

Artikel 2 - §1. Onverminderd de toepassing van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 17 van 19 december 1974 "tot invoering van een regeling van aanvullende vergoeding ten gunste van sommige bejaarde werknemers indien zij worden ontslagen" en in uitvoering van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 120 van 21 maart 2017 "tot vaststelling, voor 2017 en 2018, van de voorwaarden voor de toekenning van een bedrijfstoeslag in het kader van het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag voor sommige oudere werknemers die worden ontslagen en die 20 jaar hebben gewerkt in een regeling van nachtarbeid, die hebben gewerkt in een zwaar beroep of die hebben gewerkt in het bouwbedrijf en arbeidsongeschikt zijn" en de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 121 van 21 maart 2017 "tot vaststelling op interprofessioneel niveau, voor 2017 en 2018, van de leeftijd vanaf welke een stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag kan worden toegekend aan sommige oudere werknemers die worden ontslagen en die 20 jaar hebben gewerkt in een regeling van nachtarbeid, die hebben gewerkt in een zwaar beroep of die hebben gewerkt in het bouwbedrijf en arbeidsongeschikt zijn", wordt aan de ontslagen werknemers, die voldoen aan de voorwaarden vastgesteld in de volgende paragrafen, het voordeel van het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag toegekend.

§2. Werknemers die ontslagen worden in 2017 moeten 58 jaar of ouder zijn:

-Op het ogenblik van de beëindiging van de arbeidsovereenkomst;

-En ten laatste op 31 december 2017.

Werknemers die ontslagen worden in 2018 moeten 59 jaar of ouder zijn:

-Op het ogenblik van de beëindiging van de arbeidsovereenkomst;

-En ten laatste op 31 december 2018.

§3. De loopbaanvoorwaarde van 33 jaar moet vervuld zijn op het ogenblik van de beëindiging van de arbeidsovereenkomst.

HOOFDSTUK 3 - WERKLOOSHEID MET BEDRIJFSTOESLAG VOOR WERKNEMERS MET EEN BEROEPSLOOPBAAN VAN 40 JAAR

Artikel 3 - §1. Onverminderd de toepassing van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 17 van 19 december 1974 "tot invoering van een regeling van aanvullende vergoeding ten gunste van sommige bejaarde werknemers indien zij worden ontslagen" en in uitvoering van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 124 van 21 maart 2017 "tot invoering van een stelsel van bedrijfstoeslag voor sommige oudere werknemers met een lange loopbaan die worden ontslagen" en de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 125 van 21 maart 2017 "tot vaststelling op interprofessioneel niveau, voor 2017 en 2018, van de leeftijd vanaf welke een stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag kan worden toegekend aan sommige oudere werknemers met een lange loopbaan die worden ontslagen", wordt aan de ontslagen werknemers, die voldoen aan de voorwaarden vastgesteld in de volgende paragrafen, het voordeel van het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag toegekend.

§2. Werknemers die ontslagen worden in 2017 moeten 58 jaar of ouder zijn:

-Op het ogenblik van de beëindiging van de arbeidsovereenkomst;

-En ten laatste op 31 december 2017.

Werknemers die ontslagen worden in 2018 moeten 59 jaar of ouder zijn:

-Op het ogenblik van de beëindiging van de arbeidsovereenkomst;

-En ten laatste op 31 december 2018.

§3. De loopbaanvoorwaarde van 40 jaar moet vervuld zijn op het ogenblik van de beëindiging van de arbeidsovereenkomst.

HOOFDSTUK 4 - BESCHIKBAARHEID

Artikel4 - In uitvoering van artikel 22, § 3, lid 5 van het koninklijk besluit van 3 mei 2007 tot regeling van het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag wordt de leeftijd vermeld in artikel 22, § 3, lid 4,1° op 60 jaar gebracht voor de periode van 1 januari 2017 tot 31 december 2017en op 61 jaar voor de periode van 1 januari 2018 tot 31 december 2018.

HOOFDSTUK 5 - WERKHERVATTING

Artikel5 - Bij werkhervatting van de werkloze met bedrijfstoeslag binnen de voorwaarden van artikelen 114 en 115 van de Wet van 27 december 2006 houdende diverse bepalingen, namelijk als werknemer in loondienst bij een andere werkgever dan de schuldenaar van de werkloosheid met bedrijfstoeslag of voor rekening van een werkgever die niet behoort tot dezelfde technische bedrijfseenheid als de werkgever die hem heeft ontslagen, of als zelfstandige in hoofdberoep, voor zover deze activiteit niet wordt uitgeoefend bij de werkgever die de werknemer heeft ontslagen of voor rekening van een werkgever die behoort tot dezelfde technische bedrijfseenheid als de werkgever die hem heeft ontslagen, zal de aanvullende vergoeding worden verder betaald.

HOOFDSTUK 6 - SLOTBEPALINGEN

Artikel 6 - Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 1 januari 2017 en houdt op van kracht te zijn op 31 december 2018.

COMMISSION PARITAIRE DU COMMERCE DE DETAIL INDEPENDANT

CP 201

CONVENTION COLLECTIVE DE TRAVAIL DU 4 SEPTEMBRE 2017 RELATIVE AU RÉGIME DE CHÔMAGE AVEC COMPLÉMENT D'ENTREPRISE

CHAPITRE I - CHAMP D'APPLICATION

Article 1 - § 1. La présente convention collective de travail s'applique aux employeurs et employés des entreprises occupant 5 travailleurs ou plus et ressortissant à la Commission paritaire du commerce de détail indépendant.

§ 2. Pour déterminer si un employeur occupe 5 travailleurs ou plus, il faut calculer la moyenne d'occupation au cours du 4e trimestre de « l'année civile -2 » et du Ie au 3e trimestre inclus de « l'année civile -1 ». La moyenne est obtenue en divisant le nombre total de travailleurs en service à la fin de chacun des trimestres visés par le nombre de trimestres pour lesquelles une déclaration a été introduite.

La première année d'occupation, le nombre à prendre en considération est le nombre de travailleurs occupés le dernier jour du premier trimestre civil pour lequel l'entreprise concernée a introduit une déclaration à l'Office National de la Sécurité Sociale.

§ 3. Par "employés", il convient d'entendre les employés tant masculins que féminins.

CHAPITRE 2 - CHÔMAGE AVEC COMPLÉMENT D'ENTREPRISE POUR LES TRAVAILLEURS AVEC 33 ANS DE CARRIÈRE DANS UN MÉTIER LOURD

Article 2 - §1. Sans préjudice de l'application de la convention collective de travail n°17 du 19 décembre 1974 « instituant un régime d'indemnité complémentaire pour certains travailleurs âgés en cas de licenciement » et en exécution de Ia convention collective de travail n°120 du 21 mars 2017 « fixant, pour 2017 et 2018, les conditions d'octroi d'un complément d'entreprise dans le cadre du régime de chômage avec complément d'entreprise pour certains travailleurs âgés licenciés qui ont travaillé 20 ans dans un régime de travail de nuit, qui ont été occupés dans le cadre d'un métier lourd ou qui ont été occupés dans le secteur de la construction et sont en incapacité de travail » et de la convention collective de travail n°121 du 21 mars 2017 « fixant, à titre interprofessionnel pour 2017 et 2018, l’âge à partir duquel un régime de chômage avec complément d'entreprise peut être octroyé à certains travailleurs âgés licenciés qui ont travaillé 20 ans dans un régime de travail de nuit, qui ont été occupés dans le cadre d'un métier lourd ou qui ont été occupés dans le secteur de la construction et sont en incapacité de travail », il est octroyé aux travailleurs licenciés qui satisfont aux conditions énoncées dans les paragraphes suivants, l'avantage du régime de chômage avec complément d'entreprise.

§2. Les travailleurs licenciés en 2017 doivent avoir atteint l'âge de 58 ans au moins :

-À la fin de leur contrat de travail ;

-Et au plus tard le 31 décembre 2017.

Les travailleurs licenciés en 2018 doivent avoir atteint l'âge de 59 ans au moins :

-À la fin de leur contrat de travail ;

-Et au plus tard le 31 décembre 2018.

§3. La condition de carrière de 33 ans doit être remplie au moment de la fin du contrat de travail.

CHAPITRE 3 - CHÔMAGE AVEC COMPLÉMENT D'ENTREPRISE POUR LES TRAVAILLEURS AVEC 40 ANS DE CARRIÈRE

Article 3 - §1. Sans préjudice de l'application de la convention collective de travail n°17 du 19 décembre 1974 « instituant un régime d'indemnité complémentaire pour certains travailleurs âgés en cas de licenciement » et en exécution de la convention collective de travail n°124 du 21 mars 2017 « instituant un régime de complément d'entreprise pour certains travailleurs âgés licenciés, ayant une carrière longue » et de la convention collective de travail n°125 du 21 mars 2017 « fixant à titre interprofessionnel, pour 2017 et 2018, l'âge à partir duquel un régime de chômage avec complément d'entreprise peut être octroyé à certains travailleurs âgés licenciés, ayant une carrière longue », il est octroyé aux travailleurs licenciés qui satisfont aux conditions énoncées dans les paragraphes suivants, l'avantage du régime de chômage avec complément d'entreprise.

§2. Les travailleurs licenciés en 2017 doivent avoir atteint l'âge de 58 ans au moins :

-À la fin de leur contrat de travail ;

-Et au plus tard le 31 décembre 2017.

Les travailleurs licenciés en 2018 doivent avoir atteint l'âge de 59 ans au moins :

-À la fin de leur contrat de travail ;

-Et au plus tard le 31 décembre 2018.

§3. La condition de carrière de 40 ans doit être remplie au moment de la fin du contrat de travail.

CHAPITRE 4 - DISPONIBILITÉ

Article 4 - En exécution de l'article 22, § 3, alinéa 5 de l'arrêté royal du 3 mai 2007 fixant le régime de chômage avec complément d'entreprise, l'âge mentionné à l'article 22, § 3, alinéa 4,1° est porté à 60 ans pour la période allant du 1er janvier 2017 au 31 décembre 2017 et à 61 ans pour la période allant du 1er janvier 2018au 31 décembre 2018.

CHAPITRE 5 - REPRISE DE TRAVAIL

Article 5 - En cas de reprise de travail par le chômeur avec complément d'entreprise dans les conditions des articles 114 et 115 de la Loi du 27 décembre 2006 portant dispositions diverses, notamment comme salarié auprès d'un autre employeur que le débiteur du chômage avec complément d'entreprise ou auprès d'un employeur n'appartenant pas à la même unité technique d'exploitation que l'employeur qui l'a licencié ou en qualité de travailleur indépendant à titre principal à condition qu'il n'exerce pas son activité pour le compte de l'employeur qui l'a licencié ou pour le compte d'un employeur appartenant à la même unité technique d'exploitation que l'employeur qui l'a licencié, l'indemnité complémentaire continuera à être payée.

CHAPITRE 6 - DISPOSITIONS FINALES

Article 6- La présente convention collective de travail entre en vigueur le 1er janvier 2017 et cesse d'être d'application le 31 décembre 2018.

PARITAIR COMITE VOOR DE ZELFSTANDIGE KLEINHANDEL

PC 201

COLLECTIEVE ARBEIDSOVEREENKOMST VAN 4 SEPTEMBER 2017 TOT OPRICHTING VAN REGIONALE OVERLEGORGANEN

HOOFDSTUK I - TOEPASSINGSGEBIED

Artikel 1 - §1. Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de werkgevers en werknemers van de kleinhandelsondernemingen uit de niet-voeding sector (Nacecode 52320 tot en met 52740) die 20 werknemers of meer tewerkstellen en die ressorteren onder het Paritair comité voor de zelfstandige kleinhandel.

§2. Met "bedienden" worden de mannelijke en vrouwelijke bedienden bedoeld.

Artikel 2 - §1. Om uit te maken of een werkgever 20 of meer werknemers tewerkstelt, moet men het gemiddelde berekenen van de tewerkstelling tijdens het 4de kwartaal van het 'kalenderjaar -2' en het lste tot en met het 3de kwartaal van het 'kalenderjaar -1'. Het gemiddelde wordt verkregen door het totaal aantal werknemers in dienst op het einde van ieder van de bedoelde kwartalen te delen door het aantal kwartalen waarvoor een aangifte werd ingediend.

§2. Bij het eerste jaar tewerkstelling is het in aanmerking te nemen aantal het aantal werknemers tewerkgesteld op de laatste dag van het eerste burgerlijk kwartaal waarvoor betrokken onderneming een aangifte bij de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid heeft ingediend.

HOOFDSTUK II - OPRICHTING EN SAMENSTELLING

Artikel 3 - Binnen het Paritair comité voor de zelfstandige kleinhandel zal per regio (Vlaanderen, Wallonië en Brussel) een regionaal overlegorgaan worden opgericht. Deze regionale overlegorganen zullen worden opgericht per 1 januari 1998.

Artikel 4 - Voor zowel Vlaanderen als Wallonië wordt het respectievelijk regionaal overlegorgaan samengesteld uit enerzijds 7 effectieve leden en 7 plaatsvervangende leden die de werkgeversorganisaties vertegenwoordigen en anderzijds 7 effectieve leden en 7 plaatsvervangende leden die de werknemersorganisaties vertegenwoordigen.

Met betrekking tot het regionaal overlegorgaan van het gewest Brussel wordt het aantal effectieve en plaatsvervangende leden, zowel voor de organisaties die de werkgevers vertegenwoordigen als voor de organisaties die de werknemers vertegenwoordigen, vastgesteld op 5 effectieve en 5 plaatsvervangers.

De leden van de regionale overlegorganen mogen hun mandaat enkel uitoefenen in de regio waarvoor zij uitdrukkelijk benoemd werden.

Artikel5 - De effectieve en plaatsvervangende leden die deel uitmaken van de regionale overlegorganen worden aangeduid door het Paritair comité op voordracht van de respectievelijke en representatieve werkgevers- en werknemersorganisaties.

HOOFDSTUK III - BEVOEGDHEID

Artikel 6- Het regionaal overlegorgaan is bevoegd op het vlak van individuele of collectieve geschillen of conflicten betreffende:

-de arbeidsverhoudingen;

-de toepassing in de onderneming van de sociale wetgeving, de collectieve arbeidsovereenkomsten, de individuele arbeidsovereenkomsten en het arbeidsreglement.

Artikel 7 - Het bevoegde regionaal overlegorgaan nodigt de werkgever uit naar aanleiding van een geschil of betwisting van individuele of collectieve aard die zich in de onderneming voordoet of dreigt te ontstaan.

Artikel 8 - De individuele klachten die bij de vertegenwoordigers in het regionaal overlegorgaan worden ingediend, worden binnen het regionaal overlegorgaan behandeld.

Artikel9 - De bevoegdheden hebben eveneens betrekking op de organisatie van de informatie van de werkgevers en werknemers door de vertegenwoordigers van werkgevers en werknemers in het regionaal overlegorgaan. Deze informatie betreft de arbeidsverhoudingen en de toepassing van de sociale wetgeving, de collectieve arbeidsovereenkomsten en het arbeidsreglement.

HOOFDSTUK IV - WERKING

Artikel 10 - De regionale overlegorganen vergaderen tienmaal perjaar.

Artikel 11 - De regionale overlegorganen worden voorgezeten door de voorzitter van het Paritair comité of zijn vervanger. De voorzitter nodigt de leden uit en bepaalt de agenda. De leden van de regionale overlegorganen kunnen de voorzitter verzoeken bepaalde punten op de agenda toe te voegen voor zover deze kaderen binnen de bevoegdheden van de regionale overlegorganen.

Het bevoegd regionaal overlegorgaan nodigt de werkgever uit naar aanleiding van een geschil of betwisting van collectieve aard die zich in de onderneming voordoet of dreigt te ontstaan. De voorzitter kan individuele klachten die bij hem of bij de vertegenwoordigers in het regionaal overlegorgaan worden ingediend, op de agenda plaatsen.

De regionale overlegorganen beslissen op dezelfde wijze als de paritaire comités. Elk regionaal overlegorgaan bepaalt waar de vergaderingen plaatsvinden.

HOOFDSTUK V - ORGANISATIE VAN DE INFORMATIE

Artikel 12 - De informatie bedoeld in artikel 8 van deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt in de onderneming verspreid mits voorafgaandelijke berichtgeving aan het regionaal overlegorgaan en aan de werkgever. Deze informatie moet objectief en correct blijven en de werkgever en werknemers respecteren.

De informatie wordt bezorgd aan de werkgever die ze als volgt verspreidt :

-hetzij bij wijze van berichtgeving "ad valvas" in de onderneming op een voor de bedienden gemakkelijk toegankelijke plaats;

-hetzij door een bediende van de onderneming.

In geval de werkgever zich verzet tegen de verspreiding van de informatie, moet hij deze weigering motiveren aan het regionaal overlegorgaan.

Artikel 13 - De vertegenwoordigers van de werknemersorganisaties die deel uitmaken van de regionale overlegorganen eventueel bijgestaan door hun regionale afgevaardigden, kunnen mits berichtgeving hiervan op hetzelfde ogenblik aan het regionaal overlegorgaan, contact opnemen met de werkgevers van de ondernemingen die eronder ressorteren, met het oog op een bijeenkomst met deze werkgever.

Zij dienen binnen de 7 dagen na de datum van de aanvraag schriftelijk plaats, datum en agenda met de betrokken werkgever af te spreken. De werkgever kan zich tijdens deze bijeenkomst laten bijstaan door een vertegenwoordiger van een werkgeversorganisatie die deel uitmaakt van het regionaal overlegorgaan.

Deze contacten mogen het normaal beheer van de onderneming niet hinderen.

Artikel 14 - In overleg met de betrokken werkgever en met zijn akkoord kan er, ter voorkoming of oplossing van een collectief geschil in de onderneming, een contact plaatsvinden tussen enerzijds de vertegenwoordigers van werknemersorganisaties die lid zijn van het regionaal overlegorgaan, eventueel bijgestaan door de regionale afgevaardigde en anderzijds de werknemers van de onderneming.

Het regionaal overlegorgaan en de betrokken werkgever dienen hiervan 7 dagen op voorhand schriftelijk op de hoogte te worden gebracht met opgave van plaats, agenda en uur. in geval van verzet moet de werkgever zijn weigering informeren en motiveren aan het regionaal overlegorgaan.

HOOFDSTUK VI - FINANCIERING

Artikel 15 - De financiering van de werking binnen het kader van de bevoegdheden en samenstelling van de regionale overlegorganen gebeurt bij wijze van een specifieke werkgeversbijdrage aan het Sociaal fonds.

HOOFDSTUK VII - SOCIALE VREDE

Artikel 16 - De werknemers- en werkgeversorganisaties verbinden zich ertoe om geen nieuwe eisen te stellen gedurende de duur van het akkoord. Zij verbinden zich ertoe de sociale vrede te respecteren en niet eenzijdig af te wijken van de bepalingen van dit akkoord.

HOOFDSTUK VIII - SLOTBEPALINGEN

Artikel 17 - Deze collectieve arbeidsovereenkomst is gesloten onder de opschortende voorwaarde van algemeen verbindend verklaring bij koninklijk besluit.

Artikel 18 - Deze collectieve arbeidsovereenkomst vervangt de collectieve arbeidsovereenkomst van 4 december 1997 tot oprichting van regionale overlegorganen (47076/C0/201).

Zij treedt in werking op 1 augustus 2017 en is gesloten voor onbepaalde tijd.

Zij kan worden opgezegd mits een opzegging van drie maanden betekend bij een ter post aangetekende brief, gericht aan de voorzitter van het Paritair comité voor de zelfstandige kleinhandel.

COMMISSION PARITAIRE DU COMMERCE DE DETAIL INDEPENDANT

CP 201

CONVENTION COLLECTIVE DE TRAVAIL DU 4 SEPTEMBRE 2017 CONCERNANT L'INSTAURATION D'ORGANES REGIONAUX DE CONCERTATION

CHAPITRE I - CHAMP D'APPLICATION

Article 1 - §1. La présente convention collective de travail s'applique aux employeurs et aux employés des entreprises du secteur non alimentaire (code NACE 52320 jusqu'à et y compris 52740) qui occupent 20 travailleurs ou plus, et qui relèvent du champ d'application de la Commission paritaire du commerce de détail indépendant.

§2. Par "employés" sont visés les employés masculins et féminins.

Article 2 - §1. Pour déterminer si un employeur occupe 20 travailleurs ou plus, il faut calculer la moyenne d'occupation au cours du 4e trimestre de « l'année civile -2 » et du 1er au 3e trimestre inclus de « l'année civile -1 ». La moyenne est obtenue en divisant le nombre total de travailleurs en service à la fin de chacun des trimestres visés par le nombre de trimestres pour lesquels une déclaration a été introduite.

§2. En cas de première année d’occupation, le nombre à prendre en compte est le nombre de travailleurs occupés au dernier jour du premier trimestre civil pour lesquels une déclaration a été introduite à l'Office national de sécurité sociale.

CHAPITRE II - INSTITUTION ET COMPOSITION

Article 3 - Au sein de la Commission paritaire pour les employés du commerce de détail indépendant, est institué un "organe régional de concertation" par région (Bruxelles, Wallonie, Flandre). Les organes régionaux de concertation sont composés à partir du 1er janvier 1998.

Article 4 - Aussi bien pour la Flandre que pour la Wallonie, l'organe régional de concertation est composé de 7 membres effectifs et de 7 suppléants représentant les employeurs d'une part et 7 membres effectifs et 7 suppléants représentant les travailleurs d'autre part.

Pour l'organe de concertation de la région de Bruxelles-Capitale, le nombre de membres effectifs et suppléants, tant des organisations représentatives des travailleurs que des organisations représentatives des employeurs est de 5 effectifs et 5 suppléants.

Les membres des organes régionaux de concertation ne peuvent exercer leurs activités que pour la région dans laquelle ils ont été expressément mandatés.

Article 5 - Les membres effectifs et suppléants qui composent les organes régionaux de concertation sont désignés par la Commission paritaire sur proposition des organisations représentatives respectivement des employeurs et des travailleurs.

CHAPITRE III - COMPETENCE

Article 6 - L'organe régional de concertation est compétent en matière de litige ou de différend d'ordre collectif ou individuel concernant :

-les relations de travail;

-l'application, dans l'entreprise, de la législation sociale, des conventions collectives de travail, des contrats de travail individuels et du règlement de travail.

Article 7- L'organe régional de concertation compétent invite l'employeur à l'occasion d'un litige ou différend d'ordre collectif ou individuel, qui menacerait de s'élever ou qui s'élève dans l'entreprise.

Article 8 - Les plaintes individuelles introduites auprès des représentants au sein de l'organe régional de concertation sont traitées à l'intérieur dudit organe régional de concertation.

Article 9 - Les compétences ont également trait à l'organisation de l'information des employeurs et des travailleurs par les représentants de ces derniers au sein de l'organe régional de concertation. Cette information concerne les relations de travail et l'application de la législation sociale, des conventions collectives de travail ainsi que du règlement de travail.

CHAPITRE IV - FONCTIONNEMENT

Article 10 - Les organes régionaux de concertation se réunissent 10 fois par an.

Article 11 - Les organes régionaux de concertation sont présidés par le président de la Commission paritaire ou par son remplaçant. Le président invite les membres et fixe l'ordre du jour. Les membres des organes régionaux de concertation peuvent demander au président d'ajouter d'autres éléments à l'ordre du jour à condition qu'ils correspondent aux compétences des organes régionaux de concertation.

L'organe régional de concertation compétent entend l'employeur au sujet d'un différend ou d'une contestation à caractère collectif qui se produit ou pourrait subvenir dans l'entreprise.

Le président peut mettre à l'ordre du jour des plaintes individuelles qui sont déposées auprès de lui ou auprès des représentants au sein de l'organe régional de concertation.

Les organes régionaux de concertation statuent de la même façon que les commissions paritaires. Chaque organe régional de concertation détermine le lieu des réunions.

CHAPITRE V - ORGANISATION DE L'INFORMATION

Article 12 - L'information visée à l'article 8 de la présente convention collective de travail est diffusée dans l'entreprise moyennant information préalable à l'organe régional de concertation et à l'employeur. Cette information doit être objective et correcte et respecter l'employeur et les travailleurs.

