New5

PARITAIR COMITE VOOR DE GROTE KLEINHANDELSZAKEN

PC 311

SECTORAKKOORD 2017-2018 VAN 3 JULI 2017

Dit akkoord is van toepassing op de werkgevers en de werknemers van de ondernemingen die ressorteren onder het Paritair comité voor de grote kleinhandelszaken (PC 311).

Met "werknemers" worden de mannelijke en vrouwelijke werknemers bedoeld.

A.KOOPKRACHT

1.Invulling loonmarge

Voor de bedienden worden het gemiddeld minimum maandinkomen, de barema's en de werkelijk betaalde maandlonen vanaf 1 juli 2017 verhoogd met 25 euro bruto per maand.

Voor de arbeiders worden het gemiddeld minimum maandinkomen, de barema's en de werkelijk betaalde uurlonen vanaf 1 juli 2017 verhoogd met 0,1648 euro bruto per uur.

In december 2017 zal aan de voltijdse werknemers in dienst op 30 november 2017 een éénmalige premie van 70 euro bruto toegekend worden. De premie zal betaald worden samen met de eindejaarspremie.

Aan de deeltijdse werknemers zullen deze voordelen naar verhouding tot hun prestaties toegekend worden.

2.Ecocheques - Omzetting in de ondernemingen

Een ondernemingscao gesloten vóór 30 september 2017 kan de ecocheques toegekend op basis van de collectieve arbeidsovereenkomst van 21 september 2015 betreffende de ecocheques omzetten.

Bij gebrek aan ondernemingscao afgesloten vóór deze datum, blijft de suppletieve sectorale regeling van de ecocheques automatisch van toepassing.

De totale patronale kost van de omgezette voordelen mag in geen geval hoger zijn dan de totale patronale kost van de toepassing van de netto-verhoging in schijven zoals voorzien in het sectorale suppletieve stelsel, alle lasten inbegrepen voor de werkgevers.

In dat kader kan van de schijven van het sectoraal suppletief systeem worden afgeweken.

Bedrijfsonderhandelingen kunnen enkel betrekking hebben op de omzetting van de ecocheques.

3.Omzetting premies na verandering PC

In ondernemingen die zijn overgestapt vanuit een ander paritair comité naar het paritair comité van de grote kleinhandelszaken, kan de premie van 70 euro vastgelegd door de collectieve arbeidsovereenkomst van 21 september 2015 tot toekenning van een jaarlijkse premie in uitvoering van het sectorakkoord 2005-2006 en de premie van 250 euro vastgelegd door de collectieve arbeidsovereenkomst van 21 september 2015 tot toekenning van een jaarlijkse premie in uitvoering van het sectorakkoord 2015-2016 worden omgezet in evenwaardige voordelen bij collectieve arbeidsovereenkomst gesloten op bedrijfsvlak.

B.SYNDICALE WERKING

1.Syndicale premie

Vanaf 2018 en onder voorbehoud van vrijstelling van RSZ en bedrijfsvoorheffing, wordt de korting op de syndicale bijdrage verhoogd naar:

-145 euro perjaar voor werknemers die een normale syndicale bijdrage in de vereiste vormen betaald hebben op het ogenblik van de betaling van de korting normale dans les formes requises au moment du paiement de la ristourne

-72,50 euro perjaarvoor werknemers die een beperkte syndicale bijdrage in de vereiste vormen betaald hebben op het ogenblik van de betaling van de korting, evenals voor de werknemers die op brugpensioen zijn.

2.Verhoging tussenkomst syndicale vorming vanuit het sociaal fonds

Vanaf 2018 wordt het jaarlijks budget voor de tussenkomst voor de syndicale vorming verhoogd tot 107,500 euro.

C.TIJDSKREDIET

Op 1 april 2017 is het nationale kader voor tijdskrediet (cao nr. 103) gewijzigd. In het kader hiervan wordt ook de sectorale collectieve arbeidsovereenkomst als volgt aangepast:

-Het recht op tijdskrediet zonder motief wordt geschrapt;

-Het recht op tijdskrediet met motief voor zorgmotieven wordt uitgebreid tot 51 maanden.

Vanaf 1 januari 2018 heeft het niet-uitvoerend winkelpersoneel, met uitzondering van de store manager, recht op een l/5de loopbaanvermindering in het kader van landingsbanen.

In toepassing van cao nr. 127, in de NAR gesloten op 21 maart 2017, wordt voor de toekenning van uitkeringen zoals voorzien in het Koninklijk Besluit van 12 december 2001, voor de periode 2017-2018 de leeftijdsgrens op 55 jaar gebracht voor de werknemers die in toepassing van art. 8 §1 van cao nr. 103 hun arbeidsprestaties verminderen tot halftijdse prestaties, of hun arbeidsprestaties met een vijfde verminderen, en dit voor zover de werknemer op het ogenblijk van de schriftelijke kennisgeving aan de werkgever in de voorwaarden van de cao nr. 127 valt.

D.STELSELS VAN WERKLOOSHEID MET BEDRIJFSTOESLAG

Werkloosheid met bedrijfstoeslag voor werknemers met een beroepsloopbaan van 33 jaar in een zwaar beroep

Aan de ontslagen werknemers die voldoen aan de voorwaarden vastgelegd in cao nr. 120 en cao nr. 121 wordt het voordeel van het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag toegekend.

Werkloosheid met bedrijfstoeslag voor werknemers met een beroepsloopbaan van 35 jaar in een zwaar beroep

Aan de ontslagen werknemers die voldoen aan de voorwaarden vastgelegd in artikel 3, § 3 van het koninklijk besluit van 3 mei 2007 tot regeling van het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag en cao nr. 122 wordt het voordeel van het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag toegekend.

Werkloosheid met bedrijfstoeslag voor werknemers met een beroepsloopbaan van 40 jaar

Aan de ontslagen werknemers die voldoen aan de voorwaarden vastgelegd in cao nr. 124 en cao nr. 125 wordt het voordeel van het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag toegekend.

Beschikbaarheid

In uitvoering van artikel 22, § 3, lid 5 van het koninklijk besluit van 3 mei 2007 tot regeling van het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag wordt de leeftijd vermeld in artikel 22, § 3, lid 4,1° op 60 jaar gebracht voor de periode van 1 januari 2017 tot 31 december 2017 en op 61 jaar voor de periode van 1 januari 2018 tot 31 december 2018.

E.OPLEIDING

In uitvoering van artikel 12,1° van de Wet van 5 maart 2017 betreffende werkbaar en wendbaar werk, wordt voor het geheel van de sector een opleidingsinspanning voorzien die minstens gelijkwaardig is aan een opleidingsinspanning van twee dagen gemiddeld perjaar, per voltijds equivalent voor de jaren 2017-2018.

De sociale partners verbinden zich ertoe een werkgroep samen te brengen met het oog op een doorlichting van de opleiding in de sector en de uitwerking van een groeipad.

F.RISICOGROEPEN

1.Verderzetting huidige tussenkomsten van het Sociaal fonds inzake tewerkstellingsmaatregelen

Alle huidige tussenkomsten van het Sociaal fonds inzake tewerkstellingsmaatregelen, blijven behouden bij ongewijzigde wetgeving.

Bij wijziging van de wetgeving zullen de sociale partners samen overleggen over de verderzetting van de tussenkomsten.

2.Verhoging tussenkomst kinderopvang

Voor de jaren 2018 en 2019 wordt het dagbedrag voor de tussenkomst voor kinderopvang vanuit het Sociaal fonds opgetrokken van 2 euro naar 3 euro.

Elk van de 2 ouders heeft per kind recht op de tussenkomst ten belope van een jaarlijks maximum bedrag van 600 euro, als hij minimum 12 volledige maanden anciënniteit heeft in het paritair comité 311 en een arbeidsovereenkomst heeft bij een werkgever van het paritair comité 311 op het moment van de opvang van het kind.