L'information est fournie à l'employeur qui la diffuse :

-soit de manière "ad valvas" dans un lieu facilement accessible dans l'entreprise;

-soit par un employé de l'entreprise.

En cas d'opposition à la diffusion de l'information, l'employeur doit motiver cette opposition à l'organe régional de concertation.

Article 13 - Les représentants des organisations des employés qui font partie des organes régionaux de concertation assistés éventuellement par leurs délégués régionaux peuvent, après avoir informé au même moment l'organe régional de concertation, prendre contact avec les employeurs ressortissant à la compétence de celui-ci et ceci pour fixer une réunion avec cet employeur.

Ils doivent convenir endéans les 7 jours suivant la demande et par écrit du lieu, de la date et de l'ordre du jour avec l'employeur concerné. Lors de cette réunion, l'employeur peut se faire assister d'un représentant de l'organisation des employeurs qui fait partie d'un organe régional de concertation.

Ces contacts ne peuvent pas empêcher la gestion normale de l'entreprise.

Article 14 - En concertation avec l'employeur concerné et moyennant son accord, il peut y

avoir un contact entre d'un côté les représentants des organisations des travailleurs membres de l'organe régional, éventuellement assistés des délégués régionaux et de l'autre côté des employés de l'entreprise, et ceci afin de prévenir ou de résoudre un conflit collectif au sein de l'entreprise.

L'organe régional de concertation et l'employeur concerné doivent en être informés par écrit 7 jours à l'avance avec précision du lieu, de l'heure et du sujet. En cas d'opposition, l'employeur doit en informer l'organe régional de concertation et motiver son refus.

CHAPITRE VI - FINANCEMENT

Article 15 - Le financement du fonctionnement dans le cadre des compétences et de la composition des organes régionaux de concertation sera assuré moyennant une cotisation spéciale de l'employeur au Fonds social.

CHAPITRE VII - PAIX SOCIALE

Article 16 - Les organisations des travailleurs et des employeurs s'engagent à ne pas formuler de nouvelles exigences pendant la durée de l'accord. Elles s'engagent à respecter la paix sociale et à ne pas déroger unilatéralement aux dispositions du présent accord.

CHAPITRE VIII - DISPOSITIONS FINALES

Article 17- La présente convention collective est conclue sous la condition suspensive de l'extension de la force obligatoire par arrêté royal.

Article 18 - La présente convention collective de travail remplace la convention collective de travail du 4 décembre 1997 concernant l'instauration d'organes régionaux de concertation (47076/C0/201).

Elle entre en vigueur le 1er août 2017 et est conclue pour une durée indéterminée.

Elle peut être dénoncée moyennant un préavis du trois mois, notifié par lettre recommandée à la poste, adressée au président de la Commission paritaire pour les employés du commerce de détail indépendant.

PARITAIR SUBCOMITÉ VOOR DE ZELFSTANDIGE KLEINHANDEL

PC 201

COLLECTIEVE ARBEIDSOVEREENKOMST VAN 4 SEPTEMBER 2017 TOT INSTELLING VAN EEN FONDS VOOR BESTAANSZEKERHEID EN TOT VASTSTELLING VAN ZIJN STATUTEN

HOOFDSTUK I - TOEPASSINGSGEBIED

Artikel 1 - §1. Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de werkgevers en de bedienden die vallen onder de bevoegdheid van het Paritair Comité voor de zelfstandige kleinhandel.

§2. Onder bedienden wordt verstaan de mannelijke en vrouwelijke bedienden.

Artikel 2- De statuten van het fonds voor bestaanszekerheid, "Sociaal Fonds voor de zelfstandige kleinhandel", worden gewijzigd en gecoördineerd zoals opgenomen in de bijlage van deze collectieve arbeidsovereenkomst.

HOOFDSTUK II - SLOTBEPALINGEN

Artikel 3 - Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 1 augustus 2017.

Zij vervangt de collectieve arbeidsovereenkomst van 24 juni 1991 tot oprichting van een fonds voor bestaanszekerheid en tot vaststelling van zijn statuten (28518/co/201).

Artikel 4 - Zij is gesloten voor een onbepaalde tijd en mag slechts worden opgezegd door een van de ondertekenende partijen en zulks mits een opzegging van drie maanden betekend bij een ter post aangetekende brief, gericht aan de voorzitter van het Paritair comité voor de zelfstandige kleinhandel en aan de ondertekenende organisaties van deze collectieve arbeidsovereenkomst.

STATUTEN HOOFDSTUK I - OPRICHTING

A.Benaming

Artikel 1 - Met ingang van 1 januari 1991 en in toepassing van de wet van 7 januari 1958 betreffende de fondsen voor bestaanszekerheid, wordt een Fonds voor Bestaanszekerheid opgericht met als benaming "Sociaal Fonds voor de zelfstandige kleinhandel".

B.Zetel

Artikel 2 - De zetel van het Fonds is gevestigd te 1000 Brussel, Willebroekkaai 37.

C.Doel

Artikel 3 - Het Fonds heeft tot doel aanvullende sociale voordelen te financieren, te organiseren of toe te kennen, onder meer wat betreft het bevorderen van de tewerkstelling van risicogroepen, het toekennen van een vergoeding voor kinderopvang, het bevorderen van de beroepsopleiding van de bedienden alsmede de werking van de regionale overlegorganen.

HOOFDSTUK II - ORGANISATIE EN WERKING

A.Beheer

Artikel 4 - Het Fonds wordt beheerd door een Raad van bestuur, paritair samengesteld uit afgevaardigden van de werkgevers en van de bedienden.

Deze Raad telt tien effectieve en tien plaatsvervangende leden. De plaatsvervangende leden hebben slechts een beslissende stem wanneer ze een afwezig effectief lid vervangen.

De leden van de Raad van bestuur worden aangeduid door het Paritair comité voor de zelfstandige kleinhandel. Hun mandaat eindigt bij beslissing van voornoemd paritair comité.

Artikel 5 - Elke twee jaar duidt de Raad van bestuur onder zijn leden een voorzitter en een secretaris aan.

Artikel 6 - De Raad van bestuur vergadert na samenroeping door de voorzitter. De voorzitter is gehouden de Raad minstens éénmaal per jaar bijeen te roepen en ook telkens als ten minste twee leden van de Raad daarom verzoeken.

De oproepingen moeten de agenda vermelden. De notulen worden opgesteld door de secretaris en door hem, samen met de voorzitter of degene die de vergadering heeft voorgezeten, ondertekend.

De beslissingen worden éénparig genomen. Opdat de stemming geldig zou wezen, moeten ten minste zes leden aanwezig zijn, waarvan de helft de werkgeversorganisaties en de andere helft de bediendenorganisaties vertegenwoordigen.

Indien het quorum niet wordt bereikt, wordt de Raad van bestuur opnieuw samengeroepen met dezelfde agenda.

Op de tweede vergadering beslist de Raad geldig, ongeacht het aantal aanwezige bestuurders.

Er mag slechts worden gestemd over de punten welke op de agenda staan.

Artikel 7 - De Raad van beheer heeft tot opdracht het Fonds te beheren en alle maatregelen te treffen welke nodig zijn voor de goede werking ervan. Hij beschikt over de ruimst mogelijke bevoegdheden om dit beheer waar te nemen.

De Raad van bestuur wordt in al zijn acties en rechtshandelingen door de voorzitter of door een daartoe afgevaardigd bestuurder vertegenwoordigd.

De bestuurders zijn enkel verantwoordelijk voor de uitvoering van hun mandaat. Zij gaan geen enkele persoonlijke verplichting aan ingevolge hun beheer, ten opzichte van de verbintenissen aangegaan door het Fonds.

Artikel 8 - De Raad van bestuur kan zijn bevoegdheden geheel of gedeeltelijk overdragen aan één of meerdere van zijn leden of zelfs aan derden.

De raad van bestuur duidt de perso(o)n(en) aan die door hun handtekening het Fonds kunnen verbinden voor wat betreft de financiële verrichtingen op bank- en postrekeningen, spaarrekeningen en beleggingsrekeningen inbegrepen. De raad van bestuur bepaalt de modaliteiten waaronder deze handtekeningbevoegheid kan worden uitgeoefend.

B.Financiering

Artikel 9 - Het Fonds beschikt over verplichte bijdragen verschuldigd door de werkgevers die vallen onder de bevoegdheid van het Paritair comité voor de zelfstandige kleinhandel.

Artikel 10 - Het bedrag van de bijdrage voorzien in artikel 9 wordt bij een afzonderlijke collectieve arbeidsovereenkomst vastgesteld betreffende de bijdrage voor het Fonds voor bestaanszekerheid.

Artikel 11 - De bijdragen worden geïnd en ingevorderd door de Rijksdienst voor sociale zekerheid volgens zijn eigen inningsmodaliteiten.

Artikel 12 - Onverminderd de toepassing van artikel 14 van de wet van 7 januari 1958 betreffende de fondsen voor bestaanszekerheid kan het bedrag van de bijdragen slechts gewijzigd worden door een collectieve arbeidsovereenkomst gesloten in het Paritair comité voor de zelfstandige kleinhandel, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit.

Artikel 13 - Het Fonds beheert de opbrengst van de bijdragen en gebruikt ze voor het doel bepaald ondermeer in artikel 3 van de statuten. De uitgaven mogen in geen geval hoger zijn dan de inkomsten.

C.Begrotingen, rekeningen

Artikel 14 - Het dienstjaar neemt een aanvang op 1 januari en sluit op 31 december.

Artikel 15 - Elk jaar wordt, uiterlijk tijdens de maand december, een begroting voor het volgende jaar ter goedkeuring voorgelegd aan het Paritair comité voor de zelfstandige kleinhandel.

In geval van bijzondere omstandigheden kan de Raad van bestuur een andere periode vaststellen.

Artikel 16 - Op 31 december worden de rekeningen van het verlopen jaar afgesloten.

Zij dienen op rekenplichtig gebied voldoende omschreven te zijn.

De Raad van bestuur, alsmede de door het Paritair comité voor de zelfstandige kleinhandel aangewezen revisor of accountant, brengt jaarlijks schriftelijk verslag uit over het vervullen van de opdracht tijdens het verlopen jaar.

De rekeningen, samen met hogervernoemde schriftelijke verslagen dienen uiterlijk tijdens de maand april ter goedkeuring aan het Paritair comité voor de zelfstandige kleinhandel voorgelegd te worden.

D.Rechthebbenden en aanvullende sociale voordelen

Artikel 17 - De organisaties vertegenwoordigd in het Paritair comité voor de zelfstandige kleinhandel doen aan de Raad van bestuur van het Fonds voorstellen betreffende de aard, de toekenningsvoorwaarden en het bedrag van de aanvullende sociale voordelen gekozen bij toepassing van artikel 3 van de statuten.

Artikel 18 - De toewijzing van de middelen voortkomend uit de bijdrage voorzien in artikel 9 wordt bij een afzonderlijke collectieve arbeidsovereenkomst vastgesteld betreffende de bijdrage voor het Fonds voor bestaanszekerheid.

E.Ontbinding, vereffening

Artikel 19 - Het Fonds kan enkel ontbonden worden krachtens een eenparige beslissing van het Paritair comité voor de zelfstandige kleinhandel.

Het Paritair comité wijst de vereffenaars aan, bepaalt hun machten en bezoldiging en duidt de bestemming van het vermogen aan.

COMMISSION PARITAIRE DU COMMERCE DE DETAIL INDEPENDANT

CP 201

CONVENTION COLLECTIVE DE TRAVAIL DU 4 SEPTEMBRE 2017 RELATIVE A L'INSTAURATION D'UN FONDS DE SECURITE D'EXISTENCE ETA LA FIXATION DE SES STATUTS

CHAPITRE I - CHAMP D'APPLICATION

Article 1 - §1. La présente convention collective de travail s'applique aux employeurs et employés des entreprises relevant de la compétence de la Commission paritaire du commerce de détail indépendant.

§2. On entend par employés, les employés et les employées.

Article 2 - Les statuts du fonds de sécurité d'existence, « Fonds social du commerce de détail indépendant », sont modifiés et coordonnés tels qu'ils figurent à l'annexe de la présente convention collective de travail.

CHAPITRE II - DISPOSITIONS FINALES

Article 3 - La présente convention collective de travail entre en vigueur le 1er août 2017.

Elle remplace la convention collective de travail du 24 juin 1991 instituant un fonds de sécurité d'existence et en fixant ses statuts (28518/co/201).

Article 4 - Elle est conclue pour une durée indéterminée et ne peut être dénoncée que par une des parties signataires et ce moyennant un préavis de trois mois notifié par lettre recommandée à la poste, adressée au président de la Commission paritaire du commerce de détail indépendant et aux organisations signataires de la présente convention collective de travail.

STATUTS CHAPITRE I - INSTITUTION

A.Dénomination

Article 1 - A partir du 1er janvier 1991 et en application de la loi du 7 janvier 1958 relative aux fonds de sécurité d'existence, il est instauré un Fonds de sécurité d'existence dénommé "Fonds social du commerce de détail indépendant".

B.Siège

Article 2 - Le siège du Fonds est établi à 1000 Bruxelles, Quai de Willebroek 37.

C.Objectif

Article 3 - Le Fonds a pour objectif de financer, d'organiser ou d'octroyer des avantages sociaux complémentaires, notamment en ce qui concerne la promotion de l'emploi des groupes à risque, l'octroi d'une indemnité pour la garde des enfants, la promotion de la formation professionnelle des employés ainsi que le fonctionnement des organes régionaux de concertation.

CHAPITRE II - ORGANISATION ET FONCTIONNEMENT

A. Gestion

Article 4- Le Fonds est géré par un Conseil d'administration composé paritairement de représentants des employeurs et des employés.

Ce Conseil compte 10 membres effectifs et 10 membres suppléants. Les membres suppléants n'ont de voix délibérative que s'ils remplacent un membre absent.

Les membres du Conseil d'administration sont désignés par la Commission paritaire du commerce de détail indépendant. Leur mandat prend fin en vertu d'une décision de la Commission paritaire précitée.

Article 5 - Tous les deux ans, le Conseil d'administration désigne parmi ses membres un président et un secrétaire.

Article 6 - Le Conseil d'administration se réunit après convocation par le président. Le président est tenu de convoquer le Conseil au moins une fois par an et chaque fois que deux membres au moins du Conseil en font la demande.

Les convocations doivent mentionner l'ordre du jour. Les rapports sont rédigés par le secrétaire et signés par lui, ainsi que par le président ou par la personne qui a présidé la réunion.

Les décisions sont prises à l'unanimité. Pour que le vote soit valable, au moins 6 membres doivent être présents, dont la moitié représentent les organisations des employeurs et l'autre moitié, les organisations des employés.

Lorsque le quorum requis n'est pas atteint, le Conseil d'administration sera convoqué à nouveau avec le même ordre du jour.

Lors de la deuxième réunion, le Conseil décide valablement, quel que soit le nombre d'administrateurs présents.

Le vote ne peut avoir lieu que sur les points figurant à l'ordre du jour.

Article 7- Le Conseil d'administration a pour rôle de gérer le Fonds et de prendre toutes les mesures qui s'avèrent nécessaires à son fonctionnement. Il dispose des attributions les plus larges possibles en vue d'assumer cette gestion.

Le Conseil d'administration est représenté dans toutes ses actions et dans tous ses actes juridiques par le président ou un administrateur délégué désigné à cet effet.

Les administrateurs sont uniquement responsables de l'exécution de leur mandat. Ils n'assument aucune obligation personnelle résultant de leur gestion à l'égard des engagements pris par le Fonds.

Article 8- Le Conseil d'administration peut déléguer ses compétences en tout ou en partie à un ou plusieurs de ses membres, voire même à des tiers.

Le conseil d'administration désigne le(les) personne(s) dont la signature engage le Fonds dans l'accomplissement des opérations financières relatives aux comptes bancaires courant, d'épargne et postaux, les comptes de placement inclus. Le conseil d'administration définit les modalités selon lesquelles cette compétence de signature(s) est exercée.

B.Financement

Article 9 - Le Fonds dispose de cotisations obligatoires redevables par les employeurs des entreprises relevant de la compétence de la Commission paritaire du commerce de détail indépendant.

Article 10 - Le montant de la cotisation prévue à l'article 9 est fixé par une convention collective de travail séparée relative à la cotisation au Fonds de sécurité d'existence.

Article 11 - Les cotisations seront perçues et recouvrées par l'Office national de sécurité sociale selon ses propres modalités de perception.

Article 12 - Indépendamment de l'application de l'article 14 de la loi du 7 janvier 1958 concernant les Fonds de sécurité d'existence, le montant des cotisations ne peut être modifié qu'au travers d'une convention collective de travail conclue au sein de la Commission paritaire du commerce de détail indépendant, rendue obligatoire par arrêté royal.

Article 13 - Le Fonds gère le produit des cotisations et affecte celles-ci au but qui est stipulé notamment à l'article 3 des statuts. Les dépenses ne peuvent en aucun cas être supérieures aux recettes.

C.Budget, comptes

Article 14 - L'année de service prend cours le 1er janvier et se clôture le 31 décembre.

Article 15 - Chaque année et au plus tard pendant le mois de décembre, un budget est soumis à l'approbation de la Commission paritaire du commerce de détail indépendant.

En cas de circonstances exceptionnelles, le Conseil d'administration est autorisé à fixer une période différente.

Article 16- A la date du 31 décembre, les comptes de l'année écoulée sont clôturés.

Ils sont censés avoir été suffisamment précisés sur le plan comptable.

Le Conseil d'administration, ainsi que le réviseur ou le comptable désigné par la Commission paritaire du commerce de détail indépendant, font annuellement rapport de l'accomplissement de leur mission pendant l'année écoulée.

Les comptes, accompagnés des rapports écrits susmentionnés, doivent être soumis au plus tard pendant le mois d'avril à l'approbation de la Commission paritaire du commerce de détail indépendant.

D.Ayants droit et avantages sociaux complémentaires

Article 17- Les organisations représentées au sein de la Commission paritaire du commerce de détail indépendant soumettent des propositions au Conseil d'administration du Fonds concernant la nature, les conditions d'octroi et le montant des avantages sociaux complémentaires en application de l'article 3 des statuts.

Article 18 - L'affectation des moyens issus de la cotisation prévue à l'article 9 est fixée par une convention collective de travail séparée relative à la cotisation au Fonds de sécurité d'existence.

E.Dissolution, liquidation

Article 19 - Le Fonds peut uniquement être dissous en vertu d'une décision unanime de la Commission paritaire du commerce de détail indépendant.

La Commission paritaire désigne les liquidateurs, détermine leurs pouvoirs et leur rémunération tout en précisant l'affectation du patrimoine.

PARITAIR COMITE VOOR DE ZELFSTANDIGE KLEINHANDEL

PC 201

COLLECTIEVE ARBEIDSOVEREENKOMST VAN 4 SEPTEMBER 2017 BETREFFENDE DE WEKELIJKSE ARBEIDSDUUR

HOOFDSTUK I - TOEPASSINGSGEBIED

Artikel 1 - §1. Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de werkgevers en de bedienden van de ondernemingen die ressorteren onder het Paritair comité voor de zelfstandige kleinhandel.

§2. Voor de toepassing van deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt onder "bedienden" verstaan, de mannelijke en vrouwelijke bedienden.

Artikel 2 - §1. Om uit te maken of een werkgever 20 of meer werknemers tewerkstelt, moet men het gemiddelde berekenen van de tewerkstelling tijdens het 4de kwartaal van het 'kalenderjaar -2' en het lste tot en met het 3de kwartaal van het 'kalenderjaar-1'. Het gemiddelde wordt verkregen door het totaal aantal werknemers in dienst op het einde van ieder van de bedoelde kwartalen te delen door het aantal kwartalen waarvoor een aangifte werd ingediend.

§2. Bij het eerste jaar tewerkstelling is het in aanmerking te nemen aantal het aantal werknemers tewerkgesteld op de laatste dag van het eerste burgerlijk kwartaal waarvoor betrokken onderneming een aangifte bij de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid heeft ingediend.

HOOFDSTUK II - ARBEIDSDUUR

1.Ondernemingen uit de niet-voeding sector die 20 werknemers of meer tewerkstellen

Artikel 3- In de ondernemingen uit de niet- voeding sector (Nace-code 52121, 52122, 52320 tot en met 52740) die 20 werknemers of meer tewerkstellen bedraagt de wekelijkse arbeidsduur 38 uren.

Artikel 4 - De weekgrens voor het overloon is vastgesteld op 38 uur, behalve voor de ondernemingen die de arbeidsduurvermindering geheel of gedeeltelijk toekennen in compensatiedagen.

In deze ondernemingen blijft de weekgrens voor het overloon vastgesteld op de contractueel gepresteerde wekelijkse arbeidsduur.

Artikel5 - §1. Een bediende die wekelijks 39 uur presteert heeft recht op 6 compensatiedagen op jaarbasis.

§2. Een bediende die wekelijks 40 uur presteert heeft recht op 12 compensatiedagen op jaarbasis.

§3. Compensatiedagen worden genomen in onderling akkoord.

2.Ondernemingen die minder dan 20 werknemers tewerkstellen

Artikel 6 - In de ondernemingen die minder dan 20 werknemers tewerkstellen bedraagt de wekelijkse arbeidsduur 38 uren.

Artikel 7 - De weekgrens voor het overloon in geval van prestaties van overuren is vastgesteld op 39 uren.

HOOFDSTUK III - ARBEIDSREGIME

Artikel 8 - Het arbeidsregime dient zowel voor de deeltijdse als voor de voltijdse werknemers als volgt georganiseerd te worden :

-ofwel gespreid over maximum 5 werkdagen per week;

-ofwel in het kader van een 6-dagenweek met toekenning van twee halve werkdagen rust binnen deze 6 dagen.

HOOFDSTUK IV - SLOTBEPALINGEN

Artikel 9 - Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 1 augustus 2017.

Zij vervangt de collectieve arbeidsovereenkomst van 18 september 1995 betreffende de arbeidsduur (40969/co/201), artikel la van de collectieve arbeidsovereenkomst van 10 oktober 1997 betreffende het sectoraal protocolakkoord voor de jaren 1997-1998 (49653/co/201) en de collectieve arbeidsovereenkomst van 15 juni 2001 betreffende de wekelijkse arbeidsduur (58468/co/201).

Artikel 10 - Zij is gesloten voor een onbepaalde tijd en mag slechts worden opgezegd door een van de ondertekenende partijen en zulks mits een opzegging van drie maanden betekend bij een ter post aangetekende brief, gericht aan de voorzitter van het Paritair comité voor de zelfstandige kleinhandel en aan de ondertekenende organisaties van deze collectieve arbeidsovereenkomst.

COMMISSION PARITAIRE DU COMMERCE DE DETAIL INDEPENDANT

CP 201

CONVENTION COLLECTIVE DE TRAVAIL DU 4 SEPTEMBRE 2017 RELATIVE À LA DURÉE HEBDOMADAIRE DU TRAVAIL

CHAPITRE I - CHAMP D'APPLICATION

Article 1 - §1. La présente convention collective de travail s'applique aux employeurs et aux employés des entreprises ressortissant à la Commission paritaire du commerce de détail indépendant.

§2. Pour l'application de la présente convention collective de travail, on entend par "employés", les employés masculins et féminins.

Article 2 - §1. Pour déterminer si un employeur occupe 20 travailleurs ou plus, il faut calculer la moyenne d'occupation au cours du 4e trimestre de « l'année civile -2 » et du 1er au 3e trimestre inclus de « l'année civile -1 ». La moyenne est obtenue en divisant le nombre total de travailleurs en service à la fin de chacun des trimestres visés par le nombre de trimestres pour lesquels une déclaration a été introduite.

§2. En cas de première année d'occupation, le nombre à prendre en compte est le nombre de travailleurs occupés au dernier jour du premier trimestre civil pour lesquels une déclaration a été introduite à l'Office national de sécurité sociale.

CHAPITRE II - DURÉE DU TRAVAIL

1.Entreprises du secteur non alimentaire qui comptent 20 travailleurs ou plus

Article 3 - Dans les entreprises du secteur non alimentaire (code Nace 52121, 52122, 52320 à 52740 inclus) qui comptent 20 travailleurs ou plus, la durée hebdomadaire du travail s'élève à 38 heures.