De andere voorwaarden en modaliteiten blijven van toepassing.

Bij afloop van de periode 2018-2019 vindt een evaluatie plaats van de kostprijs.

3.Respect KB Risicogroepen

Overeenkomstig het koninklijk besluit van 19 februari 2013 tot uitvoering van artikel 189, vierde lid, van de wet van 27 december 2006 houdende diverse bepalingen (I) (B.S. 8 april 2013), dient 0.05% van de loonmassa, voorbehouden te worden ten gunste van één of meerdere groepen opgesomd in artikel 1 van het koninklijk besluit van 19 februari 2013. Van de 0.05 % van de loonmassa waarvan hiervoor bepaald, dient de helft besteed te worden aan de werknemers bepaald in artikel 2 van het koninklijk besluit.

De sociale partners verbinden zich ertoe om voor de jaren 2017 en 2018 een sectorale cao te sluiten met respect van de risicogroepen zoals bepaald in het koninklijk besluit van 19 februari 2013, met vermelding van de initiatieven betreffende de kinderopvang, de bovenvermelde tewerkstellingspremies, zoals de andere bestaande initiatieven.

G.VERDERZETTING TUSSENKOMSTEN SOCIAAL FONDS

Onverkort de hierboven vermelde wijzigingen, blijven alle huidige tussenkomsten van het Sociaal fonds inzake

tewerkstellingsmaatregelen, behouden bij ongewijzigde wetgeving en sociale lasten.

Overzicht van tussenkomsten van het fonds :

-Vervanging bruggepensioneerden

-Aanvulling tijdskrediet

-Definitieve arbeidsongeschiktheid

-Aanwervingspremie jongeren - 26 jaar

Specifieke uitleg over toeslag tijdskrediet: Rekening houdend met de wetgeving op moment van ondertekening van onderhavige cao, keert het fonds de aanvulling uit op de RVA-uitkering inzake tijdskrediet in volgende gevallen :

-Halftijds tijdskrediet eindeloopbaan vanaf 60jaar

-Halftijds tijdskrediet eindeloopbaan vanaf 55 jaar in de specifieke gevallen van cao nr. 127: lange loopbanen, zware beroepen (nachtarbeid of ploegenarbeid) en ondernemingen in moeilijkheden/herstructurering

H.ONDERZOEK NAAR DE WERKBAARHEID VAN HET WERK DOORHEEN DE LOOPBAAN

Het Sociaal fonds zal een onderzoek laten uitvoeren door een externe partner, op grond van een lastenboek met tenminste de volgende punten:

-Een ruim onderzoek voeren bij een representatieve groep van bedrijven van PC 311;

-Binnen de bedrijven de functies of taken identificeren die het behoud op het werk tot de wettelijke pensioenleeftijd kunnen bemoeilijken;

-De analyse voeren op grond van objectieve criteria;

-Een analyse maken van de mogelijke oplossingen om de werknemers zolang mogelijk aan het werkte houden;

-Een verslag opstellen in de twee nationale landstalen voor te stellen tijdens een seminarie.

Het Sociaal fonds zal een seminariedag organiseren voorde werknemers- en werkgeversvertegenwoordigers.

I.SECTORAAL KADER KLEDIJVERGOEDING

In toepassing van artikel 6, lid 2 van het koninklijk besluit van 6 juli 2004 betreffende de werkkledij kunnen ondernemingen die dit wensen de werkkledij laten onderhouden door de werknemers mits akkoord binnen de onderneming, voor zover uit de resultaten van de risicoanalyse blijkt dat de werkkledij geen risico vormt voor de gezondheid van de werknemer en zijn directe omgeving.

J. VEILIGHEID - AGRESSIE IN DE WINKEL

1.Seminariedag

Het Sociaal Fonds zal omtrent het thema van agressie in de winkel een seminariedag organiseren voor de werknemers- en werkgeversvertegenwoordigers met het oog op het uitwerken van concrete voorstellen en initiatieven die gericht zijn op het samenbrengen en het versterken van het opleidingsaanbod inzake preventie van agressie in de winkel.

De sociale partners bevelen de ondernemingen aan in hun opleidingsaanbod rekening te houden met deze veiligheidsproblematieken.

2.Risicoanalyse

De bedrijven die dit nog niet gedaan hebben, engageren er zich toe om een risicoanalyse uit te voeren om de problematiek van veiligheid (security), onder meer diefstallen, hold-ups en geldtransporten in kaartte brengen. De resultaten van deze analyse zullen gepresenteerd worden op het CPBW. De werkgevers verbinden er zich toe om op basis van deze risicoanalyse de nodige maatregelen te nemen om de in kaart gebrachte risico's tot een minimum te beperken.

Het eindresultaat zal besproken worden op het paritair comité, inclusief en desgevallend een lijst van de bedrijven die bovenstaande bepalingen niet in acht genomen hebben. Deze bespreking zal gebeuren op initiatief van de meest gerede partij.

K. SOCIALE DIALOOG IN DE SECTOR

De sociale partners verbinden zich ertoe elkaar op regelmatige basis te ontmoeten om over de thema's te spreken die in het bijzonder de sector aanbelangen, zoals winkelopeningstijden en zondagwerk, de structuur van de paritaire comités.

L. SECTORALE WERKGROEPEN

De volgende werkgroepen worden behouden:

-Werkgroep interpretatie sectorcao's

-Werkgroep functieclassificatie

-Werkgroep over de toekomst van de paritaire comités van de detailhandel

-Werkgroep sociale dialoog

-Werkgroep opleiding

De volgende werkgroepen worden opgericht:

-Werkgroep evolutie van de beroepen in de handel

-Werkgroep re-integratie na langdurige ziekte en medische overmacht

-Werkgroep arbeidsorganisatie

M. SLOTBEPALINGEN

1. Verlenging van de cao's van bepaalde duur en/of akkoorden van bepaalde duur

De volgende akkoorden van bepaalde duur worden voortgezet voor de duur van dit akkoord:

-Collectieve arbeidsovereenkomst van 21 september 2015 betreffende de tewerkstelling (129829/CO/311);

-Akkoord van 21 september 2015 over de toekenning van de aanmoedigingspremies voor tijdskrediet in het Vlaams gewest (2015-10491/SAS/311).

2.Sociale vrede

De werknemers en de werkgevers verbinden zich ertoe de sociale vrede te bewaren in de ondernemingen en dit voor de gehele duur van het akkoord. Geen enkele nieuwe eis zal door de partijen worden ingediend op het niveau van de sector of de onderneming tijdens de duurtijd van dit akkoord.

N. DUUR VAN HET AKKOORD

Dit akkoord heeft uitwerking met ingang van 1 juli 2017 en houdt op van kracht te zijn op 30 juni 2019, met uitzondering van de andersluidende bovenstaande bepalingen.

COMMISSION PARITAIRE DES GRANDES ENTREPRISES DE VENTE AU DETAIL

CP 311

ACCORD SECTORIEL 2017-2018 DU 3 JUILLET 2017

Cet accord est d'application aux employeurs et aux travailleurs relevant de la Commission paritaire des grandes entreprises de vente au détail (CP 311).

Par "travailleurs" sont visés les travailleurs masculins et féminins.

A.POUVOIR D'ACHAT

1.Utilisation de la marge salariale

Pour les employés, le revenu mensuel moyen minimum, les barèmes et les salaires mensuels effectivement payés seront majorés de 25 euros bruts par mois à partir du 1er juillet 2017.

Pour les ouvriers, le revenu mensuel moyen minimum, les barèmes et les salaires horaires effectivement payés seront majorés de 0,1648 euro brut par heure à partir du 1er juillet 2017.