Article 4 - La limite hebdomadaire pour le sursalaire est fixée à 38 heures, sauf pour les entreprises qui octroient la réduction de la durée de travail totalement ou partiellement en jours de compensation.

Pour ces entreprises la limite hebdomadaire pour le sursalaire reste fixée à la durée hebdomadaire de travail contractuellement fixée.

Article 5 - §1. Un employé qui preste 39 heures par semaine a droit à 6 jours compensatoires sur base annuelle.

§2. Un employé qui preste 40 heures par semaine a droit à 12 jours compensatoires sur base annuelle.

§3. Les jours compensatoires sont pris de commun accord.

2.Entreprises qui comptent moins de 20 travailleurs

Article 6 - Dans les entreprises qui comptent moins de 20 travailleurs, la durée hebdomadaire du travail s'élève à 38 heures.

Article 7- La limite hebdomadaire pour le sursalaire est fixée à 39 heures.

CHAPITRE III - RÉGIME DE TRAVAIL

Article 8 - Le régime de travail doit, tant pour les travailleurs à temps partiel que pour les travailleurs à temps plein, être organisé comme suit :

-soit en répartissant celui-ci sur 5 jours de travail au maximum;

-soit dans le cadre d'une semaine de 6 jours, en octroyant 2 demi-jours ouvrables de repos durant ces 6 jours.

CHAPITRE IV - DISPOSITIONS FINALES

Article 9 - La présente convention collective de travail entre en vigueur le 1er août 2017.

Elle remplace la convention collective de travail du 18 septembre 1995 relative à la durée du travail (40969/co/201), l'article la de la convention collective du 10 octobre 1997 relative au protocole d'accord pour les années 1997-1998 (49653/co/201) et la convention collective de travail du 15 juin 2001 relative à la durée hebdomadaire du travail (58468/co/201).

Article 10 - Elle est conclue pour une durée indéterminée et ne peut être dénoncée que par une des parties signataires et ce moyennant un préavis de trois mois notifié par lettre recommandée à la poste, adressée au président de la Commission paritaire du commerce de détail indépendant et aux organisations signataires de la présente convention collective de travail.

PARITAIR COMITÉ VOOR DE ZELFSTANDIGE KLEINHANDEL

PC 201

COLLECTIEVE ARBEIDSOVEREENKOMST VAN 4 SEPTEMBER 2017 BETREFFENDE DE TEGEMOETKOMING VAN DE WERKGEVERS IN DE VERVOERSKOSTEN VAN BEDIENDEN

HOOFDSTUK I: TOEPASSINGSGEBIED

Artikel 1 - §1. Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de werkgevers en op de bedienden die onder de bevoegdheid vallen van het Paritair Comité voor de zelfstandige kleinhandel (PC 201).

§2. Met "bedienden" worden de mannelijke en vrouwelijke bedienden bedoeld.

HOOFDSTUK II: TUSSENKOMST VAN DE WERKGEVER

2.1.TUSSENKOMST VAN DE WERKGEVER BETREFFENDE DE KOSTEN VAN GEMEENSCHAPPELIJK VERVOER

Artikel2 - De werkgevers kennen een tussenkomst in de kosten van gemeenschappelijk vervoer van de bedienden toe voor zover de afstand volgens de kortste weg tussen de vertrekhalte en de aankomsthalte, 2 kilometer of meer bedraagt.

Artikel3 - Het bedrag van de tussenkomst wordt vastgesteld:

Voor wat het "openbaar vervoer per spoorweg" betreft : de tussenkomst van de werkgever in de prijs van het gebruikte vervoerbewijs zal berekend worden op basis van het barema, dat is opgenomen in de bijlage van het koninklijk besluit dat getroffen werd in uitvoering van de wet van 27 juli 1962 tot vaststelling van een werkgeversbijdrage in het verlies geleden door de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen ingevolge de uitgifte van abonnementen voor werklieden en bedienden (Belgisch Staatsblad van 31 juli 1962).

Voor wat het gemeenschappelijk openbaar vervoer betreft, met uitzondering van het treinvervoer: de bijdrage van de werkgever in de prijs van de abonnementen voor de verplaatsingen vanaf 2 km, berekend vanaf de vertrekhalte zal vastgesteld worden volgens de hierna vastgestelde modaliteiten:

•wanneer de prijs van het vervoer in verhouding tot de afstand staat, is de bijdrage van de werkgever gelijk aan de werkgeverstussenkomst in de prijs van de treinkaart geldend als sociaal abonnement voor een overeenstemmende afstand, zonder evenwel 75 % van de werkelijke vervoerprijs te overschrijden;

•wanneer de prijs een eenheidsprijs is, ongeacht de afstand, wordt de bijdrage van de werkgever forfaitair vastgesteld en bedraagt zij 71,8 % van de effectief door de werknemer betaalde prijs, zonder evenwel het bedrag van de

werkgeverstussenkomst in de prijs van de treinkaart geldend als sociaal abonnement voor een afstand van 11 km te overschrijden voor wat het gecombineerd gemeenschappelijk openbaar vervoer betreft.

Ingeval de bediende gebruik maakt van een combinatie van de trein en één of meerdere andere gemeenschappelijke openbare vervoermiddelen dan de trein, en er wordt slechts één vervoerbewijs betaald voor het geheel van de afstand zonder dat in dit vervoerbewijs een onderverdeling wordt gemaakt per gemeenschappelijk openbaar vervoermiddel, zal de bijdrage van de werkgever gelijk zijn aan de werkgeverstussenkomst in de prijs van de treinkaart geldend als sociaal abonnement.

In elk ander geval dat de bediende meer dan één gemeenschappelijk openbaar vervoermiddel gebruikt dan voorzien in de voorgaande paragraaf, wordt de bijdrage van de werkgever voor het geheel van de afstand als volgt berekend:

Nadat met betrekking tot elk afzonderlijk gemeenschappelijk openbaar vervoermiddel waarvan de bediende gebruik maakt de bijdrage van de werkgever is berekend overeenkomstig de voorafgaande bepalingen, worden aldus bekomen bedragen bij elkaar opgeteld om de bijdrage van de werkgever voor het geheel van de afgelegde afstand vast te stellen.

2.2. TUSSENKOMST VAN DE WERKGEVER BETREFFENDE EEN FIETSVERGOEDING

Artikel 4 - Vanaf 1 januari 2018 kennen de werkgevers een tegemoetkoming toe van 0,23 EUR per km tot maximum 20 km heen- en terugreis voor de bedienden die hun verplaatsingen van de woonst naar het werk maken per fiets.

HOOFDSTUK III: TIJDSTIP VAN TERUGBETALING

Artikel5 - De terugbetaling van de vervoerkosten zullen minstens éénmaal per maand geschieden of ter gelegenheid van de betaalperiode die in de onderneming gebruikelijk is voor de vervoerbewijzen die geldig zijn voor een week.

HOOFDSTUK IV: MODALITEITEN VAN TERUGBETALING

Artikel 6- De tussenkomst van de werkgever in de vervoerskosten voorzien in punt 2.1. zal worden betaald op voorlegging van de vervoerbewijzen uitgereikt door de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen en/of de andere maatschappijen van gemeenschappelijk openbaar vervoer.

Artikel 7 - De tussenkomst van de werkgever in de fietsvergoeding voorzien in punt 2.2. gebeurt op voorlegging van een door de bediende ondertekende verklaring waarin verklaard wordt op welke dagen de verplaatsing van de woonplaats naar het werk werd gemaakt, evenals de opgave van het aantal gereden km. De werkgevers mogen op elk ogenblik nagaan of deze verklaring met de werkelijkheid strookt.

HOOFDSTUK IV: DUUR VAN DE OVEREENKOMST

Artikel 8 - Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 1 augustus 2017.

Zij vervangt de collectieve arbeidsovereenkomst van 29 juni 2016 betreffende de tegemoetkoming van de werkgevers in de vervoerskosten van bedienden (134361/co/201).

Artikel 9 - Zij is gesloten voor een onbepaalde tijd en mag slechts worden opgezegd dooreen van de ondertekenende partijen en zulks mits een opzegging van drie maanden betekend bij een ter post aangetekende brief, gericht aan de voorzitter van het Paritair comité voor de zelfstandige kleinhandel en aan de ondertekenende organisaties van deze collectieve arbeidsovereenkomst.

COMMISSION PARITAIRE DU COMMERCE DE DETAIL INDEPENDANT

CP 201

CONVENTION COLLECTIVE DE TRAVAIL DU 4 SEPTEMBRE 2017 RELATIVE À L'INTERVENTION DES EMPLOYEURS DANS LES FRAIS DE DÉPLACEMENT DES EMPLOYÉS

CHAPITRE I : CHAMP D'APPLICATION

Article 1 - §1. La présente convention collective de travail s'applique aux employeurs et aux employés qui ressortissent à la Commission paritaire du commerce de détail indépendant (CP 201).

§2. Par "employés" sont visés les employés masculins et féminins.

CHAPITRE II : INTERVENTION DE L'EMPLOYEUR

2.1 INTERVENTION DE L'EMPLOYEUR DANS LES FRAIS DE TRANSPORT EN COMMUN

Article 2 - Une intervention des employeurs dans les frais de transport est accordée aux employés pour autant que la distance entre le trajet le plus court entre la station de départ et la station d'arrivée atteigne 2 km ou plus.

Article 3 - Le montant de l'intervention est fixé de la façon suivante :

En ce qui concerne le "transport organisé par la Société nationale des chemins de fer belge": l'intervention de l'employeur dans le prix du titre de transport utilisé sera calculée sur la base du barème figurant en annexe de l'arrêté royal pris en exécution de la loi du 27 juillet 1962 établissant une intervention des employeurs dans la perte subie par la Société nationale des Chemins de Fer belge par l'émission d'abonnements pour ouvriers et employés (Moniteur belge du 31 juillet 1962).

En ce qui concerne les transports en commun, exception faite du transport en train : l'intervention de l'employeur dans le prix des abonnements pour les déplacements à partir de 2km, calculés à partir du point de départ, sera fixée selon les modalités suivantes :

•lorsque le prix du transport est proportionnel à la distance, l'intervention de l'employeur est égale à l'intervention de l'employeur dans le prix de la carte-train assimilée à l'abonnement social pour une distance correspondante, sans toutefois excéder 75 % du prix réel du transport;

•lorsque le prix est fixé quelle que soit la distance, l'intervention de l'employeur est déterminée de manière forfaitaire et atteint 71,8 % du prix effectivement payé par le travailleur, sans toutefois excéder le montant de l'intervention de l'employeur dans le prix de la carte- train assimilée à l'abonnement social pour une distance de 11 km pour ce qui concerne le transport en commun public combiné.

Lorsque le travailleur combine le train et un ou plusieurs autres moyens de transport en commun public et qu'un seul titre de transport est délivré pour couvrir la distance totale - sans que dans ce titre de transport, une subdivision soit faite par moyen de transport en commun public; l'intervention de l'employeur sera égale à l'intervention de l'employeur dans le prix de la carte train assimilée à l'abonnement social.

Dans tous les cas, autres que celui visé à l'alinéa précédent, où le travailleur utilise plusieurs moyens de transport en commun public, l'intervention de l'employeur pour l'ensemble de la distance parcourue est calculée comme suit :

Après que l'intervention de l'employeur, en ce qui concerne chaque moyen de transport en commun public qu'utilise le travailleur, a été calculée conformément aux dispositions précédentes, il y a lieu d'additionner les montants ainsi obtenus afin de déterminer l'intervention de l'employeur pour l'ensemble de la distance parcourue.

2.2INTERVENTION DE L'EMPLOYEUR CONCERNANT L'INDEMNITÉ VÉLO

Article 4- A partir du 1er janvier 2018, l'indemnité vélo accordée par l'employeur est de 0,23 EUR par kilomètre pour les employés se rendant sur leur lieu de travail en vélo, avec une distance maximale de 20km (aller- retour).

CHAPITRE III : MOMENT DU REMBOURSEMENT

Article 5 - L'intervention de l'employeur dans les frais de transport sera payée au moins une fois par mois ou à l'occasion de la période de paiement qui est d'usage dans l'entreprise pour les titres de transport qui sont valables pour une semaine.

CHAPITRE IV : MODALITÉS DE REMBOURSEMENT

Article 6 - L'intervention de l'employeur dans les frais de transport prévue au point 2.1. sera payée sur présentation des titres de transport, délivrés par la Société nationale des chemins de fer belge et/ou les autres sociétés de transport en commun public.

Article 7 - Le paiement de l'indemnité de bicyclette prévue au point 2.2. se fera sur présentation d'une déclaration signée par l'employé dans laquelle il est déclaré sur quels jours le déplacement au travail a été fait, ainsi que la mention du nombre de km parcourus. Les employeurs peuvent vérifier à tout moment si cette déclaration correspond à la réalité.

CHAPITRE IV : DURÉE DE LA CONVENTION

Article 8 - La présente convention collective de travail entre en vigueur le 1er août 2017.

Elle remplace la convention collective de travail du 29 juin 2016 relative à l'intervention des employeurs dans les frais de déplacement des employés (134361/co/201).

Article 9 - Elle est conclue pour une durée indéterminée et ne peut être dénoncée que par une des parties signataires et ce moyennant un préavis de trois mois notifié par lettre recommandée à la poste, adressée au président de la Commission paritaire du commerce de détail indépendant et aux organisations signataires de la présente convention collective de travail.

PARITAIR COMITE VOOR DE ZELFSTANDIGE KLEINHANDEL

PC 201

COLLECTIEVE ARBEIDSOVEREENKOMST VAN 4 SEPTEMBER 2017 BETREFFENDE DE LONEN

HOOFDSTUK 1 - TOEPASSINGSGEBIED

Artikel 1 - §1. Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de werkgevers en op de bedienden van de ondernemingen welke ressorteren onder het Paritair comité voor de zelfstandige kleinhandel.

§2. Met "bedienden" worden de mannelijke en vrouwelijke bedienden bedoeld.

HOOFDSTUK 2 - LOONSCHALEN

Afdeling 1 - Minimummaandlonen van het verkooppersoneel en administratief personeel

A.TOEPASSING VAN DE LOONSCHALEN

Artikel 2 - De loonschalen van het verkoop- en administratief personeel zijn afhankelijk van het totaal aantal verkooppersoneelsleden en winkelkassiers en worden als volgt bepaald :

-behoren tot de eerste groep: de ondernemingen met één verkooppunt die gedurende de laatste twaalf maanden gemiddeld één tot en met tien verkooppersoneelsleden en winkelkassiers in dienst hebben alsook de ondernemingen met meerdere verkooppunten en de bedrijven van de leurhandel waarvan het totaal aantal verkooppersoneelsleden en winkelkassiers vijftien personen niet overtreft;

-behoren tot de tweede groep: de ondernemingen met één verkooppunt die gedurende de laatste twaalf maanden gemiddeld meer dan tien verkooppersoneelsleden en winkelkassiers in dienst hebben alsook de ondernemingen met meerdere verkooppunten en de bedrijven van de leurhandel waarvan het totaal aantal verkooppersoneelsleden en winkelkassiers vijftien personen overtreft;

-worden niet als verkooppersoneel en/of winkelkassiers beschouwd: de leerlingen die worden tewerkgesteld met een erkende leerovereenkomst in het kader van de

middenstandsopleiding alsook het personeel, tewerkgesteld in het kader van het alternerend leren.

Voor de berekening van het effectief wordt het deeltijds verkooppersoneel en/of winkelkassiers respectievelijk als een hele of een halve eenheid beschouwd naargelang in de arbeidsovereenkomst een arbeidsduur van meer of minder dan de helft van de wekelijkse arbeidsduur bedongen werd.

B.EVOLUTIE IN DE LOONSCHALEN

1)Aanvangslonen

Artikel3 - §1. De aanvangslonen zijn de lonen die in het ervaringsbarema worden voorzien voor 0 ervaringsjaren.

De ervaringscurve is gecreëerd op basis van een indiensttreding op 21 jaar. Deze keuze is terecht, aangezien zij enerzijds gebaseerd is op de context van de handelssectoren. Anderzijds voldoet de baremastart op deze wijze aan het gewaarborgd minimummaandinkomenniveau.

Bijgevolg wordt de beroepservaring en de gelijkgestelde periodes vóór de leeftijd van 21 jaar niet meegeteld bij de bepaling van het toepasselijke ervaringsbarema.

§2. Zonder afbreuk te doen aan de anciënniteitsvereisten bepaald in de collectieve arbeidsovereenkomst van 4 september 2017 betreffende de functieclassificatie, wordt het aantal jaren vereiste beroepservaring voor elke categorie als volgt bepaald:

-O jaar voor een bediende categorie 1

-O jaar voor een bediende categorie 2

-4 jaar voor een bediende categorie 2bis

-2 jaar voor een bediende categorie 3

-4 jaar voor een bediende categorie 4

-4 jaar voor een bediende categorie 5

Dezejaren beroepservaring worden berekend rekening houdend met §1 van huidig artikel 3 en met de bepalingen van artikel 4 van deze overeenkomst.

2)Beroepservaring

Artikel 4 - Vanaf het aanvangsloon verhogen de minimummaandlonen naargelang de ervaring van de werknemer toeneemt en volgens het schema dat in het ervaringsbarema is bepaald.

Beroepservaring is de ruimere term die het volgende omvat:

-Zowel de effectieve en gelijkgestelde professionele werkervaring bij de werkgever waar de bediende in dienst is, evenals de periodes van effectieve en gelijkgestelde beroepsprestaties die de bediende voor de indiensttreding verworven heeft als werknemer, zelfstandige of als statutair ambtenaar;

-Technische kennis en levenservaring als loyaliteit aan de onderneming.

Voor de toekenning van ervaringsjaren wordt geen onderscheid gemaakt tussen voltijdse of deeltijdse prestaties.

3)Gelijkgestelde periodes

Artikel 5 - Aangezien de beroepservaring niet enkel in het kader van een arbeidsbetrekking maar ook levenslang wordt verworven, komen de sociale partners overeen om met de ervaring volgende zaken gelijk te stellen:

-Alle periodes binnen een professioneel milieu (oa interims, stages, bepaalde duurcontracten, zelfstandig werk, ambtenaar, vrijwilligerswerk,..) met uitzondering van de tewerkstelling in het kader van een studentenovereenkomst. De in de overige lidstaten van de Europese Unie voor de werknemer toepasselijke periodes van gelijkstelling zullen op dezelfde manier erkend worden.

-De eventuele jaren van legerdienst;

-Alle periodes van contractschorsing (tijdskrediet, moederschapsverlof, thematische verloven,.); evenals de periodes die gedekt zijn door de sociale zekerheid en de sociale wetgeving (werkloosheid, ziekte-invaliditeit.);

-Alle studieperiodes;

-Alle periodes van inactiviteit omwille van familiale motieven.

4)Bepaling van de beroepservaring bij aanwerving

Artikel 6 - §1. Op het ogenblik van de indiensttreding wordt het baremaloon van de bediende vastgesteld in overeenstemming met het beroepservaringsbarema van de klasse waartoe zijn functie behoort en op basis van de beroepservaring zoals bepaald in artikelen 3, 4 en 5 van deze overeenkomst.

De som van de beroepservaringsperioden en gelijkgestelde perioden wordt uitgedrukt in jaren en maanden.

De eerste baremieke verhoging na de indiensttreding zal gebeuren op de eerste dag van de maand nadat de bediende het eerstvolgende jaar beroepservaring heeft bereikt.

Voor de aanrekening van beroepservaring mag geen enkele gelijkstellingperiode gecumuleerd worden met een periode van beroepsactiviteit of met een andere gelijksteliingperiode.

§2. Ingeval bij de indiensttreding het aantal jaren beroepservaring zoals bepaald in artikelen 3,4 en 5 van deze overeenkomst hoger ligt dan het vereist aantal jaren van het aanvangsbarema voor deze categorie, heeft de werkgever voor de categorieën 3 tot 5 de mogelijkheid de bedienden aan te werven tegen het aanvangsbarema voor ervaringsjaar 0 van deze categorie, namelijk:

-ervaringsjaar 2 in de derde categorie

-ervaringsjaar 4 in de vierde en de vijfde categorie.

Het ervaringsbarema dat met hun aantal jaren beroepservaring overeenstemt, moet evenwel geleidelijk worden bereikt met jaarlijkse gelijke schijven en dit uiterlijk:

-1 jaarna de indiensttreding, indiende bediende minder dan 10 jaar beroepservaring heeft bij de indiensttreding;

-2 jaar na de indiensttreding, indien de bediende meer dan 10 maar minder dan 15 jaar beroepservaring heeft bij de indiensttreding;

-3 jaar na de indiensttreding, indien de bediende meer dan 15 jaar beroepservaring heeft bij de indiensttreding.

Het is wenselijk dat deze modaliteiten nauwkeurig in de schriftelijke overeenkomst worden omschreven.

§3. Bij een nieuwe aanwerving zal de kandidaat aan de werkgever alle noodzakelijke informatie overmaken zodat deze het loon kan bepalen dat overeenkomt met de bepalingen van deze collectieve arbeidsovereenkomst.

5)Jaarlijkse baremieke verhogingen

Artikel 7 - De sectorale baremieke verloning van de werknemer zal evolueren volgens de ervaringscurve tot op het moment dat hij het maximum bereikt heeft. Wanneer de periode van beroepservaring met 12 maanden is toegenomen sinds de laatste baremieke verhoging, stijgt het baremaloon van de bediende met een beroepservaringsjaar volgens de loonbaremaschaal op de eerste dag van de daaropvolgende maand.

In geval van verandering van categorie, zal de werknemer 'verplaatst' worden naar de ervaringscurve die overeenkomt met zijn nieuwe categorie, rekening houdend met zijn verworven ervaring.

C. STUDENTENBAREMA'S

Artikel 8 - § 1. Vanaf 1 januari 2018 worden de sectorale jongerenbarema's van 16 tot en met 20 jaar afgeschaft.

§ 2. De afschaffing slaat enkel op de sectorale jongerenbarema's. Bedrijfsbarema's voor -21- jarigen blijven behouden op voorwaarde dat zij minstens even hoog zijn als de nieuwe sectorale barema's.

§ 3. De afschaffing van de sectorale jongerenbarema's geldt niet voor werknemers onder studentenstatuut (de werknemers verbonden meteen arbeidsovereenkomst voor tewerkstelling van studenten, zoals bepaald in titel VII van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten). Voor de studenten wordt een apart studentenbarema ingevoerd op basis van de volgende degressiviteit:

-21 jaar en ouder: 100 %

-20 jaar:96%

-19 jaar: 92%

-18 jaar: 88%

-17 jaar: 84%

-16 jaar:80%

Deze percentages moeten worden toegepast op het aanvangsloon (0 jaar anciënniteit) van de desbetreffende functiecategorie.

D. MINIMUMBAREMA'S

Artikel 9 - De maandelijkse minimumlonen worden vastgesteld op 1 augustus 2017, ten overstaan van index 102,02, spil van de stabilisatieschijf 100,01 -102,02 -104,06 (basis 2013) zoals bepaald in bijlage 1 van deze CAO.

E. CONVENTIONELE VERHOGING

Artikel 10 - Vanaf 1 augustus 2017 zullen de minimumloonschalen en de werkelijk betaalde lonen van het verkooppersoneel en administratief personeel verhoogd worden met 20 euro bruto per maand.

Aan de deeltijdse werknemers zal deze verhoging naar verhouding tot hun prestaties toegekend worden.

Afdeling 2 - Minimummaandlonen van de filiaalhouders

A.CATEGORIE I FILIAALHOUDERS

Artikel 11 - Filiaalhouders die alleen voor de verkoop instaan en bij hun werkplaats een woonst genieten ten laste van de werkgever, wordt het toepasselijke minimummaandloon van categorie I toegekend.

Dit bedrag wordt verhoogd met een commissieloon dat ten minste 3 % bedraagt van de schijf van het gemiddeld maandelijks omzetcijfer hoger dan 9333,00 EUR (referte- index 102,02) en dit tot dit verhoogde bedrag het minimummaandloon van categorie II bereikt.

Dit laatste bedrag vertegenwoordigt in dat geval het minimum maandloon van de filiaalhouder.