En décembre 2017, une prime unique et non récurrente de 70 euros brut sera attribuée aux travailleurs à temps plein en service au 30 novembre 2017. La prime sera versée en même temps que la prime de fin d'année.

Ces avantages seront accordés aux travailleurs à temps partiel proportionnellement à leurs prestations.

2.Éco-chèques - Conversion dans les entreprises

Une CCT d'entreprise conclue avant le 30 septembre 2017 peut convertir les éco- chèques octroyés sur la base de la convention collective de travail du 21 septembre 2015 sur les éco-chèques.

À défaut de CCT d'entreprise conclue avant cette date, le régime sectoriel supplétif des éco-chèques demeurera automatiquement applicable.

Le coût total patronal de ces avantages convertis ne peut en aucun cas être supérieur au coût patronal total de l'application de l'augmentation nette en paliers prévue dans le système sectoriel supplétif, toutes charges comprises pour les employeurs.

Dans ce cadre, il peut être dérogé aux paliers du système sectoriel supplétif.

Les négociations d'entreprise ne peuvent porter que sur la conversion des éco-chèques.

3.Conversion des primes après changement de CP

Dans les entreprises qui sont passées d'une autre commission paritaire à celle des grandes entreprises de vente au détail, la prime de 70 euro fixée par la convention collective de travail du 21 septembre 2015 visant l'octroi d'une prime annuelle en exécution de l'accord sectoriel 2005-2006 et la prime de 250 euros fixée par la convention collective de travail du 21 septembre 2015 visant l'octroi d'une prime annuelle en exécution de l'accord sectoriel 2015-2016 peuvent être converties en des avantages équivalents par convention collective de travail conclue au niveau de l'entreprise.

B.FONCTIONNEMENT SYNDICAL

1.Prime syndicale

À partir du 2018 et sous réserve de dispense de l'ONSS et de précompte professionnel, la ristourne sur la cotisation syndicale est portée à:

-145 euros par an pour les travailleurs qui ont payé une cotisation syndicale

-72,50 euros par an pour les travailleurs qui ont payé une cotisation syndicale limitée dans les formes requises au moment du paiement de la ristourne, ainsi que pour les travailleurs qui sont en prépension.

2.Augmentation de l'intervention du fonds social pour la formation syndicale

A partir de l'année 2018, le montant du budget annuel de l'intervention pour la formation syndicale sera augmenté jusqu'à 1077500 euros.

C.CRÉDIT-TEMPS

Le 1er avril 2017, le cadre national pour le crédit-temps (CCT n° 103) a été modifié. Dans ce cadre, la convention collective de travail sectorielle est également adaptée comme suit :

-Le droit au crédit-temps sans motif est supprimé ;

-Le droit au crédit-temps pour motifs de soins est porté à 51 mois.

À partir du 1er janvier 2018, le personnel de magasin non exécutant, à l'exception du store manager, a droit à une diminution de carrière de 1/5 dans le cadre des emplois de fin de carrière.

En application de la CCT n° 127, conclue au sein du CNT le 21 mars 2017, la limite d'âge pour l'octroi des allocations prévues par l'arrêté royal du 12 décembre 2001, est portée pour la période 2017-2018, à 55 ans pour les travailleurs qui, en application de l'art. 8 § 1 de la CCT n° 103, réduisent leurs prestations de travail à des prestations à mi-temps, ou qui réduisent leurs prestations de travail d'un cinquième, et ce pour autant qu'au moment de la notification écrite à l'employeur, ils remplissent les conditions de la CCT n° 127.

D.REGIMES DE CHOMAGE AVEC COMPLEMENT D'ENTREPRISE

Chômage avec complément d'entreprise pour travailleurs avec 33 ans de carrière dans un métier lourd

Le bénéfice du régime de chômage avec complément d'entreprise est accordé aux travailleurs licenciés qui remplissent les conditions prévues par la CCT n° 120 et la CCT n° 121.

Chômage avec complément d'entreprise pour les travailleurs avec 35 ans de carrière dans un métier lourd

Le bénéfice du régime de chômage avec complément d'entreprise est accordé aux travailleurs licenciés qui remplissent les conditions fixées à l'article 3, § 3 de l'arrêté royal du 3 mai 2007 fixant le régime de chômage avec complément d'entreprise et par la CCT n° 122.

Chômage avec complément d'entreprise pour les travailleurs avec 40 ans de carrière

Le bénéfice du régime de chômage avec complément d'entreprise est accordé aux travailleurs licenciés qui remplissent les conditions prévues par la CCT n° 124 et la CCT n°125.

Disponibilité

En exécution de l'article 22, § 3, alinéa 5 de l'arrêté royal du 3 mai 2007 fixant le régime de chômage avec complément d'entreprise, l'âge indiqué à l'article 22, § 3, alinéa 4,1°, est porté à 60 ans pour la période allant du 1er janvier 2017 au 31 décembre 2017 et à 61 ans pour la période allant du 1er janvier 2018 au 31 décembre 2018.

E.FORMATION

En exécution de l'article 12, 1° de la loi du 5 mars 2017 concernant le travail faisable et maniable, il est prévu pour l'ensemble du secteur un effort de formation qui est au moins équivalent à un effort de formation de deux jours en moyenne par an, par équivalent temps plein, pour les années 2017 et 2018.

Les partenaires sociaux s'engagent à réunir un groupe de travail en vue d'examiner la formation dans le secteur et d'élaborer une trajectoire de croissance.

F.GROUPES À RISQUE

1.Poursuite des interventions actuelles du Fonds social en matière de mesures pour l'emploi

Toutes les interventions actuelles du Fonds social en matière de mesures pour l'emploi seront maintenues, sauf changement légal.

En cas de changement de législation, les partenaires sociaux se concerteront sur la poursuite des interventions.

2.Augmentation de l'intervention pour l'accueil des enfants

Pour les années 2018 et 2019 le montant journalier de l'intervention du Fonds social pour l'accueil d'enfants est augmenté de 2 euros à 3 euros.

Chacun des 2 parents a par enfant droit à l'intervention à raison d'un montant annuel maximal de 600 euros, à condition d'avoir une ancienneté de minimum 12 mois complets dans la commission paritaire 311 et d'être sous contrat de travail chez un employeur de la commission paritaire 311 au moment de l'accueil de l'enfant.

Les autres conditions et modalités restent d'application.

En fin de la période 2018-2019 une évaluation du coût sera réalisée.

3. Respect AR Groupes à risque

Conformément à l'arrêté royal du 19 février 2013 portant exécution de l'article 189,4e paragraphe, de la loi du 27 décembre 2006 portant des dispositions diverses (I) (M.B. 8 avril 2013), 0,05% de la masse salariale doivent être réservés en faveur d'un ou plusieurs groupes cités à l'article 1er de l'arrêté royal du 19 février 2013. De ces 0,05%, la moitié doit être consacrée aux travailleurs stipulés à l'article 2 de l'arrêté royal.

Les partenaires sociaux s'engagent à conclure pour les années 2017 et 2018 une CCT sectorielle dans le respect des groupes à risque comme déterminés par l'arrêté royal du 19 février 2013, reprenant les initiatives relatives à la garde des enfants, aux primes à l'embauche susmentionnées, ainsi que les autres initiatives existantes.

G. PROLONGATION DES INTERVENTIONS DU FONDS SOCIAL

Sans préjudice des modifications susmentionnées, toutes les interventions actuelles du Fonds social dans le cadre de mesures d'emploi sont conservées, sous réserve de législation et charges sociales inchangées.

Aperçu des interventions du fonds :

-Remplacement prépensionnés

-Complément crédit-temps

-Incapacité de travail définitive

-Prime à l'embauche de jeunes de moins de 26 ans

Explication spécification complément crédit- temps :

En tenant compte de la législation au moment de la signature de la présente CCT, Ie fonds verse Ie complément de l'allocation de l'ONEM relative au crédit-temps, dans les cas suivants :

-Crédit-temps fin de carrière à mi- temps à partir de 60 ans

-Crédit-temps fin de carrière à mi- temps à partir de 55 ans dans les cas spécifiques de la CCT n° 127: emploi longue carrière, métiers lourds (travail de nuit ou travail d'équipes) et entreprises en difficultés/restructuration

H.ENQUÊTE SUR LA FAISABILITE DU TRAVAIL AU LONG DE LA CARRIERE

Le Fonds social fera exécuter une enquête par un partenaire externe, sur base d'un cahier des charges reprenant au moins les points suivants:

-Effectuer une large enquête auprès d'un panel représentatif d'entreprises delà CP 311 ;

-Identifier au sein de ses entreprises, les fonctions ou les tâches qui peuvent rendre plus difficile le maintien au travail jusqu'à l'âge de la pension légale ;

-Mener l'analyse sur base de critères objectifs ;

-Faire une analyse des solutions possibles pour maintenir les travailleurs au travail le plus longtemps possible ;

-Réaliser un rapport dans les deux langues nationales à présenter lors d'une journée de séminaire.

Le Fonds social organisera une journée de séminaire à destination des représentants des travailleurs et des employeurs.

I. CADRE SECTORIEL INDEMNITÉ D'HABILLEMENT

En application de l'article 6, al. 2 de l'arrêté royal du 6 juillet 2004 relatif aux vêtements de travail, les entreprises qui le souhaitent peuvent laisser entretenir les vêtements de travail par les travailleurs moyennant accord au sein de l'entreprise, pour autant que les résultats de l'analyse des risques indiquent que les vêtements de travail ne comportent pas un risque pour la santé du travailleur et de son entourage.

J. SECURITE-AGRESSION DANS LES MAGASINS

1.Journée de séminaire

Le Fonds social organisera une journée de séminaire pour les représentants des travailleurs et des employeurs sur le thème des agressions dans les magasins, en vue de formuler des propositions et initiatives concrètes qui visent le rassemblement et le renforcement de l'offre de formation en matière de prévention d'agression dans le magasin.

Les partenaires sociaux recommandent aux entreprises de tenir compte de ces problématiques de sécurité dans leur offre de formation.

2.Analyse de risques

Les entreprises qui ne l'ont pas encore réalisé, s'engagent à procéder à une analyse de risques concernant la problématique de la sécurité (security), entre autres les vols, hold- up et les transports de fonds. Les résultats de cette analyse seront présentés au CPPT. Sur base de cette analyse des risques, les employeurs s'engagent à prendre les mesures nécessaires afin de réduire les risques identifiés au minimum.

Le résultat final sera discuté en Commission Paritaire, en ce compris le cas échéant une liste des entreprises qui n'auraient pas suivi les dispositions précitées. Cette discussion aura lieu à l'initiative de la partie la plus diligente.

K. DIALOGUE SOCIAL DANS LE SECTEUR

Les partenaires sociaux s'engagent à se concerter régulièrement en vue d'aborder les thèmes présentant un intérêt avant tout pour le secteur, comme par exemple les heures d'ouvertures et le travail de dimanche, la structure des commissions paritaires.

L. GROUPES DE TRAVAIL SECTORIELS

Les groupes de travail suivants sont maintenus :

-Groupe de travail interprétation des CCT sectorielles

-Groupe de travail classification des fonctions

-Groupe de travail sur l'avenir des commissions paritaires du commerce de détail

-Groupe de travail dialogue social

-Groupe de travail formation

Les groupes de travail suivants sont créés :

-Groupe de travail évolution des métiers dans le commerce

-Groupe de travail réintégration après maladie de longue durée et force majeure médicale

-Groupe de travail organisation du travail

M. DISPOSITIONS FINALES

1.Prolongation des CCT à durée déterminée et/ou des accords à durée déterminée

Les accords à durée déterminée suivants sont reconduits pour la durée du présent accord :

-Convention collective de travail du 21 septembre 2015 relative à l'emploi (129829/CO/311);

-Akkoord van 21 september 2015 over de toekenning van de aanmoedigingspremies voor tijdskrediet in het Vlaams gewest (2015-10491/SAS/311).

2.Paix sociale

Les travailleurs et les employeurs s'engagent à maintenir la paix sociale dans les entreprises pendant la durée de cet accord. Les parties n'introduiront aucune nouvelle revendication au niveau du secteur ou de l'entreprise pendant la durée de cet accord.

N. DUREE DE L'ACCORD

Cet accord produit ses effets à partir du 1er juillet 2017 et cesse d'être en vigueur le 30 juin 2019, à l'exception des dispositions contraires ci-dessus.

PARITAIR COMITE VOOR DE GROTE KLEINHANDELSZAKEN

PC 311

COLLECTIEVE ARBEIDSOVEREENKOMST VAN 4 SEPTEMBER 2017 BETREFFENDE HET RECHT OP UITKERINGEN VOOR LANDINGSBANEN

HOOFDSTUK 1 - TOEPASSINGSGEBIED

Artikel 1 - §1. Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de werkgevers en op de werknemers van de ondernemingen die ressorteren onder het Paritair comité voor de grote kleinhandelszaken.

§2. Met "werknemers" worden de mannelijke en vrouwelijke werknemers bedoeld.

Artikel 2 - Deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt afgesloten in toepassing van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 127 van 21 maart 2017 tot vaststelling voor 2017-2018 van het interprofessioneel kader voor de verlaging van de leeftijdsgrens naar 55 jaar, voor wat de toegang tot het recht op uitkeringen voor een landingsbaan betreft, voor werknemers met een lange loopbaan, zwaar beroep of uit een onderneming in moeilijkheden of herstructurering.

HOOFDSTUK 2- UITKERING LANDINGSBANEN VANAF 55 JAAR

Artikel 3- Werknemers kunnen toegang krijgen tot het recht op uitkeringen voor landingsbanen vanaf 55 jaar op voorwaarde dat zij beantwoorden aan één van de volgende voorwaarden:

-Ofwel 35 jaar beroepsverleden als loontrekkende kunnen rechtvaardigen in de zin van artikel 3, § 3 van het Koninklijk Besluit van 3 mei 2007 tot regeling van het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag;

-Ofwel tewerkgesteld zijn:

o ofwel minstens 5 jaar gerekend van datum tot datum, in een zwaar beroep in de zin van artikel 3, §1 van het koninklijk besluit van 3 mei 2007 tot regeling van een stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag. Deze periode van 5 jaar moet gelegen zijn in de loop van de voorafgaande 10 kalenderjaren, gerekend van datum tot datum;

o ofwel minstens 7 jaar gerekend van datum tot datum, in een zwaar beroep in de zin van artikel 3, §1 van het koninklijk besluit van 3 mei 2007 tot regeling van een stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag. Deze periode van 7 jaar moet gelegen zijn in de loop van de laatste 15 kalenderjaren, gerekend van datum tot datum;

o ofwel minimaal 20 jaar in een arbeidsregime zoals bedoeld in artikel 1 van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 46 van 23 maart 1990 en algemeen verbindend verklaard bij het koninklijk besluit van 10 mei 1990.

HOOFDSTUK 3 - SLOTBEPALINGEN

Artikel 4- Deze collectieve arbeidsovereenkomst heeft uitwerking vanaf 1 januari 2017. Zij houdt op van kracht te zijn op 31 december 2018.

COMMISSION PARITAIRE DES GRANDES ENTREPRISES DE VENTE AU DETAIL

CP 311

CONVENTION COLLECTIVE DE TRAVAIL DU 4 SEPTEMBRE 2017 CONCERNANT L'ACCES AU DROIT AUX ALLOCATIONS POUR UN EMPLOI DE FIN DE CARRIERE

CHAPITRE 1 - CHAMP D'APPLICATION

Article 1 - §1. La présente convention collective de travail s'applique aux employeurs et aux travailleurs des entreprises relevant de la Commission paritaire des grandes entreprises de vente au détail.