B.CATEGORIE II FILIAALHOUDERS

Artikel 12 - Filiaalhouders die alleen voor de verkoop instaan en bij hun werkplaats geen woonst genieten ten laste van de werkgever, wordt het toepasselijke minimummaandloon van categorie II toegekend.

C.CATEGORIE III FILIAALHOUDERS

Artikel 13 - Wanneer in het filiaal 1 tot en met

10verkooppersoneelsleden en/of winkelkassiers zijn tewerkgesteld, wordt aan de filiaalhouder in elk geval het toepasselijke minimummaandloon van categorie III toegekend.

D.CATEGORIE IV FILIAALHOUDERS

Artikel 14 - Wanneer in het filiaal 11 tot en met 20 verkooppersoneelsleden en/of winkelkassiers zijn tewerkgesteld, wordt aan de filiaalhouder in elk geval het toepasselijke minimummaandloon van categorie IV toegekend.

E.CATEGORIE V FILIAALHOUDERS

Artikel 15 - Wanneer in het filiaal meer dan 20 verkooppersoneelsleden en/of winkelkassiers zijn tewerkgesteld, wordt aan de filiaalhouder in elk geval het toepasselijke minimummaandloon van categorie V toegekend.

F.LOONELEMENTEN

Artikel 16 - Teneinde vast te stellen of het loon van de filiaalhouder de in de artikelen 11 tot en met 15 vastgestelde minimumbedragen bereikt, wordt er rekening gehouden zowel met het vast en veranderlijk loon als met de eventueel andere voordelen in natura dan die voorzien in artikel 11.

Artikel 17 - In het geval dat het baremaloon van de filiaalhouder lager ligt dan het loon van de gekwalificeerde eerste verkoper, moeten ook het variabel loon en de eventuele andere voordelen van allerlei aard in rekening worden gebracht. Ligt het samengestelde loon van de filiaalhouder op dat moment nog lager dan de gekwalificeerde eerste verkoper, wordt het (samengestelde) loon van de filiaalhouder opgetrokken tot dat baremaloon.

G.MINIMUMBAREMA'S

Artikel 18 - De maandelijkse minimumlonen worden vastgesteld op 1 augustus 2017, ten overstaan van index 102,02, spil van de stabilisatieschijf 100,01 - 102,02 - 104,06 (basis 2013) zoals bepaald in bijlage 2 van deze CAO.

H.CONVENTIONELE VERHOGING

Artikel 19 - Vanaf 1 augustus 2017 zullen de minimumloonschalen en de werkelijk betaalde lonen van het verkooppersoneel en administratief personeel verhoogd worden met 20 euro bruto per maand.

Aan de deeltijdse werknemers zal deze verhoging naar verhouding tot hun prestaties toegekend worden.

Afdeling 3 - Gemeenschappelijke bepalingen

A.KENNIS EN GEBRUIKVAN MEERDERE TALEN

Artikel 20 - De bij deze collectieve arbeidsovereenkomst vastgestelde minimum maandlonen moeten worden beschouwd als overeenstemmend met het gebruik van één enkele taal.

De vereiste van de kennis of het gebruik in de uitoefening van een functie van meer dan één taal, rechtvaardigt niet de overgang naar een hogere categorie als de aard van de functie zelf er niet door wordt gewijzigd, maar het past ermee rekening te houden bij het vaststellen van het loon.

B.BEDIENDEN DIE VOLLEDIG OF GEDEELTELIJK MET COMMISSIELONEN WORDEN BELOOND

Artikel 21 - De volledig of gedeeltelijk met commissieloon beloonde bedienden kunnen elke maand aanspraak maken op de minimumloonschalen. De loonaanvullingen, welke hierdoor, eventueel, door de werkgever moeten worden betaald kunnen ambtshalve van het brutoloon van de volgende maanden worden afgehouden zodra en in de mate dat dit laatste deze minima overschrijdt.

Deze voorschotten zijn niet meer terugvorderbaar na het afsluiten van de jaarlijkse rekeningen, noch bij het einde van de arbeidsovereenkomst voor bedienden.

HOOFDSTUK 3 - SLOTBEPALINGEN

Artikel 22 - Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 1 augustus 2017.

Zij heft op en vervangt artikel 9 tot en met 21 van de collectieve arbeidsovereenkomst van 14 december 2012 houdende coördinatie en wijziging van de arbeids- en loonvoorwaarden (113207/co/201).

Artikel23 - Zij is gesloten voor een onbepaalde tijd en mag slechts worden opgezegd door een van de ondertekenende partijen en zulks mits een opzegging van drie maanden betekend bij een ter post aangetekende brief, gericht aan de voorzitter van het Paritair comité voor de zelfstandige kleinhandel en aan de ondertekenende organisaties van deze collectieve arbeidsovereenkomst.

BIJLAGE 1/ANNEXE 1*

* Barema's van toepassing vanaf 1 augustus 2017 (inclusief conventionele verhoging van 20 euro)/ Barèmes applicables à partir du 1er août 2017 (augmentation conventionnelle de 20 euros inclus)

Groupe 1 : Personnel administratif < 20 travailleurs

Groep 1 : Administratief Personeel < 20 werknemers

Barèmes à partir de 21 ans / Loonschalen vanaf 21 jaar

Ervaring

Cat. 1

Cat. 2

Cat. 3

Cat. 4

0

1521.61

1560.15

1632.39

1732.82

1

1521.61

1560.15

1656.34

1755.80

2

1521.61

1580.95

1679.44

1778.94

3

1521.61

1608.48

1714.05

1802.23

4

1521.61

1636.50

1748.74

1825.17

5

1521.61

1663.42

1783.55

1871.21

6

1521.61

1689.00

1818.05

1917.50

7

1530.14

1715.56

1852.74

1963.78

8

1543.08

1741.07

1887.38

2009.88

9

1555.60

1767.63

1922.48

2056.11

10

1568.71

1793.08

1957.09

2102.38

11

 

 

1991.49

2148.59

12

 

 

2026.14

2194.80

13

 

 

 

2241.11

14

 

 

 

2287.36

 

Jongerenbarema's / Barèmes des jeunes

Studentenbarema's / Barèmes des étudiants

Leeftijd/Age

Cat. 1

Cat. 2

Cat. 3

Cat. 4

%

16 jaar/ans

1217.29

1248.12

 

 

80%

17 jaar/ans

1278.15

1310.53

 

 

84%

18 jaar/ans

1339.02

1372.93

1436.50

 

88%

19 jaar/ans

1399.88

1435.34

1501.80

1594.19

92%

20 jaar/ans

1460.75

1497.74

1567.09

1663.51

96%

21 jaar/ans

1521.61

1560.15

1632.39

1732.82

100%

 

Groupe 1 : Personnel administratif > 20 travailleurs

Groep 1 : Administratief Personeel > 20 werknemers

Barèmes à partir de 21 ans / Loonschalen vanaf 21 jaar

Ervaring

Cat. 1

Cat. 2

Cat. 3

Cat. 4

0

1530,11

1562.39

1640.87

1741,30

1

1530,11

1562.39

1664,82

1764,30

2

1530.11

1589.43

1687.96

1787.47

3

1530.11

1616.95

1722.52

1810.70

4

1530.11

1644.98

1757.22

1833.66

5

1530.11

1671,92

1792.04

1879.68

6

1530.11

1697.46

1826.54

1926.25

7

1538.65

1724.06

1861.25

1972.26

8

1551.59

1749.55

1895.87

2018.37

9

1564,10

1776.10

1930,99

2064.61

10

1577.22

1801.56

1965.59

2110.88

11

 

 

1999.97

2157.06

12

 

 

2034.63

2203.30

13

 

 

 

2249.59

14

 

 

 

2295.85

 

Jongerenbarema's / Barèmes des jeunes

Studentenbarema's / Barèmes des étudiants

Leeftijd/Age

Cat. 1

Cat. 2

Cat. 3

Cat. 4

%

16 jaar/ans

1224.09

1249.91

 

 

80%

17 jaar/ans

1285.29

1312.41

 

 

84%

18 jaar/ans

1346.50

1374.90

1443.97

 

88%

19 jaar/ans

1407.70

1437.40

1509.60

1602.00

92%

20 jaar/ans

1468.91

1499.89

1575.24

1671.65

96%

21 jaar/ans

1530.11

1562,39

1640.87

1741.30

100%

 

Groupe 1 : Personnel de vente < 20 travailleurs

Groep 1 : Verkooppersoneel < 20 werknemers

Barèmes à partir de 21 ans / Loonschalen vanaf 21 jaar

Ervaring

Cat. 1

Cat. 2

Cat. 3

Cat. 4

0

1516.84

1560.15

1583.68

1684.03

1

1516.84

1560.15

1609.24

1707.40

2

1516.84

1560.15

1634.77

1730.49

3

1516.84

1566.19

1670.15

1753.43

4

1516.84

1594.13

1704.88

1776.64

5

1516.84

1623.49

1739.55

1822.96

6

1516.84

1650.59

1774.79

1869.03

7

1516.84

1677.28

1808.89

1915.43

8

1516.84

1702.82

1843.46

1961.63

9

1516.84

1728.88

1878.62

2007.85

10

1527.64

1754.86

1912.97

2054.30

11

 

 

1947.92

2100.32

12

 

 

1982.37

2146.87

13

 

 

 

2192.65

14

 

 

 

2239.10

 

Jongerenbarema's / Barèmes des jeunes

Studentenbarema's / Barèmes des étudiants

Leeftijd/Age

Cat. 1

Cat. 2

Cat. 3

Cat. 4

%

16 jaar/ans

1213.47

1248.12

 

 

80%

17 jaar/ans

1274.15

1310.53

 

 

84%

18 jaar/ans

1334.82

1372.93

1393.64

1481.95

88%

19 jaar/ans

1395.49

1435.34

1456.99

1549.31

92%

20 jaar/ans

1456.17

1497.74

1520.33

1616.67

96%

21 jaar/ans

1516.84

1560.15

1583.68

1684.03

100%

 

Groupe 1 : Personnel de vente > 20 travailleurs

Groep 1 : Verkooppersoneel > 20 werknemers

Barèmes à partir de 21 ans / Loonschalen vanaf 21 jaar

Ervaring

Cat. 1

Cat. 2

Cat. 3

Cat. 4

0

1519.08

1562.39

1592.19

1712.37

1

1519.08

1562.39

1617.75

1735.75

2

1519.08

1562.39

1643.27

1758.88

3

1519.08

1574.68

1678.66

1781.80

4

1519.08

1602.61

1713.37

1804.99

5

1519.08

1632.00

1748.04

1851.32

6

1519.08

1659.08

1783.28

1897.40

7

1519.08

1685.76

1817.37

1943.78

8

1519.08

1711.29

1851.97

1990.02

9

1523.53

1737.36

1887.12

2036.22

10

1534.84

1763.34

1921.46

2082.66

11

 

 

1956.41

2128.68

12

 

 

1990.86

2175.23

13

 

 

 

2221.00

14

 

 

 

2267.47

 

Jongerenbarema's / Barèmes des jeunes

Studentenbarema's / Barèmes des étudiants

Leeftijd/Age

Cat. 1

Cat. 2

Cat. 3

Cat. 4

%

16 jaar/ans

1215.26

1249.91

 

 

80%

17 jaar/ans

1276.03

1312.41

 

 

84%

18 jaar/ans

1336.79

1374.90

1401.13

1506.89

88%

19 jaar/ans

1397.55

1437.40

1464.81

1575.38

92%

20 jaar/ans

1458.32

1499.89

1528.50

1643.88

96%

21 jaar/ans

1519.08

1562.39

1592.19

1712.37

100%

 


Groupe 2 : Personnel administratif et de vente - entreprises avec moins de 20 travailleurs

Groep 2 : Administratief en verkooppersoneel - ondernemingen met minder dan 20 werknemers

Barèmes à partir de 21 ans / Loonschalen vanaf 21 jaar

Ervaring

Cat. 1

Cat. 2

Cat.2bis

Cat. 3

Cat. 4

Cat. 5

0

1516.84

1560.15

 

1632.39

1748.74

 

1

1516.84

1560.65

 

1656.34

1771.83

 

2

1517.43

1591.53

 

1679.44

1794.74

1933.65

3

1536.54

1622.13

 

1716.31

1817.86

1957.09

4

1555.69

1651.64

1690.68

1753.43

1840.99

1979.90

5

1574.66

1679.44

1718.56

1790.43

1887.26

2030.94

6

1594.13

1707.40

1746.51

1827.64

1933.65

2081.76

7

1613.27

1735.05

1774.17

1864.65

1979.90

2132.96

8

1632.39

1762.61

1801.73

1901.45

2026.13

2183.51

9

1650.59

1790.43

1829.52

1938.54

2072.12

2234.50

10

1667.84

1802.33

1841.44

1975.66

2118.43

2285.44

11

1667.84

1802.33

1841.44

2012.54

2164.72

2336.20

12

1685.33

1845.75

1884.88

2049.96

2211.05

2386.71

13

1685.33

1845.75

1884.88

2049.96

2257.58

2437.77

14

1702.79

1873.52

1912.59

2086.82

2303.69

2489.63

16

1720.07

1901.45

1940.58

2123.69

2350.04

2539.55

18

1737.40

1929.08

1968.20

2160.75

2396.32

2609.74

20

1754.86

1957.09

1996.16

2197.91

2442.68

2641.16

22

 

 

 

2234.70

2510.03

2691.93

24

 

 

 

 

2535.14

2750.86

 

Jongerenbarema's / Barèmes des jeunes

Studentenbarema's / Barèmes des étudiants

Leeftijd/Age

Cat. 1

Cat. 2 Cat.2bis

Cat. 3

Cat. 4

Cat. 5

%

16 jaar/ans

1213.47

1248.12

 

 

 

80%

17 jaar/ans

1274.15

1310.53

 

 

 

84%

18 jaar/ans

1334.82

1372.93

1436.50

 

 

88%

19 jaar/ans

1395.49

1435.34

1501.80

1608.84

 

92%

20 jaar/ans

1456.17

1497.74

1567.09

1678.79

 

96%

21 jaar/ans

1516.84

1560.15

1632.39

1748.74

 

100%

 

Groupe 2 : Personnel administratif et de vente - entreprises à partir de 20 travailleurs

Groep 2 : Administratief en verkooppersoneel - ondernemingen vanaf 20 werknemers

Barèmes à partir de 21 ans / Loonschalen vanaf 21 jaar

Ervaring

Cat. 1

Cat. 2

Cat. 2bis

Cat. 3

Cat. 4

Cat. 5

0

1526.72

1570.01

 

1642.98

. 1759.27

 

1

1526.72

1571.20

 

1666.89

1782.35

 

2

1527.99

1602.07

 

1690.05

1805.31

1944.21

3

1547.12

1632.74

 

1726.85

1828.40

1967.68

4

1566.25

1662.17

1701.27

1764.01

1851.55

1990.49

5

1585.26

1690.05

1729.15

1801.02

1897.83

2041.49

6

1604.71

1717.96

1757.06

1838.19

1944.21

2092.33

7

1623.77

1745.63

1784.72

1875.26

1990.49

2143.53

8

1642.98

1773.19

1812.28

1912.05

2036.73

2194.08

9

1661.13

1801.02

1840.11

1949.04

2082.67

2245.03

10

1678.43

1812.92

1852.02

1986.25

2128.95

2295.94

11

1678.43

1812.92

1852.02

2023.14

2175.28

2346.72

12

1695.86

1856.35

1895.38

2060.53

2221.64

2397.25

13

1695.86

1856.35

1895.38

2060.53

2268.14

2448.35

14

1713.35

1884.10

1923.13

2097.34

2314.27

2500.19

16

1730.63

1912.05

1951.17

2134.21

2360.61

2550.14

18

1747.96

1939.64

1978.75

2171.31

2406.86

2620.33

20

1765.52

1967.68

2006.69

2208.50

2453.28

2651.75

22

 

 

 

2245.26

2520.64

2702.50

24

 

 

 

 

2545.73

2761.39

 

Jongerenbarema's / Barèmes des jeunes

Studentenbarema's / Barèmes des étudiants

Leeftijd/Age

Cat. 1

Cat. 2

Cat. 2bis Cat. 3

Cat. 4

Cat. 5

%

16 jaar/ans

1221.38

1256.01

 

 

 

80%

17 jaar/ans

1282.44

1318.81

 

 

 

84%

18 jaar/ans

1343.51

1381.61

1445.82

 

 

88%

19 jaar/ans

1404.58

1444.41

1511.54

1618.53

 

92%

20 jaar/ans

1465.65

1507.21

1577.26

1688.90

 

96%

21 jaar/ans

1526.72

1570.01

1642.98

1759.27

 

100%

 

 

COMMISSION PARITAIRE DU COMMERCE DE DETAIL INDEPENDANT

CP 201

CONVENTION COLLECTIVE DE TRAVAIL DU 4 SEPTEMBRE 2017 RELATIVE AUX SALAIRES

CHAPITRE 1 - CHAMP D'APPLICATION

Article 1 - §1. La présente convention collective de travail s'applique aux employeurs et aux employés des entreprises ressortissant à la compétence de la Commission paritaire du commerce de détail indépendant.

§2. Par "employés" sont visés les employés masculins et féminins.

CHAPITRE 2 - BARÈMES

Section 1 - Salaires mensuelles minimums du personnel de vente et personnel administratif

A. APPLICATION DES BARÈMES

Article 2 - Les barèmes de rémunérations du personnel de vente et du personnel administratif sont déterminés par le total du personnel de vente et des caissiers de magasins, de la manière suivante :

-appartiennent au premier groupe, les entreprises disposant d'un seul point de vente qui occupent pendant les douze derniers mois un à dix membres du personnel de vente et caissiers ainsi que les entreprises disposant de plus d'un point de vente et les entreprises du commerce ambulant dont l'effectif total du personnel de vente et caissiers ne dépasse pas quinze unités;

-appartiennent au deuxième groupe, les entreprises disposant d'un seul point de vente qui occupent pendant les douze derniers mois plus de dix membres du personnel de vente et caissiers ainsi que les entreprises disposant de plus d'un point de vente et les entreprises du commerce ambulant dont l'effectif total du personnel de vente et caissiers dépasse quinze unités;

-ne sont pas considérés comme

personnel de vente et/ou caissiers, les apprentis étant embauchés sous un contrat d'apprentissage dans le cadre de la formation des classes moyennes ainsi que le personnel mis au travail dans le cadre de la formation en alternance.

Pour le calcul de l'effectif, le personnel de vente et/ou caissiers à temps partiel sont considérés respectivement comme demi-unité ou comme unité entière, dans la mesure où le contrat de travail prévoit respectivement moins ou plus que la moitié de la durée du travail hebdomadaire.

B. EVOLUTION DANS LES BARÈMES

1) Salaires de départ

Article 3 - §1. Les salaires de départ sont les salaires prévus dans le barème à l'expérience pour 0 année d'expérience.

La courbe d'expérience est créée sur la base d'une entrée en service à 21 ans. Ce choix est justifié étant donné qu'il est basé sur le contexte des secteurs du commerce. Par ailleurs, le début de barème répond de la sorte au Revenu Mensuel Minimum Garanti.

Par conséquent, pour la détermination du barème à l'expérience applicable, il n'est pas tenu compte de l'expérience professionnelle et des périodes assimilées antérieures à l'âge de 21 ans.

§2. Sans préjudice des exigences d'ancienneté définies dans la convention collective de travail du 4 septembre relative à la classification de fonction, le nombre d'années d'expérience professionnelle exigé pour chaque catégorie est déterminé comme suit:

-0 année pour un employé catégorie 1

-0 année pour un employé catégorie 2

-4 années pour un employé catégorie 2bis

-2 années pour un employé catégorie 3

-4 années pour un employé catégorie 4

-4 années pour un employé catégorie 5

Ces années d'expérience professionnelle sont comptabilisées conformément au §ler du présent article 3 et selon les dispositions de l'article 4 de la présente convention.

2)L'expérience professionnelle

Article 4 - A partir du salaire de départ, les salaires mensuels minimums augmentent en fonction de l'accroissement de l'expérience du travailleur et selon le schéma déterminé dans le barème à l'expérience.

L'expérience professionnelle est le terme plus large recouvrant aussi bien:

-L'expérience professionnelle effective et assimilée réalisée chez l'employeur auprès de qui l'employé est en service, de même que les périodes de prestations professionnelles effectives et assimilées que l'employé a acquises préalablement à son entrée en service, comme salarié, indépendant ou fonctionnaire statutaire.

-Les connaissances techniques et l'expérience de vie ainsi que la loyauté à l'entreprise.

Il n'est pas fait de distinction entre les prestations à temps plein ou à temps partiel pour l'octroi des années d'expérience.

3)Les périodes assimilées

Article 5 - Tenant compte du fait que l'expérience professionnelle ne s'acquiert pas uniquement dans le cadre d'une relation de travail mais également tout au long de la vie, les partenaires sociaux conviennent d'assimiler à l'expérience:

-Toutes les périodes en milieu professionnel (entre autres les intérims, stages, contrats à durée déterminée, prestations d'indépendant, fonctionnaire, travail de volontaire...) à l'exception du travail dans le cadre d'un contrat d'étudiants. Les périodes pendant lesquelles les travailleurs ont constitué des périodes assimilées dans un ou plusieurs Etats membres de l'Union européenne seront reconnues de la même manière.

-Les années éventuelles de service militaire;

-Toutes les périodes de suspension de contrat (crédit-temps, congé de maternité, congés thématiques, ...); de même les périodes couvertes par la sécurité sociale et la législation sociale (chômage, maladie-invalidité,...);

-Toutes les périodes d'études;

-Toutes les périodes d'inactivité pour des raisons familiales.

4) Détermination de l'expérience professionnelle à l'embauche

Article 6 - §1. Lors de l'entrée en service, le salaire barémique de l'employé est déterminé conformément au barème lié à l'expérience professionnelle de la catégorie dont relève sa fonction et sur la base de son expérience professionnelle, telle que définie aux articles 3, 4 et 5 de la présente convention.

La somme des périodes d'expérience professionnelle et des périodes assimilées est exprimée en années et en mois.

La première augmentation barémique, après l'entrée en service, intervient le premier jour du mois qui suit le moment où l'employé atteint l'année suivante d'expérience professionnelle.

Pour la prise en compte de l'expérience professionnelle, aucune période d'assimilation ne peut être cumulée avec une période d'activité professionnelle ou une autre période d'assimilation.

§2. Si lors de l'entrée en service, le nombre d'années d'expérience professionnelle, telle que définie aux articles 3, 4 et 5 de la présente convention est supérieur au nombre d'années exigé par le barème d'accès de cette catégorie, l'employeur a, pour les catégories 3 à 5, la possibilité d'embaucher les employés au barème d'accès de l'année d'expérience 0 de ces catégories, à savoir :

-2'eme année d'expérience pour la troisième catégorie

-4lème année d'expérience pour les quatrième et cinquième catégories.

Le barème à l'expérience qui correspond à leurs années d'expérience professionnelle doit cependant être atteint progressivement par tranches annuelles égales et au plus tard :

-1 an après l'entrée en service si l'employé comptabilise moins de 10 années d'expérience professionnelle lors de son entrée en service ;

-2 ans après l'entrée en service si l'employé comptabilise plus de 10 années mais moins de 15 années d'expérience professionnelle lors de son entrée en service ;

-3 ans après l'entrée en service si l'employé comptabilise plus de 15 années d'expérience professionnelle lors de son entrée en service

Il est souhaitable que ces modalités soient définies de manière précise dans un contrat écrit.

§3. Lors d'un nouvel engagement, le candidat transmettra à l'employeur toutes les informations nécessaires afin que ce dernier puisse déterminer le salaire en fonction des dispositions de cette convention collective de travail.

5)Augmentations barémiques annuelles

Article 7 - La rémunération barémique sectorielle du travailleur évoluera en fonction de la courbe d'expérience jusqu'au moment où il a atteint le maximum. Lorsque la période d'expérience professionnelle a augmenté de 12 mois depuis la dernière augmentation barémique, le salaire barémique de l'employé augmente d'une année d'expérience professionnelle suivant l'échelle barémique et ce dès le premier jour du mois qui suit.

En cas de changement de catégorie, le travailleur sera « déplacé » vers la courbe d'expérience correspondant à sa nouvelle catégorie, compte tenu de son expérience acquise.