§2. Par "travailleurs" sont visés les travailleurs masculins et féminins.

Article 2- La présente convention collective de travail est conclue en application de la convention collective de travail n° 127 du 21 mars 2017 fixant, pour 2017 et 2018, le cadre interprofessionnel de l'abaissement à 55 ans de la limite d'âge en ce qui concerne l'accès au droit aux allocations pour un emploi de fin de carrière, pour les travailleurs qui ont une carrière longue, qui exercent un métier lourd ou qui sont occupés dans une entreprise en difficultés ou en restructuration.

CHAPITRE 2 - ALLOCATIONS POUR EMPLOIS DE FIN DE CARRIÈRE À PARTIR DE 55 ANS

Article 3 - Les travailleurs peuvent avoir droit aux allocations pour emplois de fin de carrière à partir de 55 ans à condition qu'ils remplissent une des conditions suivantes :

-soit puissent justifier 35 ans de carrière professionnelle en tant que salariés au sens de l'article 3, § 3 de l'arrêté royal du 3 mai 2007 fixant le régime de chômage avec complément d'entreprise;

-soit aient été occupés:

o ou bien au moins 5 ans, calculés de date à date, dans un métier lourd au sens de l'article 3, §1 de l'arrêté royal du 3 mai 2007 fixant le régime de chômage avec complément d'entreprise. Cette période de 5 ans doit se situer dans les 10 dernières années calendrier, calculées de date à date;

o ou bien au moins 7 ans, calculés de date à date, dans un métier lourd au sens de l'article 3, §1 de l'arrêté royal du 3 mai 2007 fixant le régime de chômage avec complément d'entreprise. Cette période de 7 ans doit se situer dans les 15 dernières années calendrier, calculées de date à date ;

o ou bien au moins 20 ans dans un régime de travail tel que visé à l'article 1 de la convention collective de travail n° 46, conclue le 23 mars 1990 et rendue obligatoire par l'arrêté royal du 10 mai 1990.

CHAPITRE 3 - DISPOSITIONS FINALES

Article 4-la présente convention collective de travail produit ses effets à partir du 1er janvier 2017. Elle cesse d'être en vigueur le 31 décembre 2018.

PARITAIR COMITE VOOR DE GROTE KLEINHANDELSZAKEN

PC 311

COLLECTIEVE ARBEIDSOVEREENKOMST VAN 4 SEPTEMBER 2017 BETREFFENDE HET TIJDSKREDIET

HOOFDSTUK 1 - TOEPASSINGSGEBIED

Artikel 1 - §1. Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de werkgevers en op de werknemers van de ondernemingen die ressorteren onder het Paritair comité voor de grote kleinhandelszaken.

§2. Met "werknemers" worden de mannelijke en vrouwelijke werknemers bedoeld.

Artikel 2 - De hieronder vastgestelde bepalingen zijn afgesloten in het kader van CAO nr. 103 tot invoering van een stelsel van tijdskrediet, loopbaanvermindering en landingsbanen, gesloten in de Nationale Arbeidsraad op 27 juni 2012, gewijzigd door de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 103 bis van 27 april 2015 en 103 ter van 20 december 2016.

HOOFDSTUK 2 - RECHTHEBBENDEN EN VORMEN

Artikel 3 - Het uitvoerend personeel heeft recht op de volgende vormen van tijdskrediet voorzien in CAO nr. 103:

-Voltijds tijdskrediet, halftijdse of 1/5 loopbaanvermindering met motief gedurende maximum 36 of 51 maanden;

-Halftijdse of 1/5 loopbaanvermindering in het kader van landingsbanen vanaf de leeftijd van 55 jaar;

-1/5 loopbaanvermindering in het kader van landingsbanen vanaf de leeftijd van 50jaar wanneer de werknemer een beroepsloopbaan van ten minste 28 jaar heeft doorlopen.

Artikel 4 - Het niet-uitvoerend personeel jonger dan 55 iaar heeft recht op voltijds tijdskrediet met motief gedurende maximum 36 of 51 maanden.

Het niet-uitvoerend personeel jonger dan 55 jaar heeft in toepassing van artikel 2 § 3 van CAO nr. 103 geen recht op een halftijdse of 1/5 loopbaanvermindering.

Artikel 5 - §1. Het niet-uitvoerend winkelpersoneel van 55 iaar en ouder, met uitzondering van de store manager, heeft recht op voltijds tijdskrediet met motief gedurende maximum 36 of 51 maanden.

§2. Mits instemming van de werkgever met de individuele aanvraag heeft het niet-uitvoerend winkelpersoneel van 55 jaar en ouder, met uitzondering van de store manager, recht op de volgende vormen van tijdskrediet voorzien in CAO nr. 103:

-Halftijdse of 1/5 loopbaanvermindering met motief gedurende maximum 36 of 51 maanden;

-Halftijdse of 1/5 loopbaanvermindering in het kader van landingsbanen vanaf de leeftijd van 55 jaar;

§3. Vanaf 1 januari 2018 heeft het niet- uitvoerend winkelpersoneel van 55 jaar en ouder, met uitzondering van de store manager, recht op 1/5 loopbaanvermindering in het kader van landingsbanen vanaf de leeftijd van 55 jaar zonder instemming van de werkgever met de individuele aanvraag..

Artikel 6 - §1. Het niet-uitvoerend personeel van 55 iaar en ouder dat niet onder het toepassingsgebied van artikel 5 valt1, heeft recht op voltijds tijdskrediet met motief gedurende maximum 36 of 51 maanden.

§2. Mits instemming van de werkgever met de individuele aanvraag, heeft het niet-uitvoerend personeel van 55 jaar en ouder dat niet onder het toepassingsgebied van artikel 5 valt, recht op de volgende vormen van tijdskrediet voorzien in CAO nr. 103:

-Halftijdse of 1/5 loopbaanvermindering met motief gedurende maximum 36 of 51maanden;

-Halftijdse of l/5de loopbaanvermindering in het kader van landingsbanen vanaf de leeftijd van 55 jaar;

HOOFDSTUK 3 - DUUR

Artikel 7 - De verschillende vormen van tijdskrediet worden opgenomen conform de periodes voorzien in CAO nr. 103.

Aanvraag verlengingen

Artikel 8 - De aanvraag om het recht op tijdskrediet te verlengen dient schriftelijk te gebeuren en conform de termijnen voorzien in artikel 12 van CAO nr. 103.

HOOFDSTUK 4 - ORGANISATIEREGELS

Percentage tijdskrediet

Artikel 9 - Het percentage vermeld in artikel 16, § 1van CAO nr. 103 (5 %) wordt verhoogd tot 6 %.

Artikel 10 - Werknemers van 53 jaar of ouder, die genieten van een vermindering van de arbeidsprestaties met een vijfde of tot een halftijdse betrekking, worden niet meegerekend voor de vaststelling van het percentage, vermeld in artikel 9 van deze collectieve arbeidsovereenkomst (6 %).

Opname 1/5 tijdskrediet

Artikel 11 - De werknemers die recht hebben op een tijdskrediet onder de vorm van een vermindering van de arbeidsprestaties met 1/5, conform de intersectorale CAO met betrekking tot tijdskrediet, hebben het recht dit tijdskrediet op te nemen in één hele of in twee halve dagen.

Opname halftijds tijdskrediet 55+ met toeslag van het Sociaal fonds

Artikel 12 - In geval van vermindering van de arbeidsprestaties tot een halftijdse betrekking door de werknemers van 55 jaar of meer met toeslag van het Sociaal fonds voor de grote kleinhandelszaken, zoals bepaald in artikel 14 van deze collectieve arbeidsovereenkomst, heeft de werknemer het recht om zijn arbeidsprestaties te presteren in een driedagenweek.