C.BARÈMES DES ÉTUDIANTS

Article 8 - § 1. A partir du 1er janvier 2018, les barèmes sectoriels des jeunes de 16 ans à 20 ans sont supprimés.

§ 2. La suppression porte uniquement sur la suppression des barèmes des jeunes sectoriels. Les barèmes d'entreprise pour les - 21 ans sont maintenus à condition d'être au moins équivalents aux nouveaux barèmes sectoriels.

§ 3. La suppression des barèmes sectoriels des jeunes ne s'applique pas aux travailleurs sous statut étudiant (les travailleurs liés par un contrat d'occupation d'étudiants tel que défini au titre VII de la loi du 3 juillet 1978 relative aux contrats de travail). Un barème spécifique est donc introduit pour les étudiants sur base de la dégressivité suivante:

-21 ans et plus: 100 %

-20 ans: 96%

-19 ans: 92 %

-18 ans: 88 %

-17 ans: 84%

-16 ans: 80%

Ces pourcentages doivent être appliqués au barème de départ (0 ans d'ancienneté) de la catégorie concernée.

Article 9 - Les rémunérations mensuelles minimums sont fixées au 1er août 2017, en regard de l'indice 102,02, pivot de la tranche de stabilisation 100,01 -102,02 -104,06 (base 2013) comme défini dans l'annexe 1 de cette CCT.

E.AUGMENTATION CONVENTIONELLE

Article 10 - A partir du 1er août 2017, les barèmes et les salaires réels du personnel de vente et personnel administratif seront augmentés de 20 euros brut par mois.

Aux travailleurs à temps partiel, cette augmentation sera octroyée au prorata de leurs prestations.

Section 2 - Salaires mensuelles minimums des gérants

A.CATEGORIE I GÉRANTS

Article 11 - Il est attribué le salaire mensuel minimum applicable de la catégorie I aux gérants qui sont seuls préposés à la vente et qui bénéficient d'un logement à charge de l'employeur au lieu de leur travail.

Ce montant est majoré d'une commission au moins égale à 3 % de la tranche de recettes mensuelles moyennes au-delà de 9 333,00 EUR (indice de référence 102,02) et ce jusqu'à ce que ce montant majoré atteigne le salaire mensuel minimum de la catégorie II.

Ce dernier montant constitue dans ce cas le salaire mensuel minimum du gérant.

B. CATEGORIEII GÉRANTS

Article 12 - II est attribué le salaire mensuel minimum applicable de la catégorie II aux gérants qui sont seuls préposés à la vente et qui ne bénéficient pas d'un logement à charge de l'employeur au lieu de leur travail.

C. CATEGORIEIII GÉRANTS

Article 13 - Lorsque la succursale occupe 1 à 10 membres du personnel de vente et/ou caissiers, il est attribué au gérant, en tout cas, le salaire mensuel minimum applicable de la catégorie III.

D.CATEGORIE IV GÉRANTS

Article 14 - Lorsque la succursale occupe 11 à 20 membres du personnel de vente et/ou caissiers,

ilest attribué au gérant, en tout cas, le salaire mensuel minimum applicable de la catégorie IV.

E.CATEGORIE V GÉRANTS

Article 15 - Lorsque la succursale occupe plus de 20 membres du personnel de vente et/ou caissiers, il est attribué au gérant, en tout cas, le salaire mensuel minimum applicable de la catégorie V.

F.ÉLÉMENTS DE SALAIRE

Article 16 - Pour déterminer si la rémunération du gérant atteint les montants minimums repris aux articles 11 à 15, il est tenu compte tant des rémunérations fixes ou mobiles que des avantages en nature éventuels autres que ceux prévus à l'article 11.

Article 17-Au cas où le salaire barémique du gérant de succursale serait inférieur au salaire du premier vendeur qualifié, la rémunération variable et les éventuels autres avantages en tout genre doivent également être comptabilisés. Si le salaire composé est à ce moment-là toujours inférieur à celui du premier vendeur qualifié, le salaire (composé) du gérant de succursale est porté au niveau de ce salaire barémique.

G.BARÈMES MINIMUMS

Article 18 - Les rémunérations mensuelles minimums sont fixées au 1er août 2017, en regard de l'indice 102,02, pivot de la tranche de stabilisation 100,01 - 102,02 -104,06 (base 2013) comme défini dans l'annexe 2 de cette CCT.

H.AUGMENTATION CONVENTIONELLE

Article 19- A partir du 1er août 2017, les barèmes et les salaires réels du personnel de vente et personnel administratif seront augmentés de 20 euros brut par mois.

Aux travailleurs à temps partiel, cette augmentation sera octroyée au prorata de leurs prestations.

Section 3 - Dispositions communes

A.CONNAISSANCE ET EMPLOI DE PLUSIEURS LANGUES

Article 20 - Les rémunérations mensuelles minimums fixées par la présente convention collective de travail doivent être considérées comme correspondant à l'emploi d'une seule langue.

L'exigence de la connaissance ou de l'emploi de plus d'une langue dans l'exercice d'une fonction ne justifie pas le glissement dans une catégorie supérieure lorsque la nature de la fonction elle- même n'en est pas modifiée, mais il convient d'en tenir compte dans la fixation de la rémunération.

B.EMPLOYÉS RÉMUNÉRÉS TOTALEMENT OU PARTIELLEMENT À LA COMMISSION

Article 21 - Les employés rémunérés totalement ou partiellement à la commission peuvent prétendre chaque mois aux minimums des barèmes de rémunérations. Les compléments de rémunération qui doivent ainsi, éventuellement, être payés par l'employeur sont déduits d'office de la rémunération brute des mois suivants dès que et dans la mesure où celle-ci excède ces minimums.

Ces avances ne sont plus récupérables à la clôture annuelle des comptes, ni lorsque prend fin le contrat de travail d'employé.

CHAPITRE 3 - DISPOSITIONS FINALES

Article 22 - La présente convention collective de travail entre en vigueur le 1er août 2017.

Elle supprime et remplace l'article 9 jusqu'au 21 de la convention collective de travail du 14 décembre 2012 portant coordination et modification des conditions de travail et de rémunération (113207/co/201).

Article 23 - Elle est conclue pour une durée indéterminée et ne peut être dénoncée que par une des parties signataires et ce moyennant un préavis de trois mois notifié par lettre recommandée à la poste, adressée au président de la Commission paritaire du commerce de détail indépendant et aux organisations signataires de la présente convention collective de travail.

BIJLAGE 1/ANNEXE 1*

* Barema's van toepassing vanaf 1 augustus 2017 (inclusief conventionele verhoging van 20 euro)/ Barèmes applicables à partir du 1er août 2017 (augmentation conventionnelle de 20 euros inclus)

Groupe 1 : Personnel administratif < 20 travailleurs

Groep 1 : Administratief Personeel < 20 werknemers

Barèmes à partir de 21 ans / Loonschalen vanaf 21 jaar

Ervaring

Cat. 1

Cat. 2

Cat. 3

Cat. 4

0

1521.61

1560.15

1632.39

1732.82

1

1521.61

1560.15

1656.34

1755.80

2

1521.61

1580.95

1679.44

1778.94

3

1521.61

1608.48

1714.05

1802.23

4

1521.61

1636.50

1748.74

1825.17

5

1521.61

1663.42

1783.55

1871.21

6

1521.61

1689.00

1818.05

1917.50

7

1530.14

1715.56

1852.74

1963.78

8

1543.08

1741.07

1887.38

2009.88

9

1555.60

1767.63

1922.48

2056.11

10

1568.71

1793.08

1957.09

2102.38

11

 

 

1991.49

2148.59

12

 

 

2026.14

2194.80

13

 

 

 

2241.11

14

 

 

 

2287.36

 

Jongerenbarema's / Barèmes des jeunes

Studentenbarema's / Barèmes des étudiants

Leeftijd/Age

Cat. 1

Cat. 2

Cat. 3

Cat. 4

%

16 jaar/ans

1217.29

1248.12

 

 

80%

17 jaar/ans

1278.15

1310.53

 

 

84%

18 jaar/ans

1339.02

1372.93

1436.50

 

88%

19 jaar/ans

1399.88

1435.34

1501.80

1594.19

92%

20 jaar/ans

1460.75

1497.74

1567.09

1663.51

96%

21 jaar/ans

1521.61

1560.15

1632.39

1732.82

100%

 

Groupe 1 : Personnel administratif > 20 travailleurs

Groep 1 : Administratief Personeel > 20 werknemers

Barèmes à partir de 21 ans / Loonschalen vanaf 21 jaar

Ervaring

Cat. 1

Cat. 2

Cat. 3

Cat. 4

0

1530,11

1562.39

1640.87

1741,30

1

1530,11

1562.39

1664,82

1764,30

2

1530.11

1589.43

1687.96

1787.47

3

1530.11

1616.95

1722.52

1810.70

4

1530.11

1644.98

1757.22

1833.66

5

1530.11

1671,92

1792.04

1879.68

6

1530.11

1697.46

1826.54

1926.25

7

1538.65

1724.06

1861.25

1972.26

8

1551.59

1749.55

1895.87

2018.37

9

1564,10

1776.10

1930,99

2064.61

10

1577.22

1801.56

1965.59

2110.88

11

 

 

1999.97

2157.06

12

 

 

2034.63

2203.30

13

 

 

 

2249.59

14

 

 

 

2295.85

 

Jongerenbarema's / Barèmes des jeunes

Studentenbarema's / Barèmes des étudiants

Leeftijd/Age

Cat. 1

Cat. 2

Cat. 3

Cat. 4

%

16 jaar/ans

1224.09

1249.91

 

 

80%

17 jaar/ans

1285.29

1312.41

 

 

84%

18 jaar/ans

1346.50

1374.90

1443.97

 

88%

19 jaar/ans

1407.70

1437.40

1509.60

1602.00

92%

20 jaar/ans

1468.91

1499.89

1575.24

1671.65

96%

21 jaar/ans

1530.11

1562,39

1640.87

1741.30

100%

 

Groupe 1 : Personnel de vente < 20 travailleurs

Groep 1 : Verkooppersoneel < 20 werknemers

Barèmes à partir de 21 ans / Loonschalen vanaf 21 jaar

Ervaring

Cat. 1

Cat. 2

Cat. 3

Cat. 4

0

1516.84

1560.15

1583.68

1684.03

1

1516.84

1560.15

1609.24

1707.40

2

1516.84

1560.15

1634.77

1730.49

3

1516.84

1566.19

1670.15

1753.43

4

1516.84

1594.13

1704.88

1776.64

5

1516.84

1623.49

1739.55

1822.96

6

1516.84

1650.59

1774.79

1869.03

7

1516.84

1677.28

1808.89

1915.43

8

1516.84

1702.82

1843.46

1961.63

9

1516.84

1728.88

1878.62

2007.85

10

1527.64

1754.86

1912.97

2054.30

11

 

 

1947.92

2100.32

12

 

 

1982.37

2146.87

13

 

 

 

2192.65

14

 

 

 

2239.10

 

Jongerenbarema's / Barèmes des jeunes

Studentenbarema's / Barèmes des étudiants

Leeftijd/Age

Cat. 1

Cat. 2

Cat. 3

Cat. 4

%

16 jaar/ans

1213.47

1248.12

 

 

80%

17 jaar/ans

1274.15

1310.53

 

 

84%

18 jaar/ans

1334.82

1372.93

1393.64

1481.95

88%

19 jaar/ans

1395.49

1435.34

1456.99

1549.31

92%

20 jaar/ans

1456.17

1497.74

1520.33

1616.67

96%

21 jaar/ans

1516.84

1560.15

1583.68

1684.03

100%

 

Groupe 1 : Personnel de vente > 20 travailleurs

Groep 1 : Verkooppersoneel > 20 werknemers

Barèmes à partir de 21 ans / Loonschalen vanaf 21 jaar

Ervaring

Cat. 1

Cat. 2

Cat. 3

Cat. 4

0

1519.08

1562.39

1592.19

1712.37

1

1519.08

1562.39

1617.75

1735.75

2

1519.08

1562.39

1643.27

1758.88

3

1519.08

1574.68

1678.66

1781.80

4

1519.08

1602.61

1713.37

1804.99

5

1519.08

1632.00

1748.04

1851.32

6

1519.08

1659.08

1783.28

1897.40

7

1519.08

1685.76

1817.37

1943.78

8

1519.08

1711.29

1851.97

1990.02

9

1523.53

1737.36

1887.12

2036.22

10

1534.84

1763.34

1921.46

2082.66

11

 

 

1956.41

2128.68

12

 

 

1990.86

2175.23

13

 

 

 

2221.00

14

 

 

 

2267.47

 

Jongerenbarema's / Barèmes des jeunes

Studentenbarema's / Barèmes des étudiants

Leeftijd/Age

Cat. 1

Cat. 2

Cat. 3

Cat. 4

%

16 jaar/ans

1215.26

1249.91

 

 

80%

17 jaar/ans

1276.03

1312.41

 

 

84%

18 jaar/ans

1336.79

1374.90

1401.13

1506.89

88%

19 jaar/ans

1397.55

1437.40

1464.81

1575.38

92%

20 jaar/ans

1458.32

1499.89

1528.50

1643.88

96%

21 jaar/ans

1519.08

1562.39

1592.19

1712.37

100%

 


Groupe 2 : Personnel administratif et de vente - entreprises avec moins de 20 travailleurs

Groep 2 : Administratief en verkooppersoneel - ondernemingen met minder dan 20 werknemers

Barèmes à partir de 21 ans / Loonschalen vanaf 21 jaar

Ervaring

Cat. 1

Cat. 2

Cat.2bis

Cat. 3

Cat. 4

Cat. 5

0

1516.84

1560.15

 

1632.39

1748.74

 

1

1516.84

1560.65

 

1656.34

1771.83

 

2

1517.43

1591.53

 

1679.44

1794.74

1933.65

3

1536.54

1622.13

 

1716.31

1817.86

1957.09

4

1555.69

1651.64

1690.68

1753.43

1840.99

1979.90

5

1574.66

1679.44

1718.56

1790.43

1887.26

2030.94

6

1594.13

1707.40

1746.51

1827.64

1933.65

2081.76

7

1613.27

1735.05

1774.17

1864.65

1979.90

2132.96

8

1632.39

1762.61

1801.73

1901.45

2026.13

2183.51

9

1650.59

1790.43

1829.52

1938.54

2072.12

2234.50

10

1667.84

1802.33

1841.44

1975.66

2118.43

2285.44

11

1667.84

1802.33

1841.44

2012.54

2164.72

2336.20

12

1685.33

1845.75

1884.88

2049.96

2211.05

2386.71

13

1685.33

1845.75

1884.88

2049.96

2257.58

2437.77

14

1702.79

1873.52

1912.59

2086.82

2303.69

2489.63

16

1720.07

1901.45

1940.58

2123.69

2350.04

2539.55

18

1737.40

1929.08

1968.20

2160.75

2396.32

2609.74

20

1754.86

1957.09

1996.16

2197.91

2442.68

2641.16

22

 

 

 

2234.70

2510.03

2691.93

24

 

 

 

 

2535.14

2750.86

 

Jongerenbarema's / Barèmes des jeunes

Studentenbarema's / Barèmes des étudiants

Leeftijd/Age

Cat. 1

Cat. 2 Cat.2bis

Cat. 3

Cat. 4

Cat. 5

%

16 jaar/ans

1213.47

1248.12

 

 

 

80%

17 jaar/ans

1274.15

1310.53

 

 

 

84%

18 jaar/ans

1334.82

1372.93

1436.50

 

 

88%

19 jaar/ans

1395.49

1435.34

1501.80

1608.84

 

92%

20 jaar/ans

1456.17

1497.74

1567.09

1678.79

 

96%

21 jaar/ans

1516.84

1560.15

1632.39

1748.74

 

100%

 

Groupe 2 : Personnel administratif et de vente - entreprises à partir de 20 travailleurs

Groep 2 : Administratief en verkooppersoneel - ondernemingen vanaf 20 werknemers

Barèmes à partir de 21 ans / Loonschalen vanaf 21 jaar

Ervaring

Cat. 1

Cat. 2

Cat. 2bis

Cat. 3

Cat. 4

Cat. 5

0

1526.72

1570.01

 

1642.98

. 1759.27

 

1

1526.72

1571.20

 

1666.89

1782.35

 

2

1527.99

1602.07

 

1690.05

1805.31

1944.21

3

1547.12

1632.74

 

1726.85

1828.40

1967.68

4

1566.25

1662.17

1701.27

1764.01

1851.55

1990.49

5

1585.26

1690.05

1729.15

1801.02

1897.83

2041.49

6

1604.71

1717.96

1757.06

1838.19

1944.21

2092.33

7

1623.77

1745.63

1784.72

1875.26

1990.49

2143.53

8

1642.98

1773.19

1812.28

1912.05

2036.73

2194.08

9

1661.13

1801.02

1840.11

1949.04

2082.67

2245.03

10

1678.43

1812.92

1852.02

1986.25

2128.95

2295.94

11

1678.43

1812.92

1852.02

2023.14

2175.28

2346.72

12

1695.86

1856.35

1895.38

2060.53

2221.64

2397.25

13

1695.86

1856.35

1895.38

2060.53

2268.14

2448.35

14

1713.35

1884.10

1923.13

2097.34

2314.27

2500.19

16

1730.63

1912.05

1951.17

2134.21

2360.61

2550.14

18

1747.96

1939.64

1978.75

2171.31

2406.86

2620.33

20

1765.52

1967.68

2006.69

2208.50

2453.28

2651.75

22

 

 

 

2245.26

2520.64

2702.50

24

 

 

 

 

2545.73

2761.39

 

Jongerenbarema's / Barèmes des jeunes

Studentenbarema's / Barèmes des étudiants

Leeftijd/Age

Cat. 1

Cat. 2

Cat. 2bis Cat. 3

Cat. 4

Cat. 5

%

16 jaar/ans

1221.38

1256.01

 

 

 

80%

17 jaar/ans

1282.44

1318.81

 

 

 

84%

18 jaar/ans

1343.51

1381.61

1445.82

 

 

88%

19 jaar/ans

1404.58

1444.41

1511.54

1618.53

 

92%

20 jaar/ans

1465.65

1507.21

1577.26

1688.90

 

96%

21 jaar/ans

1526.72

1570.01

1642.98

1759.27

 

100%

 

 

PARITAIR COMITE VOOR DE ZELFSTANDIGE KLEINHANDEL

PC 201

COLLECTIEVE ARBEIDSOVEREENKOMST VAN 4 SEPTEMBER 2017 BETREFFENDE DE FUNCTIECLASSIFICATIE

HOOFDSTUK I - TOEPASSINGSGEBIED

Artikel 1 - §1. Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de werkgevers en op de bedienden van de ondernemingen welke ressorteren onder het Paritair comité voor de zelfstandige kleinhandel.

§2. Met "bedienden" worden de mannelijke en vrouwelijke bedienden bedoeld.

Artikel 2 - §1. Om uit te maken of een werkgever 20 of meer werknemers tewerkstelt, moet men het gemiddelde berekenen van de tewerkstelling tijdens het 4de kwartaal van het 'kalenderjaar -2' en het lste tot en met het 3de kwartaal van het 'kalenderjaar -1'. Het gemiddelde wordt verkregen door het totaal aantal werknemers in dienst op het einde van ieder van de bedoelde kwartalen te delen door het aantal kwartalen waarvoor een aangifte werd ingediend.

§2. Bij het eerste jaar tewerkstelling is het in aanmerking te nemen aantal het aantal werknemers tewerkgesteld op de laatste dag van het eerste burgerlijk kwartaal waarvoor betrokken onderneming een aangifte bij de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid heeft ingediend.

HOOFDSTUK II - BEROEPENCLASSIFICATIE

A. Algemene bepalingen

Artikel 3 - De in de verschillende categorieën van de beroepenclassificatie opgenomen functies geven recht op het overeenstemmend loon in zoverre dat zij in hoofdzaak zowel voltijds als deeltijds worden uitgeoefend.

Artikel 4 - De functies of werkzaamheden welke zijn opgesomd in dit hoofdstuk worden enkel als voorbeeld aangehaald.

De niet vernoemde functies of werkzaamheden worden gerangschikt naar analogie met de opgesomde voorbeelden.

Artikel5 - De werkgever moet de bediende schriftelijk inlichten tot welke categorie hij behoort en hem iedere categoriewijziging meedelen.

Artikel 6 - Om de anciënniteit voor de loonschaal in de onderneming te berekenen wordt rekening gehouden met het laatste jaar binnen een leerovereenkomst in de voortdurende vorming van de middenstand en dit in dezelfde onderneming.

B.Administratief personeel

Artikel 7 - Het administratief personeel wordt als volgt gerangschikt :

§ 1. Eerste categorie :

-bediende belast met het klassement en andere kleine werkjes;

-facturist (gewoon afschrijven);

-telefonist (één enkele post);

-enz.

voor zover de bediende minder dan zes maanden anciënniteit in de onderneming heeft.

§ 2. Tweede categorie :

-bediende van de eerste categorie met zes maanden of meer anciënniteit in de onderneming;

-magazijnbediende;

-"comptometer"-bediende;

-inventarisbediende;

-facturist en verificateur;

-typist;

-winkelkassier;

-telefonist-standardist of telefonist belast met het verstrekken van technische inlichtingen;

-enz.

§ 3. Tweede categorie bis (slechts in de ondernemingen uit de tweede groep zoals beschreven in artikel 2 van de collectieve arbeidsovereenkomst van 4 september 2017 betreffende de lonen):

-winkelkassier met 4 jaar werkervaring zoals bepaald in de artikelen 3 en 4 van de collectieve arbeidsovereenkomst van 4 september 2017 betreffende de lonen, en met vijfjaar anciënniteit in de onderneming in de functies van verkoper of winkelkassier.

§ 4. Derde categorie :

-bediende voor de lonen;

-hulpboekhouder;

-bediende aan de boekhoudmachine;

-stenotypist;

-enz.

§ 5. Vierde categorie :

-boekhouder;

-directiesecretaris;

-etalagist-decorateur;

-enz.

§ 6. Vijfde categorie (slechts in de ondernemingen uit de tweede groep zoals beschreven in artikel 2 van de collectieve arbeidsovereenkomst van 4 september 2017 betreffende de lonen):

-aankoper verantwoordelijk voor de bevoorrading van een afdeling;

-boekhouderkassier;

-hoofdetalagist-decorateur;

-enz.

C. Verkooppersoneel

Artikel 8 - Het verkooppersoneel wordt als volgt gerangschikt :

§ 1. Eerste categorie :

-beginnende verkoper jonger dan achttien ja ar;

-verkoper van achttien jaar en ouder;

-bediende belast met het aanvullen van de "rayons" in de zelfbediening in opdracht van de werkgever, de filiaalhouder of de verkoper en die toevallig de functie van verkoper of kassier waarneemt;

-enz.

voor zover de bediende minder dan zes maanden anciënniteit in de onderneming heeft.

§ 2. Tweede categorie :

-bediende van de eerste categorie met zes maanden of meer anciënniteit in de onderneming;

-verkoopadviseur van achttien jaar en ouder in de afdelingen van de zelfbediening voor zover hij zes maanden anciënniteit in de onderneming heeft;

-helper-etalagist;

-enz.

§ 3. Tweede categorie bis (slechts in de ondernemingen uit de tweede groep zoals beschreven in artikel 2 van de collectieve arbeidsovereenkomst van 4 september 2017 betreffende de lonen):

-verkoper met 4 jaar werkervaring, zoals bepaald in de artikelen 3 en 4 van de collectieve arbeidsovereenkomst van 4 september 2017 betreffende de lonen, en met vijfjaar anciënniteit in de onderneming in de functies van verkoper of winkelkassier

§ 4. Derde categorie :

-eerste verkoper : (andere dan deze voorzien in de vierde categorie) onder "eerste verkoper" wordt verstaan: de verkoper die de werkgever, de filiaalhouder of de afdelingschef regelmatig bijstaat in de organisatie van de verkoop door namelijk het werk van het verkooppersoneel te coördineren;

-helper-etalagist-decorateur;

-meer gekwalificeerde verkoper : onder meer "gekwalificeerde verkoper" moet worden verstaan de verkoper met drie jaar verkoopservaring in de branche en in dezelfde onderneming en die tegelijkertijd aan volgende vereisten beantwoordt : de verkoper die een grondige kennis bezit van de verkooptechnieken en die artikelen verkoopt waarbij een uitgebreide verkoopargumentatie moet worden aangevoerd in een gespecialiseerde winkel of afdelingen met diensten waar de handelsactiviteit onder meer bestaat uit de verkoop van niet alledaagse artikelen zoals :

•woon- en kantooruitrusting;

•vrijetijdsbesteding;

•fotografie en optiek;

•juwelierskunst, edelsmederij en

juwelenmakerij;

•huishoudelijke apparaten;

•kunstvoorwerpen;

•delicatessen;

•muziekinstrumenten;

•uurwerkmakerijen;

•speelgoed;

•kleding;

•schoenen;

•radio, T.V. en hi-fi;

•schoonheidsproducten;

•enz.

-de handelsvertegenwoordiger met minder dan drie jaar ervaring;

-enz.

§ 5. Vierde categorie :

-gekwalificeerde eerste verkoper : de gekwalificeerde eerste verkoper is de verkoper die tegelijkertijd beantwoordt aan de vereisten van de eerste verkoper en de meer gekwalificeerde verkoper;

-de handelsvertegenwoordiger met meer dan drie jaar ervaring;

-enz.

§ 6. Vijfde categorie (slechts in de ondernemingen uit de tweede groep zoals beschreven in artikel 2 van de collectieve arbeidsovereenkomst van 4 september 2017 betreffende de lonen):

-verkoopschef

D. Filiaalhouders

Artikel 9 - De filiaalhouder is de bediende die, zonder bestendig toezicht noch dagelijkse controle van de werkgever, de verantwoordelijkheid draagt van het dagelijks beheer van een winkel, wat tegelijkertijd inhoudt administratieve taken, organisatie van het werk, verantwoordelijkheid van de tekorten in voorraad en kas en de algemene organisatie van de verkoop (voorraad, assortiment, klanten).

Onder "bestendig toezicht" moet worden verstaan de regelmatige aanwezigheid in de verkoopplaats, van de werkgever of van een lid van het kaderpersoneel belast met bedoeld toezicht.

Artikel 10 - In een winkel waar het verkooppersoneel werkt zonder bestendig toezicht van de werkgever, van een lid van het kaderpersoneel of van een filiaalhouder, moet één van de verkopers ten minste worden geklasseerd in de derde categorie.

HOOFDSTUK III - SLOTBEPALINGEN

Artikel 11 - Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 1 januari 2018.

Zij heft op en vervangt artikel 2 tot en met 8 van de collectieve arbeidsovereenkomst van 14 december 2012 houdende coördinatie en wijziging van de arbeids- en loonvoorwaarden (113207/co/201).

Artikel 12 - Zij is gesloten voor een onbepaalde tijd en mag slechts worden opgezegd door een van de ondertekenende partijen en zulks mits een opzegging van drie maanden betekend bij een ter post aangetekende brief, gericht aan de voorzitter van het Paritair comité voor de zelfstandige kleinhandel en aan de ondertekenende organisaties van deze collectieve arbeidsovereenkomst.

COMMISSION PARITAIRE DU COMMERCE DE DETAIL INDEPENDANT

CP 201

CONVENTION COLLECTIVE DE TRAVAIL DU 4 SEPTEMBRE 2017 RELATIVE A LA CLASSIFICATION DE FONCTION

CHAPITRE I - CHAMP D'APPLICATION

Article 1 - §1. La présente convention collective de travail s'applique aux employeurs et aux employés des entreprises ressortissant à la compétence de la Commission paritaire du commerce de détail indépendant.

§2. Par "employés" sont visés les employés masculins et féminins.

Article 2 - §1. Pour déterminer si un employeur occupe 20 travailleurs ou plus, il faut calculer la moyenne d'occupation au cours du 4e trimestre de « l'année civile -2 » et du 1er au 3e trimestre inclus de « l'année civile -1 ». La moyenne est obtenue en divisant le nombre total de travailleurs en service à la fin de chacun des trimestres visés par le nombre de trimestres pour lesquels une déclaration a été introduite.

§2. En cas de première année d'occupation, le nombre à prendre en compte est le nombre de travailleurs occupés au dernier jour du premier trimestre civil pour lesquels une déclaration a été introduite à l'Office national de sécurité sociale.

CHAPITRE II - CLASSIFICATION PROFESSIONNELLE

A. Dispositions générales

Article 3 - Les fonctions reprises dans les différentes catégories de la classification professionnelle donnent droit à la rémunération correspondante pour autant qu'elles soient exercées à titre principal, aussi bien à temps plein qu'à temps partiel.

Article 4 - Les fonctions ou activités citées dans le présent chapitre le sont uniquement à titre d'exemple.

Les fonctions ou activités non énumérées sont classées par analogie aux exemples cités.

Article 5 - L'employeur doit informer l'employé par écrit de la catégorie à laquelle il appartient et lui communiquer chaque changement de catégorie.

Article 6 - Pour calculer l'ancienneté barémique dans l'entreprise, on tient compte de l'année terminale de l'apprentissage dans le cadre de la formation permanente des classes moyennes et cela dans la même entreprise.

B.Personnel administratif

Article 7 - Le personnel administratif est classé comme suit :

§ 1. Première catégorie :

-employé chargé du classement et d'autres travaux de petite main;

-facturier (simple copie);

-téléphoniste (à poste simple);

-etc.

pour autant que l'employé n'ait pas six mois d'ancienneté dans l'entreprise.

§ 2. Deuxième catégorie :

-employé de la première catégorie ayant six mois ou plus d'ancienneté dans l'entreprise;

-employé magasinier;

-employé au "comptomètre";

-employé à l'inventaire;

-facturier et vérificateur;

-dactylographe;

-caissier de magasin;

-téléphoniste-standardiste ou téléphoniste chargé de fournir des renseignements techniques;

-etc.

§ 3. Deuxième catégorie bis (uniquement dans les entreprises du deuxième groupe comme décrit à l'article 2 de la convention collective de travail du 4 septembre 2017 relative aux salaires):

-caissier disposant de 4 ans d'expérience professionnelle, telle que définie aux articles 3 et 4 de la convention collective de travail du 4 septembre 2017 relative aux salaires, et cinq ans d'ancienneté dans l'entreprise dans les fonctions de vendeur ou de caissier.

§ 4. Troisième catégorie :

-employé aux salaires;

-aide-comptable;

-employé à la machine comptable;

-sténodactylographie; etc.

§ 5. Quatrième catégorie :

-comptable;

-secrétaire de direction;

-étalagiste-décorateur;

-etc.

§ 6. Cinquième catégorie (uniquement dans les entreprises du deuxième groupe comme décrit à l'article 2 de la convention collective de travail du 4 septembre 2017 relative aux salaires):

-acheteur responsable de l'assortiment d'un rayon;

-comptable-caissier;

-chef étalagiste-décorateur;

-etc.

C.Personnel de vente

Article 8 - Le personnel de vente est classé comme suit :

§ 1. Première catégorie :

-aide-vendeur de moins de dix-huit ans;

-vendeur de dix-huit ans et plus;

-employé chargé d'apporter aux rayons en libre service la marchandise suivant les instructions données par l'employeur, le gérant ou le vendeur et qui assume occasionnellement la fonction de vendeur ou de caissier;

-etc.

pour autant que l'employé n'ait pas six mois d'ancienneté dans l'entreprise.

§ 2. Deuxième catégorie :

-employé de la première catégorie ayant au moins six mois d'ancienneté dans l'entreprise;

-conseiller de vente de dix-huit ans et plus des rayons de libre service pour autant qu'il ait six mois d'ancienneté dans l'entreprise;

-aide-étalagiste;

-etc.

§ 3. Deuxième catégorie bis (uniquement dans les entreprises du deuxième groupe comme décrit à l'article 2 de la convention collective de travail du 4 septembre 2017 relative aux salaires):

-vendeur disposant de 4 ans d'expérience professionnelle, telle que définie aux articles 3 et 4 de la convention collective de travail du 4 septembre 2017 relative aux salaires, et cinq ans d'ancienneté dans l'entreprise dans les fonctions de vendeur ou de caissier.

§ 4. Troisième catégorie :

-premier vendeur : (autre que celui repris en quatrième catégorie) par "premier vendeur", il faut entendre : le vendeur qui assiste régulièrement l'employeur, le gérant ou le chef de rayon dans l'organisation de la vente en coordonnant notamment le travail du personnel de vente;

-aide-étalagiste décorateur;

-vendeur surqualifié : par "vendeur surqualifié", il faut entendre le vendeur ayant trois ans d'expérience à la vente dans la branche et dans la même entreprise et répondant aux exigences suivantes : le vendeur ayant une connaissance approfondie de techniques de vente et qui vend des articles demandant une argumentation de vente étendue dans un magasin spécialisé ou rayon à services ayant entre autres pour activité commerciale la vente d'articles non-banalisés tels que :

•équipement de logement et de bureaux;

•loisirs;

•photographie et optique;

•bijouterie, orfèvrerie et joaillerie;

•appareils ménagers;

•objets d'art;

•délicatesses;

•instruments de musique;

•horlogerie;

•jouets;

•vêtements;

•chaussures;

•radio, T.V. et haute-fidélité;

•produits de beauté;

•etc.

-lereprésentant de commerce ayant moins de trois ans d'expérience;

-etc.

§ 5. Quatrième catégorie :

-premier vendeur qualifié : le premier vendeur qualifié est le vendeur qui répond en même temps aux réquisitions du premier vendeur et du vendeur surqualifié;

-le représentant de commerce ayant plus de trois ans d'expérience;

-etc.

§ 6. Cinquième catégorie (uniquement dans les entreprises du deuxième groupe comme décrit à l'article 2 de la convention collective de travail du 4 septembre 2017 relative aux salaires):

-chef de vente

D. Gérants de succursale

Article 9 - Le gérant est l'employé qui, sans controle permanent et quotidien de l'employeur, assume la responsabilité de la gestion journalière d'un magasin qui comprend à la fois des tâches administratives, l'organisation du travail, la responsabilité des manquants de stock et de caisse et l'organisation générale de la vente (stock, assortiment, clientèle).

Par "contrôle permanent", il faut entendre la présence régulière, au point de vente, de l'employeur ou d'un membre du personnel de cadre exerçant ce contrôle.

Article 10 - Dans un magasin où le personnel de vente travaille sans le contrôle permanent de l'employeur, d'un membre du personnel de cadre ou d'un gérant, un des vendeurs doit être classé au moins en troisième catégorie.

CHAPITRE III - DISPOSITIONS FINALES

Article 11 - La présente convention collective de travail entre en vigueur le 1er janvier 2018.

Elle supprime et remplace l'article 2 jusqu'au 8 de la convention collective de travail du 14 décembre 2012 portant coordination et modification des conditions de travail et de rémunération (113207/co/201).

Article 12 - Elle est conclue pour une durée indéterminée et ne peut être dénoncée que par une des parties signataires et ce moyennant un préavis de trois mois notifié par lettre recommandée à la poste, adressée au président de la Commission paritaire du commerce de détail indépendant et aux organisations signataires de la présente convention collective de travail.

PARITAIR COMITE VOOR DE ZELFSTANDIGE KLEINHANDEL

PC 201

COLLECTIEVE ARBEIDSOVEREENKOMST VAN 4 SEPTEMBER 2017 BETREFFENDE DE INDEXATIE VAN DE LONEN

HOOFDSTUK I - TOEPASSINGSGEBIED

Artikel 1 - §1. Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de werkgevers en op de bedienden van de ondernemingen welke ressorteren onder het Paritair comité voor de zelfstandige kleinhandel.

§2. Met "bedienden" worden de mannelijke en vrouwelijke bedienden bedoeld.

HOOFDSTUK II - KOPPELING VAN DE LONEN AAN DE GEZONDHEIDSINDEX

Artikel2 - De minimummaandlonen vastgesteld door de collectieve arbeidsovereenkomst van 4 september 2017 betreffende de lonen, evenals de werkelijk betaalde lonen, worden gekoppeld aan het cijfer van de gezondheidsindex, maandelijks vastgesteld door de Federale Overheidsdienst Economie en bekendgemaakt in het Belgisch staatsblad.

Artikel3 - De minimummaandlonen, vermeld in de bijlagen van de collectieve arbeidsovereenkomst van 4 september 2017 betreffende de lonen en de werkelijk betaalde lonen gelden op basis van de spilindex 102,02, spil van de stabilisatieschijf 100,01 -102,02 -104,6(basis 2013).

Artikel4- De minimummaandlonen en de werkelijk betaalde lonen schommelen met 2 % telkens het rekenkundig gemiddelde van de afgevlakte gezondheidsindex van de laatste twee maanden met 2 % schommelt ten opzichte van de spilindex.

Deze spilindex vermeerderd of verminderd met 2 % wordt de spil van een nieuwe stabilisatieschijf.

Deze berekening gebeurt vanaf de spilindex 102,02 hetzij voor de eerste maal dat het rekenkundig gemiddelde van de laatste twee maanden 104,06 bereikt naar omhoog of 100,01 naar omlaag.

Bijgevolg variëren de lonen volgens de onderstaande tabel:

STABIL1SATIESCHIJVEN OP BASIS 2013 = 100

TRANCHES DE STABILISATION 2013 - 100

100,01_________102,02_________104,06

102,02_________104,06_________106,14

104,06_________106,14_________108,26

106,14_________108,26_________110,43

108,26_________110,43_________112,64

Deze tabel is niet beperkend./ Ce tableau n'est pas limitatif.

Artikel5 - De verhogingen en verminderingen van de lonen worden toegepast vanaf de eerste maand welke volgt op deze waarop het gemiddelde van de index, dat de verhoging of de vermindering van de lonen veroorzaakt, betrekking heeft.

Artikel 6 - Het rekenkundig gemiddelde en de grenzen van de indexschijven worden afgerond tot op twee decimalen, met inachtneming van navolgende regels :

-het tweede decimaal blijft ongewijzigd, wanneer het derde decimaal gelijk is aan of lager dan 4;

-het tweede decimaal wordt afgerond naar de hogere eenheid, wanneer de derde decimaal gelijk is aan of hoger is dan 5.

Artikel 7 - De maandlonen van de bedienden worden volgens dezelfde regels afgerond tot op twee decimalen op de EUR, rekening houdende met drie decimalen (voorbeeld: 1.370,68 EUR + 2 pet. indexaanpassing = 1.398,093 EUR en afgerond op 1.398,09 EUR).

HOOFDSTUK III - SLOTBEPALINGEN

Artikel 8- Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 1 augustus 2017.

Zij heft op en vervangt artikel 24 tot en met 33 van de collectieve arbeidsovereenkomst van 14 december 2012 houdende coördinatie en wijziging van de arbeids- en loonvoorwaarden (113207/co/201).

Artikel 9 - Zij is gesloten voor een onbepaalde tijd en mag slechts worden opgezegd door een van de ondertekenende partijen en zulks mits een opzegging van drie maanden betekend bij een ter post aangetekende brief, gericht aan de voorzitter van het Paritair comité voor de zelfstandige kleinhandel en aan de ondertekenende organisaties van deze collectieve arbeidsovereenkomst.

COMMISSION PARITAIRE DU COMMERCE DE DETAIL INDEPENDANT

CP 201

CONVENTION COLLECTIVE DE TRAVAIL DU 4 SEPTEMBRE 2017 RELATIVE A L'INDEXATION DES SALAIRES

CHAPITRE I - CHAMP D'APPLICATION

Article 1 - §1. La présente convention collective de travail s'applique aux employeurs et aux employés des entreprises ressortissant à la compétence de la Commission paritaire du commerce de détail indépendant.

§2. Par "employés" sont visés les employés masculins et féminins.

CHAPITRE II - LIAISON DES SALAIRES A L'INDICE SANTE

Article 2 - Les rémunérations mensuelles minimums fixées par la convention collective de travail du 4 septembre 2017 relative aux salaires, ainsi que les rémunérations effectivement payées, sont rattachées au chiffre de l'indice santé, établi mensuellement par le Service Public Fédéral Economie et publié au Moniteur belge.

Article 3 - Les rémunérations mensuelles minimums, annexées à la convention collective de travail du 4 septembre 2017 relative aux salaires et les salaires réellement payés ont pour base l'indice-pivot 102,02, pivot de la tranche de stabilisation 101,01 - 102,02 -

104,6(base 2013).

Article 4 - Les rémunérations mensuelles minimums ainsi que les rémunérations effectivement payées fluctuent de 2 % chaque fois que la moyenne arithmétique de l'indice santé lissé des deux derniers mois fluctue de 2 % en regard de l'indice-pivot.

Cet indice-pivot majoré ou diminué de 2 %, devient l'indice-pivot d'une nouvelle tranche de stabilisation.

Ce calcul se fait au départ de l'indice-pivot 102,02, soit pour la première fois quand la moyenne arithmétique des deux derniers mois atteint 104,06 à la hausse ou 100,01 à la baisse.

En conséquence, les rémunérations varient selon le tableau ci-dessous:

STABIL1SATIESCHIJVEN OP BASIS 2013 = 100

TRANCHES DE STABILISATION 2013 - 100

100,01_________102,02_________104,06

102,02_________104,06_________106,14

104,06_________106,14_________108,26

106,14_________108,26_________110,43

108,26_________110,43_________112,64

Deze tabel is niet beperkend./ Ce tableau n'est pas limitatif.

Artikel5 - De verhogingen en verminderingen van de lonen worden toegepast vanaf de eerste maand welke volgt op deze waarop het gemiddelde van de index, dat de verhoging of de vermindering van de lonen veroorzaakt, betrekking heeft.

Artikel 6 - Het rekenkundig gemiddelde en de grenzen van de indexschijven worden afgerond tot op twee decimalen, met inachtneming van navolgende regels :

-het tweede decimaal blijft ongewijzigd, wanneer het derde decimaal gelijk is aan of lager dan 4;

-het tweede decimaal wordt afgerond naar de hogere eenheid, wanneer de derde decimaal gelijk is aan of hoger is dan 5.

Artikel 7 - De maandlonen van de bedienden worden volgens dezelfde regels afgerond tot op twee decimalen op de EUR, rekening houdende met drie decimalen (voorbeeld: 1.370,68 EUR + 2 pet. indexaanpassing = 1.398,093 EUR en afgerond op 1.398,09 EUR).

Article 5 - Les majorations ou diminutions de rémunérations entrent en vigueur le premier du mois qui suit ceux auxquels se rapporte la moyenne des indices provoquant la majoration ou la diminution des rémunérations.

Article 6 - La moyenne arithmétique et les arrondis des limites des tranches d'index se font à deux décimales conformément aux règles suivantes:

-la deuxième décimale reste inchangée, si la troisième décimale est égale ou inférieure à 4;

-la deuxième décimale est arrondie à l'unité supérieure, si la troisième décimale est égale ou supérieure à 5.

Article 7- Les rémunérations mensuelles des employés sont arrondies à l'unité selon les mêmes règles à deux décimales de l'EUR, tout en tenant compte de trois décimales (par exemple : 1.370,68 EUR + 2 p.c. d'adaptation à l'indice = 1.398,093 EUR, arrondi à 1.398,09 EUR).

CHAPITRE III - DISPOSITIONS FINALES

Article 8 - La présente convention collective de travail entre en vigueur le 1er août 2017.

Elle supprime et remplace l'article 24 jusqu'au 33 de la convention collective de travail du 14 décembre 2012 portant coordination et modification des conditions de travail et de rémunération (113207/co/201).

Article 9 - Elle est conclue pour une durée indéterminée et ne peut être dénoncée que par une des parties signataires et ce moyennant un préavis de trois mois notifié par lettre recommandée à la poste, adressée au président de la Commission paritaire du commerce de détail indépendant et aux organisations signataires de la présente convention collective de travail.

PARITAIR COMITE VOOR DE ZELFSTANDIGE KLEINHANDEL

PC 201

COLLECTIEVE ARBEIDSOVEREENKOMST VAN 4 SEPTEMBER 2017 BETREFFENDE DE JAARLIJKSE PREMIE

HOOFDSTUK I - TOEPASSINGSGEBIED

Artikel 1 - § 1. Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de werkgevers en de bedienden van de ondernemingen die ressorteren onder het Paritair Comité voor de zelfstandige kleinhandel.

§2. Onder "bedienden" wordt verstaan, de mannelijke en vrouwelijke bedienden.

Artikel 2 - Deze collectieve arbeidsovereenkomst is niet van toepassing op de bedienden wiens arbeidsovereenkomst door de werkgever werd beëindigd omwille van dringende reden.

HOOFDSTUK II - RECHTHEBBENDEN

Artikel 3 - § 1. Aan elke voltijds tewerkgestelde bediende met een volledige referteperiode wordt jaarlijks een premie toegekend van 188 euro bruto.

§2. Bedienden met een onvolledige referteperiode hebben rechtop l/12evan de jaarpremie per volledig gepresteerde of daarmee in de sociale zekerheid gelijkgestelde maand (zoals in de wetgeving op de jaarlijkse vakantie).

§3. Voor deeltijdse bedienden wordt de jaarlijkse premie toegekend in verhouding van hun deeltijdse arbeidsregeling overeenkomstig art. 9 van cao nr. 35 van de NAR.

HOOFDSTUK III - BETALING

Artikel 4 - §1. De jaarlijkse premie wordt toegekend vanaf 2016, en wordt telkens uitbetaald samen met het loon van de maand augustus.

§2. Het bedrag van de jaarlijkse premie wordt berekend in verhouding tot de effectieve en gelijkgestelde dagen tijdens de referteperiode.

Met effectieve en gelijkgestelde dagen worden bedoeld: de dagen effectieve prestaties of daarmee in de sociale zekerheid gelijkgestelde prestaties (zoals in de wetgeving op de jaarlijkse vakantie).

Met referteperiode wordt bedoeld de periode van 12 maanden die loopt vanaf de maand augustus van het kalenderjaar voorafgaand aan het kalenderjaar waarin de jaarlijkse premie wordt uitbetaald tot en met de maand juli van het kalenderjaar waarin de jaarlijkse premie wordt uitbetaald.

Artikel 5 - De pro rata regeling zoals bepaald in artikel 4, § 2 geldt eveneens voor de bedienden welke in de loop van de referteperiode voor de uitbetaling van de premie in augustus uit dienst zijn gegaan.

Het pro rata bedrag van de jaarlijkse premie wordt uitbetaald op het ogenblik van de uitdiensttreding samen met de eindloonafrekening.

HOOFDSTUK IV- OMZETTING IN MAALTIJDCHEQUES

Artikel 6 - §1. Het bedrag van de jaarlijkse premie is niet van toepassing op de bedienden die in de looptijd van de cao volgens bedrijfseigen modaliteiten via maaltijdcheques een voordeel in koopkracht toegekend krijgen dat gelijkwaardig is.

Om gelijkwaardig te zijn dient het patronale gedeelte van de maaltijdcheque per bediende met 1 euro per dag te worden verhoogd vanaf 1 januari 2016.

§2. In de ondernemingen waar een vakbondsafvaardiging voor bedienden aanwezig is, is de vakbondsafvaardiging bevoegd om toe te zien op de toepassing van het gelijkwaardig voordeel.

HOOFDSTUK V - SLOTBEPALINGEN

Artikel 7 - Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 1 augustus 2017.

Zij vervangt de collectieve arbeidsovereenkomst van 16 september 2015 tot instelling van de maximale marge voorde loonkostontwikkeling voorde jaren 2015-2016 betreffende de koopkracht-jaarlijkse premie (129696/co/201).

Artikel 8 - Zij is gesloten voor een onbepaalde tijd en mag slechts worden opgezegd door een van de ondertekenende partijen en zulks mits een opzegging van drie maanden betekend bij een ter post aangetekende brief, gericht aan de voorzitter van het Paritair comité voor de zelfstandige kleinhandel en aan de ondertekenende organisaties van deze collectieve arbeidsovereenkomst.

COMMISSION PARITAIRE DU COMMERCE DE DETAIL INDEPENDANT

CP 201

CONVENTION COLLECTIVE DE TRAVAIL DU 4 SEPTEMBRE 2017 RELATIVE A LA PRIME ANNUELLE

CHAPITRE I - CHAMP D'APPLICATION

Article 1 - § 1. La présente convention collective de travail s'applique aux employeurs et employés des entreprises ressortissant à la Commission paritaire du commerce de détail indépendant.