De driedagenweek wordt georganiseerd rekening houdend met de modaliteiten zoals bepaald in artikel 14 f) van deze collectieve arbeidsovereenkomst.

Reïntegratie

Artikel 13 - Na afloop van de periode van uitoefening van de rechten zoals bepaald in de artikelen 3, 4 en 8 van CAO nr. 103, heeft de werknemer in toepassing van artikel 21, § 1 van CAO nr. 103 het recht terug te keren naar zijn functie of, wanneer dit niet mogelijk is, naar een gelijkwaardige of vergelijkbare functie conform zijn arbeidsovereenkomst. Ook de plaats van tewerkstelling kan verschillend zijn.

HOOFDSTUK 5 - TOESLAG VAN HET SOCIAAL FONDS

Artikel 14 - In geval van vermindering van de arbeidsprestaties tot een halftijdse betrekking door de werknemers van 55 jaar of meer, zal door het Sociaal fonds voor de grote kleinhandelszaken een toeslag betaald worden, binnen de volgende voorwaarden:

a)De toeslag wordt enkel toegekend aan de werknemers met minimum 25 jaar beroepsloopbaan en die minimum % van een voltijdse betrekking werden tewerkgesteld gedurende de 24 maanden voor de aanvraag;

b)De toeslag bedraagt 148,74 euro per maand.

c)De betrokken werknemers moeten gedurende hun loopbaan in de onderneming minstens vijf jaar anciënniteit hebben in een arbeidsregime van 27 uur per week of meer (waaronder de volledige periode van de twaalf maanden voorafgaand aan het begin van het tijdskrediet).

d)De betrokken werknemer moet zich ertoe verbinden zijn beroepsloopbaan verder te zetten tot aan het pensioen in een stelsel van halftijds tijdskrediet(tijdskrediet zonder motief en/of tijdskrediet eindeloopbaan 55+).

e)De betrokken werknemer moet zich ertoe verbinden zijn pensioen ten laatste te nemen op de wettelijke minimumleeftijd.

f)De betrokken werknemer moet een variabel uurrooster aanvaarden.

g)De deeltijdse werknemers, die in het kader van het stelsel van het tijdskrediet hun prestaties verminderen tot een halftijdse betrekking, hebben recht op de toeslag van

148.74euro naar verhouding van hun prestaties volgens het volgende systeem :

148.74euro x [(aantal uren per week voorzien in de arbeidsovereenkomst -

17,5)/17,5],

Voorbeeld : een werknemer met een arbeidsduur van 30 uur per week, ontvangt een toeslag van 148,74 euro x [(30-17,5)/17,5] =

106,24euro per maand.

h)De verbintenis tot het betalen van een toeslag vervalt, wanneer er een bijdrage (sociale zekerheidsbijdrage of andere) op zou verschuldigd zijn.

i)De financiering en de praktische organisatie van de betaling van deze toeslagen via het Sociaal fonds wordt behouden. De opbrengst van de bijdrage ten voordele van de tewerkstelling wordt bij voorrang voor dit initiatief aangewend.

Deze maatregel maakt een tewerkstellingsmaatregel uit om oudere werknemers aan het werk te houden, en om zo de activiteitsgraad te verhogen.

HOOFDSTUK 6 - INFORMATIE EN OVERLEG INZAKE TEWERKSTELLING

Artikel 15 - Met respect voor de bevoegdheden van de syndicale afvaardiging zoals vermeld in CAO nr. 5 en de verschillende sectorale collectieve arbeidsovereenkomsten met betrekking tot het statuut van de syndicale afvaardiging gesloten in het Paritair comité 311, wordt in het kader van de discussie en het overleg over de evolutie van de tewerkstelling, per trimester, een dubbele informatie per zetel overgemaakt door de ondernemingen aan de ondernemingsraden:

-het aantal personen die tijdskrediet nemen en het volume uren dat dit voorstelt voor de globale onderneming;

-het aantal personen ouder dan 55 jaar die l/2de of l/5de tijdskrediet nemen en het volume uren dat dit voorstelt voor de globale onderneming;

-het aantal deeltijdse werknemers dat geniet van een arbeidsduurverhoging en het volume uren dat dit voorstelt voor de globale onderneming.

Deze inlichtingen zullen globaal en voor elke zetel afzonderlijk gegeven worden.

HOOFDSTUK 7 - SLOTBEPALINGEN

Artikel 16 - Deze collectieve arbeidsovereenkomst heeft uitwerking vanaf 1 juli 2017. Zij houdt op van kracht te zijn op 30 juni 2019.

De bepalingen van hoofdstuk 5 vormen een verlenging zonder onderbreking van de regeling vervat in de collectieve arbeidsovereenkomst van 2 juni 2005 betreffende het tijdskrediet (nr 75381/CO/311) die zonder onderbreking werd verlengd door de CAO's van 27/08/2007, van 23/06/2009, van 9/12/2011, van 19/02/2014 en van 21/09/2015 en dit onder de voorwaarden van het hoofdstuk 6 van Titel XI van de wet van 27 december 2006 houdende diverse bepalingen (I), betreffende socialezekerheidsbijdragen en inhoudingen verschuldigd op brugpensioenen, op aanvullende vergoedingen bij sommige socialezekerheidsuitkeringen en op invaliditeitsuitkeringen, onder andere:

-het bedrag van de aanvullende vergoeding wordt niet verhoogd,

-de werknemersdoelgroep die aanspraak kan maken op de aanvullende vergoeding wordt niet uitgebreid.

COMMISSION PARITAIRE DES GRANDES ENTREPRISES DE VENTE AU DETAIL

CP 311

CONVENTION COLLECTIVE DE TRAVAIL DU 4 SEPTEMBRE 2017 RELATIVE AU CREDIT- TEMPS

CHAPITRE 1 - CHAMP D'APPLICATION

Article 1 - §1. La présente convention collective de travail s'applique aux employeurs et aux travailleurs des entreprises relevant de la Commission paritaire des grandes entreprises de vente au détail.

§2. Par "travailleurs" sont visés les travailleurs masculins et féminins.

Article 2 - Les dispositions fixées ci-dessous sont fixées dans le cadre de la CCT n° 103 instaurant un système de crédit-temps, de diminution de carrière et d'emplois de fin de carrière conclue au Conseil national du travail le 27 juin 2012, modifiée par les conventions collectives de travail n° 103 bis du 27 avril 2015 et n° 103 ter du 20 décembre 2016

CHAPITRE 2 - BENEFICIAIRES ET FORMES

Article 3 - Le personnel d'exécution a droit aux formes suivantes de crédit-temps prévues par la CCT n° 103:

-Crédit-temps à temps plein, diminution de carrière à mi-temps ou d'1/5 avec motif d'une durée de maximum 36 ou 51 mois;

-Diminution de carrière à mi-temps ou d'1/5 dans le cadre des emplois de fin de carrière à partir de l'âge de 55 ans;

-Diminution de carrière d'1/5 dans le cadre des emplois de fin de carrière à partir de l'âge de 50 ans lorsque le travailleur a effectué une carrière professionnelle d'au moins 28 ans.

Article 4 - Le personnel non-exécutant de moins de 55 ans a droit au crédit-temps à temps plein avec motif d'une durée de maximum 36 ou 51 mois.

Le personnel non exécutant de moins de 55 ans n'a pas droit à une diminution de carrière à mi- temps ou d'1/5 en application de l'article 2 § 3 de la CCT n° 103.

Article 5 - §1. Le personnel de magasin non- exécutant de 55 ans et plus, à l'exception du store manager, a droit au crédit-temps à temps plein avec motif d'une durée de maximum 36 ou 51 mois.