§2. Par "employés", il convient d'entendre les employés tant masculins que féminins

Article 2 - Cette convention collective n'est pas applicable aux employés dont le contrat de travail a été rompu par l'employeur pour motif grave.

CHAPITRE II - AYANTS DROIT

Article 3 - § 1. Une prime de 188 euros brut sera octroyée à tout employé à temps plein pouvant se prévaloir d'une période de référence complète.

§2. Les employés avec une période de référence incomplète ont droit à l/12ème de la prime annuelle par mois entier de prestations effectives ou assimilées au niveau de la sécurité sociale (comme dans la législation vacances annuelles).

§3. Pour les employés à temps partiel, la prime annuelle est octroyée au prorata de leur régime de travail à temps partiel, conformément à l'art. 9 de la CCT n° 35 du CNT.

CHAPITRE III - PAIEMENT

Article 4 - §1. La prime annuelle est octroyée à partir de 2016, et est payée en même temps que le salaire du mois d'août.

§2. Le montant de la prime annuelle est calculé au prorata des jours effectifs et assimilés pendant la période de référence.

On entend par jours effectifs et assimilés, les jours de prestations effectives ou assimilées au niveau de la sécurité sociale (comme dans la législation vacances annuelles).

On entend par période de référence, la période de 12 mois qui court du mois d'août de l'année civile précédant celle au cours de laquelle la prime annuelle est payée jusqu'au mois de juillet de l'année civile au cours de laquelle la prime annuelle est payée.

Article 5 - La règle du prorata définie à l'article 4, § 2 vaut également pour les employés qui ont quitté l'entreprise au cours de la période de référence avant le paiement de la prime en août.

Le montant au prorata de la prime annuelle est payé au moment du départ en même temps que le décompte final de salaire.

CHAPITRE IV-TRANSPOSITION EN CHEQUES REPAS

Article 6- §1. Le montant de la prime annuelle ne s'applique pas aux employés qui pendant la durée de la cct reçoivent selon des modalités propres à l'entreprise via des chèques-repas un avantage en pouvoir d'achat qui est équivalent.

Pour être équivalent, la part patronale du chèque-repas doit être augmentée d'1 euro par jour à partir du 1er janvier 2016.

§2. Dans les entreprises où il existe une délégation syndicale pour les employés, celle-ci est compétente pour veiller à l'application de l'avantage équivalent.

CHAPITRE V - DISPOSITIONS FINALES

Article 7- La présente convention collective de travail entre en vigueur le 1er août 2017.

Elle remplace la convention collective de travail du 16 septembre 2015 instaurant la marge maximale pour l'évolution du coût salarial pour les années 2015-2016 concernant le pouvoir d'achat - prime annuelle (129696/co/201).

Article 8 - Elle est conclue pour une durée indéterminée et ne peut être dénoncée que par une des parties signataires et ce moyennant un préavis de trois mois notifié par lettre recommandée à la poste, adressée au président de la Commission paritaire du commerce de détail indépendant et aux organisations signataires de la présente convention collective de travail.

PARITAIR COMITE VOOR DE ZELFSTANDIGE KLEINHANDEL

PC 201

COLLECTIEVE ARBEIDSOVEREENKOMST VAN 4 SEPTEMBER 2017 BETREFFENDE DE ECOCHEQUES

HOOFDSTUK 1 - TOEPASSINGSGEBIED

Artikel 1 - § 1. Deze collectieve arbeidsovereenkomst is toepasselijk op de werkgevers en op de bedienden van de ondernemingen die onder de bevoegdheid vallen van het Paritair comité voor de zelfstandige kleinhandel.

§ 2. Met "bedienden" worden de mannelijke en vrouwelijke bedienden bedoeld.

HOOFDSTUK 2 - DEFINITIE

Artikel 2 - Deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt gesloten in uitvoering van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 98 betreffende de ecocheques, gesloten in de Nationale Arbeidsraad op 20 februari 2009 en zoals later gewijzigd.

Artikel3- § 1. Voor de toepassing van deze overeenkomst wordt onder ecocheque verstaan, het voordeel bij de aankoop van producten en diensten van ecologische aard die zijn opgenomen in de bij de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 98 gevoegde lijst.

§ 2. De werknemers kunnen met ecocheques alleen de producten of diensten van ecologische aard aankopen die expliciet opgenomen zijn in deze lijst.

Hun geldigheid is beperkt tot 24 maanden, vanaf de datum van hun terbeschikkingstelling aan de bediende.

§ 3. De nominale waarde van de echocheque staat aangegeven op de cheque, met een maximum van 10 euro per ecocheque.

HOOFDSTUK 3 - JAARLIJKSE PREMIE - TOEKENNINGSMODALITEITEN

Artikel4 - Aan elke voltijds tewerkgestelde werknemer met een volle referteperiode wordt jaarlijks een premie voorzien van -250 EUR

(elke bijkomende last van welke aard ook, inclusief sociale bijdrage, is voor de werkgever inbegrepen in deze bedragen)

De werkgever heeft voor de invulling van deze premie keuze tussen:

-de uitbetaling van een jaarlijkse bruto premie (de premie bedraagt 188 EUR exclusief sociale bijdrage werkgever);

-de ecocheque;

In ondernemingen met een syndicale vertegenwoordiging kan een ondernemingseigen regeling worden afgesproken.

Artikel 5 - De studenten tewerkgesteld met een overeenkomst van studentenarbeid vallen buiten deze regelingen.

Artikel 6 - § 1. Aan de deeltijdse werknemers zullen de premies worden betaald in verhouding met de effectieve prestaties. De bovenvermelde bedragen zijn verschuldigd aan de werknemers met een volledige referteperiode (12 voorafgaande maanden).

§ 2. Aan de werknemers die niet gedurende de volledige referteperiode in dienst zijn, wordt het bedrag van de premies verminderd in verhouding tot de effectief gewerkte of daarmee volgende CAO 98 gelijkgestelde maanden. De referteperiode wordt vastgesteld van 1/04 - 31/03 van het lopende jaar.

Artikel 7 - De betaling van de jaarlijkse premie vindt elk jaar plaats in de loop van de maand april, op basis van de referteperiode 01/04 van het voorgaande kalenderjaar tot en met 31/03 van het kalenderjaar van uitbetaling.

HOOFDSTUK 4 - SLOTBEPALINGEN

Artikel 8 - Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 1 augustus 2017.

Zij vervangt de collectieve arbeidsovereenkomst van 4 februari 2014 betreffende de ecocheque (121363/co/201).

Artikel 9 - Zij is gesloten voor een onbepaalde tijd en mag slechts worden opgezegd door een van de ondertekenende partijen en zulks mits een opzegging van drie maanden betekend bij een ter post aangetekende brief, gericht aan de voorzitter van het Paritair comité voor de zelfstandige kleinhandel en aan de ondertekenende organisaties van deze collectieve arbeidsovereenkomst.

COMMISSION PARITAIRE DU COMMERCE DE DETAIL INDEPENDANT

CP 201

CONVENTION COLLECTIVE DE TRAVAIL DU 4 SEPTEMBRE 2017 RELATIVE AUX ECO-CHEQUES

CHAPITRE 1 - CHAMP D'APPLICATION

Article 1 - § 1. La présente convention collective de travail s'applique aux employeurs et aux employés des entreprises relevant de la compétence de la Commission paritaire du commerce de détail indépendant.

§ 2. Par "employés", il faut entendre les employés tant masculins que féminins.

CHAPITRE 2 - DÉFINITION

Article 2 - Cette convention collective de travail est conclue en exécution de la convention collective de travail n° 98 concernant les éco- chèques, conclue au Conseil National du Travail le 20 février 2009 et telle que modifiée ultérieurement.

Article 3 - § 1. Aux fins de la présente convention, il convient d'entendre par éco- chèque, l'avantage destiné à l'achat de produits et services à caractère écologique figurant sur la liste annexée à la convention collective de travail n°98.

§ 2. Les travailleurs ne peuvent acquérir avec des éco-chèques que les produits ou services à caractère écologique mentionnés expressément dans cette liste.

Leur validité est limitée à 24 mois à partir de la date où ils sont mis à la disposition de l'employé.

§ 3. L'éco-chèque mentionne sa valeur nominale, laquelle s'élève à 10 euros maximum.

CHAPITRE 3 - PRIME ANNUELLE - MODALITES D'OCTROI

Article 4- A chaque travailleur occupé à temps plein avec une période de référence complète, il est accordé, chaque année, une prime de -250 EUR

(toute charge complémentaire, de quelque nature que ce soit, les cotisations sociales incluses, est comprise dans ces montants pour l'employeur)

Pour l'octroi de cette prime, l'employeur a le choix entre :

-le paiement d'une prime annuelle brute (elle s'élève à 188 EUR, hors charges sociales patronales);

-l'éco-chèque;

Les entreprises avec une délégation syndicale ont la possibilité de négocier d'autres règles au niveau de l'entreprise.

Article 5 - Les étudiants sous contrat d'occupation d'étudiant ne sont pas concernés par ce régime.

Article 6 - § 1. Les primes seront payées aux travailleurs à temps partiel proportionnellement à leurs prestations effectives. Les montants susmentionnés sont dus aux travailleurs ayant une période de référence complète (12 mois précédents).

§ 2. Lorsque le travailleur n'est pas en service durant la période de référence complète, le montant de la prime est réduit proportionnellement aux mois effectivement prestés ou assimilés selon la CCT 98. La période de référence est la suivante : 1/04-31/03 de l'année en cours.

Article 7 - Le paiement de la prime annuelle se fera dans le courant du mois d'avril, sur base de la période de référence 01/04/ de l'année civile précédente au 31/03 de l'année civile dans laquelle le paiement a eu lieu.

CHAPITRE 4 - DISPOSITIONS FINALES

Article 8 - La présente convention collective de travail entre en vigueur le 1er août 2017.

Elle remplace la convention collective de travail du 4 février 2014 relative à l'éco-chèque (121363/co/201).

Article 9 - Elle est conclue pour une durée indéterminée et ne peut être dénoncée que par une des parties signataires et ce moyennant un préavis de trois mois notifié par lettre recommandée à la poste, adressée au président de la Commission paritaire du commerce de détail indépendant et aux organisations signataires de la présente convention collective de travail.

PARITAIR COMITE VOOR DE ZELFSTANDIGE KLEINHANDEL

PC 201

COLLECTIEVE ARBEIDSOVEREENKOMST VAN 4 SEPTEMBER 2017 BETREFFENDE HET OVERLOON VOOR ZONDAGARBEID

HOOFDSTUK I - TOEPASSINGSGEBIED

Artikel 1 - §1. Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de werkgevers en op de bedienden van de ondernemingen welke ressorteren onder het Paritair comité voor de zelfstandige kleinhandel.

§2. Met "bedienden" worden de mannelijke en vrouwelijke bedienden bedoeld.

HOOFDSTUK II - TOESLAG ZONDAGARBEID

Artikel2 - Voor de zondagsprestaties bedoeld in art. 3, le lid, 2e KB 3 december 1987 wordt een loontoeslag van 50 % bovenop het normale loon voorzien.

Artikel 3 - §1. Artikel 2 zal niet van toepassing zijn op ondernemingen met een ondernemingsraad of een syndicale afvaardiging mits een collectieve arbeidsovereenkomst wordt gesloten op het niveau van de onderneming die de loon- en arbeidsvoorwaarden regelt voor de prestaties bedoeld in artikel 2.

§2. Bij gebreke aan dergelijke collectieve arbeidsovereenkomst, geldt een individuele regeling waarbij de bedoelde prestaties recht geven op een loontoeslag van minstens 100% bovenop het normale loon.

HOOFDSTUK III - SLOTBEPALINGEN

Artikel4 - Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 1 augustus 2017.

Zij heft op en vervangt artikel 22bis van de collectieve arbeidsovereenkomst van 14 december 2012 houdende coördinatie en wijziging van de arbeids- en loonvoorwaarden (113207/co/201).

Artikel5 - Zij is gesloten voor een onbepaalde tijd en mag slechts worden opgezegd door een van de ondertekenende partijen en zulks mits eën opzegging van drie maanden betekend bij een ter post aangetekende brief, gericht aan de voorzitter van het Paritair comité voor de zelfstandige kleinhandel en aan de ondertekenende organisaties van deze collectieve arbeidsovereenkomst.

COMMISSION PARITAIRE DU COMMERCE DE DETAIL INDEPENDANT

CP 201

CONVENTION COLLECTIVE DE TRAVAIL DU 4 SEPTEMBRE 2017 RELATIVE AU COMPLÉMENT SALARIAL AU TRAVAIL DU DIMANCHE

CHAPITRE I - CHAMP D'APPLICATION

Article 1 - §1. La présente convention collective de travail s'applique aux employeurs et aux employés des entreprises ressortissant à la compétence de la Commission paritaire du commerce de détail indépendant.

§2. Par "employés" sont visés les employés masculins et féminins.

CHAPITRE II - COMPLÉMENT SALARIAL AU TRAVAIL DU DIMANCHE

Article 2 - Un complément salarial de 50% plus élevé que le salaire normal est prévu pour les prestations de travail du dimanche, telles que visées à l'article 3,1er alinéa, 2ème de l'AR du 3 décembre 1987.

Article 3 - §1. L'article 2 n'est pas d'application aux entreprises qui ont un conseil d'entreprise ou une délégation syndicale sauf si une convention collective de travail a été conclue au niveau de l'entreprise, qui règle les conditions de travail et de rémunération pour les prestations visées à l'article 2.

§2. A défaut d'une telle convention collective de travail, c'est un arrangement individuel par lequel les prestations visées donnent droit à un complément salarial de minimum 100% au-delà du salaire normal qui vaut.

CHAPITRE III - DISPOSITIONS FINALES

Article 4- La présente convention collective de travail entre en vigueur le 1er août 2017.

Elle supprime et remplace l'article 22bis de la convention collective de travail du 14 décembre 2012 portant coordination et modification des conditions de travail et de rémunération (113207/co/201).

Article 5 - Elle est conclue pour une durée indéterminée et ne peut être dénoncée que par une des parties signataires et ce moyennant un préavis de trois mois notifié par lettre recommandée à la poste, adressée au président de la Commission paritaire du commerce de détail indépendant et aux organisations signataires de la présente convention collective de travail.

PARITAIR COMITE VOOR DE ZELFSTANDIGE KLEINHANDEL

PC 201

COLLECTIEVE ARBEIDSOVEREENKOMST VAN 4 SEPTEMBER 2017 BETREFFENDE HET OVERLOON VOOR DE ARBEIDSPRESTATIES NA NEGENTIEN UUR

HOOFDSTUK I - TOEPASSINGSGEBIED

Artikel 1 - § 1. Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de werkgevers en op de bedienden van de ondernemingen welke ressorteren onder het Paritair comité voor de zelfstandige kleinhandel.

§2. Met "bedienden" worden de mannelijke en vrouwelijke bedienden bedoeld.

Artikel2 - §1. Om uit te maken of een werkgever 30 of meer werknemers tewerkstelt, moet men het gemiddelde berekenen van de tewerkstelling tijdens het 4de kwartaal van het 'kalenderjaar-2' en het lste tot en met het 3de kwartaal van het 'kalenderjaar -1'. Het gemiddelde wordt verkregen door het totaal aantal werknemers in dienst op het einde van ieder van de bedoelde kwartalen te delen door het aantal kwartalen waarvoor een aangifte werd ingediend.

§2. Bij het eerste jaar tewerkstelling is het in aanmerking te nemen aantal het aantal werknemers tewerkgesteld op de laatste dag van het eerste burgerlijk kwartaal waarvoor betrokken onderneming een aangifte bij de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid heeft ingediend.

HOOFDSTUK II - OVERLOON VOOR DE ARBEIDSPRESTATIES NA NEGENTIEN UUR

Artikel 3 - In de ondernemingen welke meer dan 30 personen tewerkstellen wordt, voor de duur van de arbeid welke wordt verricht na negentien uur, aan de bedienden een vergoeding toegekend welke met 25 % het gewoon loon overschrijdt.

Voor de berekening van het effectief wordt het deeltijds bediendepersoneel als een hele, respectievelijk een halve eenheid beschouwd naargelang in de arbeidsovereenkomst een arbeidsduur van respectievelijk meer of minder dan de helft van de wekelijkse arbeidsduur bedongen werd.

HOOFDSTUK III - SLOTBEPALINGEN

Artikel4- Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 1 augustus 2017.

Zij heft op en vervangt artikel 22 van de collectieve arbeidsovereenkomst van 14 december 2012 houdende coördinatie en wijziging van de arbeids- en loonvoorwaarden (113207/co/201).

Artikel 5 - Zij is gesloten voor een onbepaalde tijd en mag slechts worden opgezegd door een van de ondertekenende partijen en zulks mits een opzegging van drie maanden betekend bij een ter post aangetekende brief, gericht aan de voorzitter van het Paritair comité voor de zelfstandige kleinhandel en aan de ondertekenende organisaties van deze collectieve arbeidsovereenkomst.

COMMISSION PARITAIRE DU COMMERCE DE DETAIL INDEPENDANT

CP 201

CONVENTION COLLECTIVE DE TRAVAIL DU 4 SEPTEMBRE 2017 RELATIVE AU SURSALAIRE POUR LES PRESTATIONS DE TRAVAIL APRÈS DIX- NEUF HEURES

CHAPITRE I - CHAMP D'APPLICATION

Article 1 - § 1. La présente convention collective de travail s'applique aux employeurs et aux employés des entreprises ressortissant à la compétence de la Commission paritaire du commerce de détail indépendant.

§2. Par "employés" sont visés les employés masculins et féminins.

Article 2 - §1. Pour déterminer si un employeur occupe 30 travailleurs ou plus, il faut calculer la moyenne d'occupation au cours du 4e trimestre de « l'année civile -2 » et du 1er au 3e trimestre inclus de « l'année civile -1 ». La moyenne est obtenue en divisant le nombre total de travailleurs en service à la fin de chacun des trimestres visés par le nombre de trimestres pour lesquels une déclaration a été introduite.

§2. En cas de première année d'occupation, le nombre à prendre en compte est le nombre de travailleurs occupés au dernier jour du premier trimestre civil pour lesquels une déclaration a été introduite à l'Office national de sécurité sociale.

CHAPITRE II - SURSALAIRE POUR LES PRESTATIONS DE TRAVAIL APRÈS DIX-NEUF HEURES

Article 3 - Dans les firmes occupant plus de 30 personnes, il est accordé aux employés, pour la durée du travail exécuté après dix-neuf heures, une indemnité qui dépasse de 25 % la rémunération ordinaire.

Pour le calcul de l'effectif, le personnel employé à temps partiel est considéré respectivement comme demi-unité ou comme unité entière, dans la mesure où le contrat de travail prévoit respectivement moins ou plus que la moitié de la durée du travail hebdomadaire.

CHAPITRE III - DISPOSITIONS FINALES

Article 4- La présente convention collective de travail entre en vigueur le 1er août 2017.

Elle supprime et remplace l'article 22 de la convention collective de travail du 14 décembre 2012 portant coordination et modification des conditions de travail et de rémunération (113207/co/201).

Article 5 - Elle est conclue pour une durée indéterminée et ne peut être dénoncée que par une des parties signataires et ce moyennant un préavis de trois mois notifié par lettre recommandée à la poste, adressée au président de la Commission paritaire du commerce de détail indépendant et aux organisations signataires de la présente convention collective de travail.

PARITAIR COMITE VOOR DE ZELFSTANDIGE KLEINHANDEL

PC 201

COLLECTIEVE ARBEIDSOVEREENKOMST VAN 4 SEPTEMBER 2017 BETREFFENDE DE EINDEJAARSPREMIE

HOOFDSTUK I - TOEPASSINGSGEBIED

Artikel 1 - § 1. Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de werkgevers en op de bedienden van de ondernemingen welke ressorteren onder het Paritair comité voor de zelfstandige kleinhandel.

§2. Met "bedienden" worden de mannelijke en vrouwelijke bedienden bedoeld.

HOOFDSTUK II - TOEKENNINGSVOORWAARDEN

Artikel 2 - Een eindejaarspremie wordt toegekend aan de bedienden die in dienst zijn op 31 december van het refertejaaren op diezelfde datum ten minste zes maanden anciënniteit hebben in de onderneming.

Artikel 3- Ingeval zij het bedrijf verlaten voor de datum van de uitbetaling van de eindejaarspremie voorzien in deze collectieve arbeidsovereenkomst, hebben de werknemers eveneens recht op een eindejaarspremie. Deze premie wordt berekend pro rata de tewerkgestelde maanden in het respectievelijke referentiejaar en voor zover zij op het moment van hun vertrek een anciënniteit van tenminste zes maanden in de onderneming hebben.

De eindejaarspremie is ook verschuldigd bij beëindiging van de overeenkomst omwille van rustpensioen en vervroegd pensioen.

De eindejaarspremie is niet verschuldigd in geval van ontslag om dringende redenen en evenmin indien de werknemer zelf ontslag neemt.

Voor de werknemers die op het ogenblik van de uitbetaling van de premie door tijdskrediet, palliatief verlof, verlof voor verzorging van zwaar ziek familielid of ouderschapsverlof, niet aanwezig zijn in de onderneming, wordt de premie geproratiseerd in functie het aantal maanden die effectief werden gepresteerd.

HOOFDSTUK III - BEDRAG

Artikel 4 - Het bedrag van de eindejaarspremie is vastgesteld:

1)voor de bedienden die gedurende het ganse refertejaar in de onderneming zijn tewerkgesteld geweest op 100% van het maandloon

2)voor de andere bedienden die op

31 december van het refertejaar ten minste zes maand anciënniteit in de onderneming hebben op één twaalfde van de voormelde eindejaarspremie per volledige maand tewerkstelling.

Artikel 5 - Het bedrag van de eindejaarspremie mag niet worden verminderd voor afwezigheden wegens opname van jaarlijkse vakantie, wettelijke feestdagen, bij CAO vastgestelde inactiviteitdagen, kort verzuim, verlof om dwingende redenen, beroepsziekte of arbeidsongeval.

Voor de eerste 30 dagen afwezigheid wegens ziekte of ongeval, bevallingsrust of vaderschapsverlof voor de werknemer waarvan de vrouw in de onmogelijkheid is de bevallingsrust op te nemen, wordt het bedrag van de eindejaarspremie evenmin verminderd.

HOOFDSTUK IV - BEREKENINGSWIJZE

1.Bedienden waarvan het loon vast is

Artikel 6 - Voor de bedienden waarvan het loon vast is, wordt de eindejaarspremie berekend op basis van het gemiddelde van het effectief ontvangen loon van al de geleverde prestaties van het betrokken jaar.

2.Filiaalhouders en bedienden die volledig of gedeeltelijk met commissieloon zijn beloond

Artikel 7 - Voor de filiaalhouders en de bedienden die volledig of gedeeltelijk met commissieloon worden beloond, wordt de eindejaarspremie berekend op het maandelijks gemiddelde van de vaste en veranderlijke brutolonen welke werden betaald gedurende het betrokken jaar.

HOOFDSTUK V - UITSLUITINGEN

Artikel 8 - De bepalingen van dit hoofdstuk zijn niet van toepassing :

1)Op de ondernemingen welke in de loop van het betrokken jaar ten minste een evenwaardig voordeel toekennen, onder welke benaming ook, hetzij onder de vorm van een conventionele premie, hetzij bij wijze van gift;

2)Op de ondernemingen welke op hun niveau bij overeenkomst de lonen en andere arbeidsvoorwaarden van hun bedienden regelen, voor zover de bij bedoelde ondernemingsovereenkomst toegekende voordelen samen genomen ten minste gelijk zijn aan de voordelen voorzien in deze collectieve arbeidsovereenkomst.

HOOFDSTUK VI - BETALINGSDATUM

Artikel 9- Het bedrag van de eindejaarspremie is eisbaar en moet worden uitgekeerd ten laatste tussen 15 en 31 decembervan ieder jaar.

HOOFDSTUK VII - SLOTBEPALINGEN

Artikel 10 - Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 1 augustus 2017.

Zij heft op en vervangt artikel 34 tot en met 41 van de collectieve arbeidsovereenkomst van 14 december 2012 houdende coördinatie en wijziging van de arbeids- en loonvoorwaarden (113207/co/201).

Artikel 11 - Zij is gesloten voor een onbepaalde tijd en mag slechts worden opgezegd door een van de ondertekenende partijen en zulks mits een opzegging van drie maanden betekend bij een ter post aangetekende brief, gericht aan de voorzitter van het Paritair comité voor de zelfstandige kleinhandel en aan de ondertekenende organisaties van deze collectieve arbeidsovereenkomst.

COMMISSION PARITAIRE DU COMMERCE DE DETAIL INDEPENDANT

CP 201

CONVENTION COLLECTIVE DE TRAVAIL DU 4 SEPTEMBRE 2017 RELATIVE A LA PRIME DE FIN D'ANNEE

CHAPITRE I - CHAMP D'APPLICATION

Article 1- § 1. La présente convention collective de travail s'applique aux employeurs et aux employés des entreprises ressortissant à la compétence de la Commission paritaire du commerce de détail indépendant.

§2. Par "employés" sont visés les employés masculins et féminins.

CHAPITRE II - CONDITIONS D'ATTRIBUTION

Article 2 - Une prime de fin d'année est octroyée aux employés qui sont en service au 31 décembre de l'année de référence et qui, à la même date, ont au moins six mois d'ancienneté au sein de l'entreprise.

Article 3- Au cas où ils quittent l'entreprise avant la date de paiement de la prime de fin d'année prévue dans la présente convention collective de travail, les travailleurs ont également droit à une prime de fin d'année. Cette prime sera calculée au prorata des mois d'occupation dans l'année de référence respective et pour autant qu'au moment de leur départ ils aient une ancienneté d'au moins six mois dans l'entreprise.

Une prime de fin d'année est également due en cas de fin du contrat de travail pour départ à la retraite ou à la retraite anticipée.

La prime de fin d'année n'est pas due en cas de licenciement pour motif grave ni lorsque le travailleur donne sa démission.

Pour les travailleurs qui au moment du paiement de la prime ne sont pas présents dans l'entreprise en raison de crédit-temps, congé palliatif, congé pour soins d'un membre de la famille gravement malade ou congé parental, la prime sera proratisée en fonction du nombre de mois qui ont été prestés effectivement.

CHAPITRE III - MONTANT

Article 4- Le montant de la prime de fin d'année est fixé :

1)pour les employés qui ont été occupés par l'entreprise pendant toute l'année de référence à 100% du salaire mensuel

2)pour les autres employés qui le

31 décembre de l'année de référence ont au moins six mois d'ancienneté dans l'entreprise à un douzième de la prime de fin d'année précitée par mois complet d'occupation.

Article 5 - Le montant de la prime de fin d'année ne peut être réduit pour des absences en raison de prise de congé annuel, jours fériés légaux, jours d'inactivité fixés par CCT, petit chômage, congé pour raisons impérieuses, maladie professionnelle ou accident de travail.

Pour les 30 premiers jours d'absence pour maladie ou accident, repos d'accouchement ou congé de paternité pour le travailleur dont la femme est dans l'impossibilité de prendre le repos d'accouchement, le montant de la prime de fin d'année ne sera pas réduit non plus.

CHAPITRE IV - MODE DE CALCUL

1.Employés dont la rémunération est fixe

Article 6 - Pour les employés dont la rémunération est fixe, la prime de fin d'année est calculée sur la base de la moyenne de la rémunération effectivement perçue pour toutes les prestations fournies au cours de l'année concernée.

2.Gérants et employés rémunérés totalement ou partiellement à la commission

Article 7- Pour les gérants et les employés qui sont rémunérés totalement ou partiellement à la commission, la prime de fin d'année est calculée sur la moyenne des rémunérations brutes fixes et variables payées au cours de l'année concernée.

CHAPITRE V - EXCLUSIONS

Article 8 - Les dispositions du présent chapitre ne s'appliquent pas :

1)Aux entreprises qui accordent dans le courant de l'année concernée, un avantage au moins équivalent, quelle que soit sa dénomination, soit sous forme de prime conventionnelle, soit à titre de libéralité;

2)Aux entreprises réglant à leur niveau par convention les rémunérations et autres conditions de travail des employés pour autant que les avantages consentis par la convention d'entreprise visée soient globalement au moins équivalents aux avantages prévus par la présente convention collective de travail.

CHAPITRE VI - DATE DE PAIEMENT

Article 9 - Le montant de la prime de fin d'annéi est exigible et doit être payé entre le 15 et le 31 décembre de chaque année au plus tard.

CHAPITRE VII - DISPOSITIONS FINALES

Article 10 - La présente convention collective de travail entre en vigueur le 1er août 2017.

Elle supprime et remplace l'article 34 jusqu'au 41 de la convention collective de travail du 14 décembre 2012 portant coordination et modification des conditions de travail et de rémunération (113207/co/201).

Article 11 - Elle est conclue pour une durée indéterminée et ne peut être dénoncée que par une des parties signataires et ce moyennant un préavis de trois mois notifié par lettre recommandée à la poste, adressée au président de la Commission paritaire du commerce de détail indépendant et aux organisations signataires de la présente convention collective de travail.

PARITAIR COMITE VOOR DE ZELFSTANDIGE KLEINHANDEL

PC 201

COLLECTIEVE ARBEIDSOVEREENKOMST VAN 4 SEPTEMBER 2017 BETREFFENDE DE BIJDRAGE VOOR HET SOCIAAL FONDS

HOOFDSTUK I - TOEPASSINGSGEBIED

Artikel 1 - §1. Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de werkgevers en bedienden van de ondernemingen die tot de bevoegdheid van het Paritair Comité voor de zelfstandige kleinhandel behoren.

§2. Onder "bedienden" wordt verstaan, de mannelijke en vrouwelijke bedienden.

Artikel 2 - §1. Om uit te maken of een werkgever 20 of meer werknemers tewerkstelt, moet men het gemiddelde berekenen van de tewerkstelling tijdens het 4de kwartaal van het 'kalenderjaar -2' en het lste tot en met het 3de kwartaal van het 'kalenderjaar -1'. Het gemiddelde wordt verkregen door het totaal aantal werknemers in dienst op het einde van ieder van de bedoelde kwartalen te delen door het aantal kwartalen waarvoor een aangifte werd ingediend.

§2. Bij het eerste jaar tewerkstelling is het in aanmerking te nemen aantal het aantal werknemers tewerkgesteld op de laatste dag van het eerste burgerlijk kwartaal waarvoor betrokken onderneming een aangifte bij de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid heeft ingediend.

HOOFDSTUK II - BIJDRAGE TEN VOORDELE VAN DE TEWERKSTELLING VAN DE RISICOGROEPEN

Artikel 3 - Vanaf 1 januari 2013 wordt de bijdrage van de werkgevers ten voordele van de tewerkstelling van risicogroepen vastgesteld op 0,10 pet. van het volledige loon der bedienden bedoeld in artikel 23 van de wet van 29 juni 1981 houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers.

Artikel 4 - Het Sociaal Fonds nr. 201 opgericht binnen het Paritair Comité voor de zelfstandige kleinhandel wordt belast met de vaststelling van de uitvoeringsmodaliteiten voor de aanwending van de opbrengst van de bijdrage van 0,10 pet. bestemd voor de tewerkstelling van risicogroepen en dit op volgende wijze:

-één derde van de loonmassa voor de toekenning van de werknemers van de sector voor de opvang van kinderen op jonge leeftijd evenals voor de toekenning van een premie voor werknemers vanaf 55 jaar die hun arbeidsprestaties met 1/5 verminderen;

-één derde van de loonmassa voor de beroepsopleiding;

-één derde van de loonmassa voor de tewerkstellingspremies.

Artikel 5 - Overeenkomstig het koninklijk besluit van 19 februari 2013 tot uitvoering van artikel 189, vierde lid, van de wet van 27 december 2006 houdende diverse bepalingen (I) (B.S. 8 april 2013), dient 0,05% van de loonmassa aan te rekenen op de voornoemde bijdrage van 0,10%, voorbehouden te worden ten gunste van één of meerdere groepen opgesomd in artikel 1 van het koninklijk besluit van 19 februari 2013. Van de 0,05 % van de loonmassa waarvan hiervoor bepaald, dient de helft besteed te worden aan de werknemers bepaald in artikel 2 van het koninklijk besluit.

HOOFDSTUK III - BIJDRAGE VOOR DE FINANCIERING VAN DE WERKING VAN DE REGIONALE OVERLEGORGANEN

Artikel 6 - Vanaf 1 januari 2013 wordt de bijdrage van de werkgevers behorende tot de niet-voedingssector (Nacecode 47192 en 47191 en deze van 47740 tot en met 47789) en vanaf 20 werknemers, voorzien voor de financiering van de werking van der regionale overlegorganen vastgesteld op 0,40 pet..

HOOFDSTUK IV - INNINGMODALITEITEN

Artikel 7 - De bijdragen worden geïnd en ingevorderd door de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid volgens zijn eigen inningsmodaliteiten.

HOOFDSTUK V - SLOTBEPALINGEN

Artikel 8 - Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 1 augustus 2017.

Zij vervangt de collectieve arbeidsovereenkomst van 20 december 2013 betreffende de bijdrage voor het Sociaal Fonds (I20169/C0/201).

Artikel 9 - Zij is gesloten voor een onbepaalde tijd en mag slechts worden opgezegd door een van de ondertekenende partijen en zulks mits een opzegging van drie maanden betekend bij een ter post aangetekende brief, gericht aan de voorzitter van het Paritair comité voor de zelfstandige kleinhandel en aan de ondertekenende organisaties van deze collectieve arbeidsovereenkomst.

COMMISSION PARITAIRE DU COMMERCE DE DETAIL INDEPENDANT

CP 201

CONVENTION COLLECTIVE DE TRAVAIL DU 4 SEPTEMBRE 2017 RELATIVE À LA COTISATION AU FONDS SOCIAL

CHAPITRE I - CHAMP D'APPLICATION

Article 1 - §1. La présente convention collective de travail s'applique aux employeurs et employés des entreprises relevant de la compétence de la Commission paritaire du commerce de détail indépendant.

§2. On entend par "employés", les employés et les employées.

Article 2 - §1. Pour déterminer si un employeur occupe 20 travailleurs ou plus, il faut calculer la moyenne d'occupation au cours du 4e trimestre de « l'année civile -2 » et du 1er au 3e trimestre inclus de « l'année civile -1 ». La moyenne est obtenue en divisant le nombre total de travailleurs en service à la fin de chacun des trimestres visés par le nombre de trimestres pour lesquels une déclaration a été introduite.

§2. En cas de première année d’occupation, le nombre à prendre en compte est le nombre de travailleurs occupés au dernier jour du premier trimestre civil pour lesquels une déclaration a été introduite à l'Office national de sécurité sociale.

CHAPITRE II - COTISATION EN FAVEUR DE LA MISE À L'EMPLOI DES GROUPES À RISQUE

Article 3- A partir du 1er janvier 2013, la cotisation des employeurs en faveur de la mise à l'emploi des groupes à risque est fixée à 0,10 p.c. du salaire total des employés, visé à l'article 23 de la loi du 29 juin 1981 établissant les principes généraux de la sécurité sociale des travailleurs salariés.

Article 4 - Le Fonds Social n° 201, établi au sein de la Commission Paritaire du commerce de détail indépendant, est chargé de fixer les modalités d'exécution et d'utilisation des recettes de la cotisation de 0,10 p.c. destinée à la mise à l'emploi des groupes à risque et ce, de la façon suivante :

-un tiers de la masse salariale pour l'octroi d'une allocation aux travailleurs du secteur pour l'accueil des enfants en bas âge de même que pour l'octroi d'une prime aux travailleurs à partir de 55 ans qui réduisent leurs prestations de travail d'1/5 ;

-un tiers de la masse salariale pour la formation professionnelle ;

-un tiers de la masse salariale pour les primes à l'emploi.

Article 5 - Conformément à l'arrêté royal du 19 février 2013 portant exécution de l'article 189, 4e alinéa, de la loi du 27 décembre 2006 portant des dispositions diverses (I) (M.B. 8 avril 2013), 0,05% de la masse salariale à imputer sur la cotisation de 0,10% doivent être réservés en faveur d'un ou plusieurs groupe(s) cités à l'article 1er de l'arrêté royal du 19 février 2013. De ces 0,05% de la masse salariale, la moitié doit être consacrée aux travailleurs stipulés à l'article 2 de l'arrêté royal.

CHAPITRE III - COTISATION POUR LE FINANCEMENT DU FONCTIONNEMENT DES ORGANES RÉGIONAUX DE CONCERTATION

Article 6- A partir du 1 janvier 2013, la cotisation prévue pour le financement du fonctionnement des organes régionaux de concertation est fixée à 0,40 p.c. pour les employeurs appartenant au secteur non- alimentaire (code Nace 47192 et 47191 et celui de 47740 jusqu'au 47789 inclus) qui occupent 20 travailleurs ou plus.

CHAPITRE IV - MODALITÉS DE PERCEPTION

Article 7 - Les cotisations sont perçues par l'Office National de Sécurité Sociale selon ses propres modalités de perception.

CHAPITRE V - DISPOSITIONS FINALES

Article 8 - La présente convention collective de travail entre en vigueur le 1er août 2017.

Elle remplace la convention collective du 20 décembre 2013 relative à la cotisation au Fonds social (I20169/C0/201).

Article 9 - Elle est conclue pour une durée indéterminée et ne peut être dénoncée que par une des parties signataires et ce moyennant un préavis de trois mois notifié par lettre recommandée à la poste, adressée au président de la Commission paritaire du commerce de détail indépendant et aux organisations signataires de la présente convention collective de travail.

PARITAIR COMITE VOOR DE ZELFSTANDIGE KLEINHANDEL

PC 201

COLLECTIEVE ARBEIDSOVEREENKOMST VAN 4 SEPTEMBER 2017 BETREFFENDE DE WAARBORG VAN EEN GEMIDDELD MINIMUM MAANDINKOMEN

HOOFDSTUK I - TOEPASSINGSGEBIED

Artikel 1 - §1. Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de werkgevers en bedienden van de ondernemingen die tot de bevoegdheid van het Paritair Comité voor de zelfstandige kleinhandel behoren.

§2. Onder "bedienden" wordt verstaan, de mannelijke en vrouwelijke bedienden.

Artikel 2 - §1. Om uit te maken of een werkgever 20 of meer werknemers tewerkstelt, moet men het gemiddelde berekenen van de tewerkstelling tijdens het 4de kwartaal van het 'kalenderjaar -2' en het lste tot en met het 3de kwartaal van het 'kalenderjaar -1'. Het gemiddelde wordt verkregen door het totaal aantal werknemers in dienst op het einde van ieder van de bedoelde kwartalen te delen door het aantal kwartalen waarvoor een aangifte werd ingediend.

§2. Bij het eerste jaar tewerkstelling is het in aanmerking te nemen aantal het aantal werknemers tewerkgesteld op de laatste dag van het eerste burgerlijk kwartaal waarvoor betrokken onderneming een aangifte bij de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid heeft ingediend.

Artikel 3 - Deze collectieve arbeidsovereenkomst is niet van toepassing:

-op de bedienden die gewoonlijk zijn tewerkgesteld gedurende een periode welke minder dan één kalendermaand bedraagt;

-op de personen die zijn tewerkgesteld in een familieonderneming waar gewoonlijk alleen bloedverwanten, aanverwanten of pleegkinderen arbeid verrichten onder het uitsluitend gezag van de vader, de moeder of de voogd.

HOOFDSTUK II - BEGINSELEN

Artikel 4- Op 1 augustus 2017 is het volgend gemiddeld minimum maandinkomen van toepassing:

a)Ondernemingen met minder dan 20 werknemers

i. Werknemers met een vast contract


Leeftijd / Age

%

-6m anc.

+6m anc.

+12m

anc.

22

 

 

 

1687.10

21

100%

1598.71

1640.19

1687.10

20

 

1562.59

1604.59

1622.48

19

 

1562.59

1604.06

1604.06

18

 

1562.59

1562.59

1562.59

17

76%

1215.02

1246.54

1282.20

<16

70%

1119.10

1148.13

1180.97

 


ii. Studenten

Leeftijd / Age

%

-6m anc.

+6m anc.

+12m

anc.

22

 

 

 

1687.10

21

100%

1598.71

1640.19

1687.10

20

94%

1502.79

1541.78

1585.87

19

88%

1406.86

1443.37

1484.65

18

82%

1310.94

1344.96

1383.42

17

76%

1215.02

1246.54

1282.20

<16

70%

1119.10

1148.13

1180.97

 

b) Ondernemingen met 20 of meer werknemers

i. Werknemers met een vast contract

Leeftijd / Age

22

%

-6m anc.

+6m anc.

+12m

anc.

1697.62

21

100%

1609.24

1650.73

1697.62

20

 

1562.59

1604.06

1622.48

19

 

1562.59

1604.06

1604.06

18

 

1562.59

1562.59

1562.59

17

76%

1223.02

1254.55

1290.19

<16

70%

1126.47

1155.51

1188.33

 


ii. Studenten

Leeftijd / Age

%

-6m anc.

+6m anc.

+12m

anc.

22

21

100%

1609.24

1650.73

1697.62

1697.62

20

94%

1512.69

1551.69

1595.76

19

88%

1416.13

1452.64

1493.91

18

82%

1319.58

1353.60

1392.05

17

76%

1223.02

1254.55

1290.19

S16

70%

1126.47

1155.51

1188.33

 


Artikel 5 - Voor het bediendepersoneel dat met onvolledige dienstbetrekking is tewerkgesteld, wordt het gewaarborgd gemiddeld minimum maandinkomen, bepaald in artikel 4 berekend naar rata van de duur van de maandelijkse arbeidsprestatie.

Artikel 6 - Voor de toepassing van deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt onder "gemiddeld minimum maandinkomen" verstaan:

-het maandloon dat is gewaarborgd door de loonschalen welke zijn vastgesteld door het paritair comité, de ondernemingsovereenkomsten of de individuele arbeidsovereenkomsten voor bedienden. In het maandloon moet zowel het vaste als het veranderlijke gedeelte worden begrepen;

-de tegenwaarde per maand van de premies en andere voordelen, eventueel in natura betaald, welke worden toegekend krachtens collectieve arbeidsovereenkomsten, ondernemingsovereenkomsten, individuele arbeidsovereenkomsten voor bedienden of de gebruiken.

Artikel 7 - Worden evenwel uitgesloten voor de bepaling van het gemiddeld minimum maandinkomen:

-de aanvullingen voor overwerk bepaald door artikel 29, § 1, van de arbeidswet van 16 maart 1971;

-de voordelen welke worden bedoeld in de bepalingen van artikel 19, § 2, van het koninklijk besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders;

-de premies of vergoedingen welke worden uitgekeerd wegens werkelijke door de bedienden gedragen kosten;

-de wettelijke en aanvullende sociale prestaties die worden toegekend naar aanleiding van schorsingsperiodes van de arbeidsovereenkomst zoals: ziekte- uitkeringen, werkloosheidsuitkeringen bij gedeeltelijke werkloosheid, enkel en dubbel vakantiegeld.

HOOFDSTUK III-TOEPASSINGSMODAL1TE1TEN

Artikel 8- §1. Op het ogenblik van de betaling van de eindejaarspremie wordt een afrekening opgemaakt van de betaalde maandlonen alsook van de andere toegekende voordelen waarvan sprake in artikel 6 van deze collectieve arbeidsovereenkomst, gedurende de voorafgaande twaalf maanden of het effectief gepresteerde gedeelte van deze twaalf maanden.

§2. Wanneer de afrekening waarvan sprake in § 1 lager is dan het totaal van de maandbedragen van het gemiddeld minimum maandinkomen dat wordt gewaarborgd door deze collectieve arbeidsovereenkomst voor de periode waarvoor de afrekening vermeld in § 1 werd opgemaakt, wordt het verschil als complement betaald op het ogenblik van de betaling van de eindejaarspremie.

§3. In geval van beëindiging van de arbeidsovereenkomst vóór de in dit artikel voorziene datum wordt de gebeurlijke aanpassing gedaan op het ogenblik zelf van de beëindiging.

Artikel 9- §1. Voor de bedienden die volledig of gedeeltelijk met een veranderlijk loon worden betaald, wordt het gemiddeld minimum maandinkomen berekend op basis van het gemiddelde van de maandinkomens van de laatste twaalf maanden of het effectief gepresteerde gedeelte van deze twaalf maanden.

§2. Voor de bepalingen van het gemiddeld minimum maandinkomen wordt geen rekening gehouden met onvolledige werkmaanden.

HOOFDSTUK IV- KOPPELING AAN DE GEZONDHEIDSINDEX

Artikel 10 - §1. Het gewaarborgd gemiddeld minimum maandinkomen wordt gekoppeld aan de gezondheidsindex zoals bepaald in de collectieve arbeidsovereenkomst van 4 september 2017 betreffende de indexatie van de lonen.

§2. Het bedrag van het gemiddeld minimum maandinkomen vastgesteld in artikel 4 staat tegenover het referte-indexcijfer 102,02, spil van de stabilisatieschijf 100,01 -102,02 -104,06.

HOOFDSTUK V - SLOTBEPALINGEN

Artikel 11 - Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 1 augustus 2017.

Zij vervangt de collectieve arbeidsovereenkomst van 18 december 2014 betreffende de waarborg van een gemiddeld minimum revenu minimum maandinkomen (125194/co/201).

Artikel 12 - Zij is gesloten voor een onbepaalde tijd en mag slechts worden opgezegd door een van de ondertekenende partijen en zulks mits een opzegging van drie maanden betekend bij een ter post aangetekende brief, gericht aan de voorzitter van het Paritair comité voor de zelfstandige kleinhandel en aan de ondertekenende organisaties van deze collectieve arbeidsovereenkomst.

COMMISSION PARITAIRE DU COMMERCE DE DETAIL INDEPENDANT

CP 201

CONVENTION COLLECTIVE DE TRAVAIL DU 4 SEPTEMBRE 2017 RELATIVE AU REVENU MENSUEL MINIMUM MOYEN GARANTI

CHAPITRE I - CHAMP D'APPLICATION

Article 1 - §1. La présente convention collective de travail s'applique aux employeurs et employés des entreprises relevant de la compétence de la Commission paritaire du commerce de détail indépendant.

§2. On entend par "employés", les employés et les employées.

Article 2 - §1. Pour déterminer si un employeur occupe 20 travailleurs ou plus, il faut calculer la moyenne d'occupation au cours du 4e trimestre de « l'année civile -2 » et du 1er au 3e trimestre inclus de « l'année civile -1 ». La moyenne est obtenue en divisant le nombre total de travailleurs en service à la fin de chacun des trimestres visés par le nombre de trimestres pour lesquels une déclaration a été introduite.

§2. En cas de première année d'occupation, le nombre à prendre en compte est le nombre de travailleurs occupés au dernier jour du premier trimestre civil pour lesquels une déclaration a été introduite à l'Office national de sécurité sociale.

Article 3 - La présente convention collective de travail ne s'applique pas :

-aux employés qui sont habituellement occupés au travail durant des périodes inférieures à un mois civil;

-aux personnes occupées dans une entreprise familiale où ne travaillent habituellement que des parents, des alliés ou des pupilles sous l'autorité exclusive du père, de la mère ou du tuteur.

CHAPITRE II - PRINCIPES

Article 4- Le 1er août 2017, le revenu minimum mensuel moyen suivant est applicable:

a)Entreprises avec moins de 20 travailleurs

i. Travailleurs avec un contrat fixe

Leeftijd / Age

%

-6m anc.

+6m anc.

+12m

anc.

22

 

 

 

1687.10

21

100%

1598.71

1640.19

1687.10

20

 

1562.59

1604.59

1622.48

19

 

1562.59

1604.06

1604.06

18

 

1562.59

1562.59

1562.59

17

76%

1215.02

1246.54

1282.20

<16

70%

1119.10

1148.13

1180.97

 


ii. Etudiants

Leeftijd / Age

%

-6m anc.

+6m anc.

+12m

anc.

22