§2. Moyennant l'accord de l'employeur sur la demande individuelle, le personnel de magasin non-exécutant de 55 ans et plus, à l'exception du store manager, a droit aux formes suivantes de crédit-temps prévues par la CCT n° 103:

-Diminution de carrière à mi-temps ou d'1/5 avec motif d'une durée de maximum 36 ou 51 mois;

-Diminution de carrière à mi-temps ou d'1/5 dans le cadre des emplois de fin de carrière à partir de l'âge de 55 ans;

§3. A partir du 1er janvier 2018, le personnel de magasin non-exécutant de 55 ans et plus, à l'exception du store manager, a droit à une diminution de carrière d'1/5 dans le cadre des emplois de fin de carrière à partir de l'âge de 55 ans sans l'accord de l'employeur sur la demande individuelle.

Article 6 - §1. Le personnel non-exécutant de 55 ans et plus, qui ne tombe pas sous le champ d'application de l'article 52, a droit au crédit- temps à temps plein avec motif d'une durée de maximum 36 ou 51 mois.

§2. Moyennant l'accord de l'employeur sur la demande individuelle, le personnel non-exécutant de 55 ans et plus, qui ne tombe pas sous le champ d'application de l'article 5, a droit aux formes suivantes de crédit-temps prévues par la CCT n° 103:

-Diminution de carrière à mi-temps ou d'1/5 avec motif d'une durée de maximum 36 ou 51 mois;

-Diminution de carrière à mi-temps ou d'1/5 dans le cadre des emplois de fin de carrière à partir de l'âge de 55 ans;

CHAPITRE 3 - DUREE

Article 7 - Les différentes formes de crédit- temps sont épuisées conformément aux périodes prévues par la CCT n° 103.

Demande de prolongations

Article 8 - La demande de la prolongation du droit au crédit-temps doit se faire par écrit en respectant les délais prévus à l'article 12 de la CCT n °103.

CHAPITRE 4 - REGLES D'ORGANISATION

Pourcentage crédit-temps

Article 9 - Le pourcentage, mentionné dans l'article 16, §1 de la CCT n° 103 (5 %) est porté à 6%.

Article 10 - Les travailleurs âgés de 53 ans ou plus, bénéficiant d'une diminution des prestations de travail de 1/5 ou à un mi-temps, ne sont pas pris en compte pour le calcul du pourcentage, tel que prévu à l'article 9 de la présente convention collective de travail (6 %).

Prise crédit-temps 1/5

Article 11 - Les travailleurs qui ont droit à un crédit-temps sous la forme d'une diminution de carrière d’l/5e conformément à la CCT intersectorielle relative au crédit-temps, ont le droit d'exercer ce crédit-temps à concurrence d'un jour par semaine ou 2 demi-jours

Prise crédit-temps mi-temps 55+ avec complément du Fonds social

Article 12 - En cas de diminution des prestations de travail à mi-temps par les travailleurs de 55 ans ou plus avec un complément du Fonds social des grandes entreprises de vente au détail, telle que prévue à l'article 14 de la présente convention collective de travail, le travailleur a le droit de prester son travail en une semaine de trois jours.

La semaine de trois jours est organisée en tenant compte des modalités prévues à l'article 14 f) de la présente convention collective de travail.

La réintégration

Article 13- A l'issue de la période d'exercice des droits visés aux articles 3, 4 et 8 de la CCT n° 103, le travailleur a le droit en application de l'article 21, § 1 CCT n° 103, de retrouver son poste de travail, ou en cas d'impossibilité, un travail équivalent ou similaire conforme à son contrat de travail. Le lieu de travail peut également être différent.

CHAPITRE 5 - COMPLEMENT DU FONDS SOCIAL

Article 14 - En cas de diminution des prestations à mi-temps par les travailleurs de 55 ans ou plus, un complément sera payé par le Fonds social des grandes entreprises de vente au détail, dans les conditions suivantes :

a)Le complément ne sera payé qu'aux travailleurs ayant minimum 25 ans de carrière et ayant été occupés à minimum 3/4 temps pendant les 24 mois précédant la demande ;

b)Le complément s'élève à 148,74 euros par mois.

c)Les travailleurs concernés doivent pendant leur carrière au sein de l’entreprise avoir au

moins cinq ans d'ancienneté dans l'entreprise dans un régime de travail de 27 heures par semaine ou plus (en ce compris la période complète des douze mois précédant le début du crédit temps).

d)Le travailleur concerné doit s'engager à continuer sa carrière professionnelle jusqu'à la retraite dans le cadre d'un crédit temps à mi-temps (crédit-temps sans motif et/ou crédit-temps fin de carrière 55+).

e)Le travailleur concerné doit s'engager à prendre sa pension au plus tard à l'âge minimum légal.

f)Le travailleur concerné doit accepter un horaire variable.

g)Les travailleurs à temps partiel qui diminuent leur prestations à un mi-temps dans le cadre du régime du crédit-temps, ont droit à un complément de 148,74 euros en fonction de leurs prestations selon le système suivant :148,74euros x [(nombre d'heures par semaine, prévu dans le contrat de travail - 17,5)/17,5],

Exemple : un travailleur avec une durée de travail de 30 heures/semaine, reçoit un complément de 148,74 euros x [(30-17,5)/17,5] =

106,24euros par mois.

h)L'engagement du paiement d'un complément expire, au cas où une cotisation (de sécurité sociale ou autre) serait due sur ce complément.

i)Le financement ainsi que l'organisation pratique du paiement de ces compléments par le Fonds social est maintenu. Le produit de la cotisation en faveur de l'emploi est utilisé par priorité pour cette initiative.

Ils'agit ici d'une mesure pour l'emploi, afin de maintenir les travailleurs plus âgés au travail et, de ce fait, augmenter le degré d'activité.

CHAPITRE 6 - INFORMATION ET CONCERTATION QUANT A L'EMPLOI

Article 15 - Dans le respect des compétences de la délégation syndicale comme mentionnés dans la CCT n° 5 et les différentes conventions collectives de travail sectorielles relatives au statut de la délégation syndicale et conclues au sein de la Commission paritaire 311 et dans le cadre de la discussion et la concertation sur l'évolution de l'emploi, une double information par siège est communiquée trimestriellement par les entreprises aux conseils d'entreprise :

-le nombre de personnes qui prennent le crédit-temps et le volume d'heures que cela représente pour l'entreprise globale;

-le nombre de personnes de plus de 55 ans qui prennent un crédit temps à 1/4 ou 1/5 et le volume d'heures que cela représente pour l'entreprise globalement;

-le nombre de travailleurs à temps partiel qui bénéficient d'une augmentation du nombre d'heures et le volume d'heures que cela signifie pour l'entreprise globalement.

Ces informations seront données globalement et pour chaque siège séparément.

CHAPITRE 7 - DISPOSITIONS FINALES

Article 16 - La présente convention collective de travail produit ses effets à partir du 1er juillet 2017. Elle cesse d'être en vigueur le 30 juin 2019.

Les dispositions du chapitre 5 constituent une prolongation sans interruption des mesures prévues dans la convention collective du 2 juin 2005 relative au crédit-temps (n° 75381/CO/311), prolongée sans interruption par les CCT du 27/08/2007, du 23/06/2009, du 9/12/2011, du 19/02/2014 et du 21/09/2015 et ceci dans les conditions du chapitre 6 du Titre XI de la Loi du 27 décembre 2006 portant des dispositions diverses (I) relatif aux cotisations de sécurité sociale et retenues dues sur des prépensions, sur des indemnités complémentaires à certaines allocations de sécurité sociale et sur des indemnités d'invalidité, entre autres :

-le montant de l'indemnité complémentaire n'est pas augmenté,

-ni le groupe cible de travailleurs qui peut y prétendre n'est élargi.

PARITAIR COMITE VOQR DE GROTE KLEINHANDELSZAKEN

PC 311

COLLECTIEVE ARBEIDSOVEREENKOMST VAN 4 SEPTEMBER 2017 BETREFFENDE DE LONEN

HOOFDSTUK 1 - TOEPASSINGSGEBIED

Artikel 1 - §1. Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de werkgevers en de werknemers van de ondernemingen welke ressorteren onder het Paritair comité voor de grote kleinhandelszaken.

§2. Met "werknemers" worden de mannelijke en vrouwelijke werknemers bedoeld.

HOOFDSTUK 2 - LOONSCHALEN

Afdeling 1 - Minimummaandlonen van de bedienden

A.BAREMA'S

Artikel2- De maandelijkse minimumlonen van de bedienden worden vastgesteld op 1 juli 2017, ten overstaan van index 102,70, spil van de stabilisatieschijf 100,69 -102,70 -104,75 (basis 2013) zoals bepaald in bijlage lvan deze CAO.

Artikel 3- Vanaf 1 juli 2017 zullen de minimumloonschalen en de werkelijk betaalde lonen van de bedienden verhoogd worden met 25 euro bruto per maand.

Aan de deeltijdse werknemers zal deze verhoging naar verhouding tot hun prestaties toegekend worden.-

B.OPKLIMMING IN DE LOONSCHAAL

Artikel 4- De opklimming in de minimumloonschaal geschiedt jaarlijks en gelijkmatig. Zij wordt gespreid overeen periode van 20jaarvoor het personeel met een vast loon en over 10 jaar voor het personeel betrokken in de omzet, in functie van de anciënniteit in de onderneming.

De opklimming in de loonschaal wordt verdeeld als volgt :

1.voor de bedienden aangeworven zonder beroepservaring : 100 % in functie van de anciënniteit in de onderneming;

2.voor de bedienden aangeworven met beroepservaring : 50 % in functie van de verworven ervaring vóór de indiensttreding bij de onderneming en 50 % in functie van de anciënniteit in de onderneming.

Artikel5 - De verhogingen welke voortspruiten uit de in artikel 2 bepaalde opklimming in de loonschaal, worden betaald naar keuze van de werkgever:

-hetzij de eerste maand volgend op deze waarin de bediende in dienst is getreden;

-hetzij de eerste maand van het kalenderkwartaal volgend op dat waarin de bediende in dienst is getreden;

-hetzij op 1 januari van elk jaar voor het personeel waarvan de verjaardag van de indiensttreding tussen 1 oktober en 31 maart valt;

-hetzij op 1 juli van elk jaar voor het personeel waarvan de verjaardag van de indiensttreding tussen 1 april en 30 september valt.

C.STUDENTENBAREMA'S

Artikel 6 - Voor werknemers onder studentenstatuut (de werknemers verbonden met een arbeidsovereenkomst voor tewerkstelling van studenten, zoals bepaald in titel VII van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten) bestaat een apart studentenbarema op basis van de volgende degressiviteit:

-21 jaar en ouder: - 0 €

-20 jaar: -12,39 €

-19 jaar: - 24,79 €

-18 jaar: - 37,18 €

-17 jaar:-99,16 €

-16 jaar:-123,95 €

Deze forfaitaire bedragen worden niet gekoppeld aan de gezondheidsindex.

Deze forfaitaire bedragen moeten worden afgetrokken van het aanvangsloon (0 jaar anciënniteit) van de desbetreffende functiecategorie.

D.BEGRIP BEROEPSERVARING BIJ DE AANWERVING

Artikel 7 - De vóór de aanwerving verworven beroepservaring, waarvan sprake in artikel 2, tweede lid, 2 wordt als volgt bepaald :

-voor het administratief personeel, in functie van de elders verworven ervaring als bediende in een administratieve dienst;

-voor het technisch personeel in functie van de elders verworven ervaring als bediende in een technische dienst;

-voor het verkooppersoneel in functie van de elders verworven ervaring in de vergelijkbare verkoopfunctie.

E.VERKOPERS DIE ALLEEN WERKEN IN EEN KLEINE WINKEL

Artikel 8 - De verkopers die alleen werken in een kleine winkel, hetzij van de tweede categorie, hetzij van de derde categorie, waarvan het loon geheel of gedeeltelijk veranderlijk is, genieten de waarborg van het minimummaandloon van hun categorie.

De tegenwaarde in geld van de voordelen in natura maakt deel uit van het hierboven vastgesteld minimummaandloon.

Voor deze categorie van verkopers is het minimummaandloon niet meer gebonden aan de opklimming in de loonschaal van hun categorie.

F.BEDIENDEN WAARVAN HET LOON VOLLEDIG OF GEDEELTELIJK VERANDERLIJK IS

Artikel 9 - Voor de bedienden waarvan het loon volledig of gedeeltelijk veranderlijk is, vult de werkgever het bedrag aan wanneer het minimum maandloon niet wordt bereikt.

Het geheel van de aanvullingen is verhaalbaar op het jaarlijks gemiddelde van de veranderlijke lonen.

Elke onderneming bepaalt de splitsing, aangepast aan haar eigen stelsel en stelt de verhaalmodaliteiten van de eventueel toegekende aanvullingen vast.

G.FILIAALHOUDERS

Artikel 10 - De filiaalhouders die alleen werken genieten ten minste de loonschaal van de derde categorie, zoals deze wordt vastgesteld in artikel 6.

Volgens hun classificatie genieten de andere filiaalhouders ten minste hetzij de loonschaal van de vierde categorie, hetzij deze van de vijfde categorie, zoals deze worden vastgesteld in artikel 6.

H.OVERGANG VAN ÉÉN CATEGORIE NAAR EEN ANDERE

Artikel 11 - De bevordering in een hogere categorie heeft de onmiddellijke toekenning tot gevolg van het loon van de nieuwe categorie.

Artikel 12-% 1. Bij overgang naar een andere beroepscategorie behoudt de werknemer zijn anciënniteit.

§ 2. Vanaf 1 januari 2016 behoudt de werknemer bij overgang naar een andere beroepscategorie voor een functie in de verkoop, de voorervaring die hij op het moment van de overgang heeft op basis van de voorafgaandelijke ervaring die hem bij de aanwerving voor een functie in de verkoop in de zin van artikel 7 van deze cao werd toegekend.

Commentaar bij artikel 12:

1.Overname van anciënniteit bij promotie naar een nieuwe beroepscategorie

De anciënniteit wordt integraal meegenomen bij overstap naar een nieuwe beroepscategorie.

2.Overname van voorervaring bij promotie naar een nieuwe beroepscategorie

Artikel 12, § 2 geldt als een sectoraal minimum. Bedrijfsbarema's blijven hun eigen inschalingsysteem volgen, op voorwaarde evenwel dat ze aan de minimale sectorbarema's voldoen, met inachtname van de hierboven aangegeven voorervaring.

Artikel 12, § 2 is van toepassing op werknemers die vanaf 1 januari 2016 naar een andere beroepscategorie overgaan en voor wie op het moment van de overgang voorervaring in aanmerking werd genomen om hun loon te bepalen. Vóór deze datum bestond er geen sectorale afspraak over het al dan niet behouden van voorervaring bij overgang van categorie. Deze nieuwe regel geldt dan ook niet als referentie voor individuele discussies binnen ondernemingen die betrekking hebben op de periode vóór 1 januari 2016.

Afdeling 2 - Minimumuurlonen van de arbeiders

A.BAREMA'S

Artikel 13 - De maandelijkse minimumlonen van de arbeiders worden vastgesteld op 1 juli 2017, ten overstaan van index 102,70, spil van de stabilisatieschijf 100,69 -102,70 -104,75 (basis 2013) zoals bepaald in bijlage 2 van deze CAO.

Artikel 14 - Vanaf 1 juli 2017 zullen de minimumloonschalen en de werkelijk betaalde lonen van de arbeiders verhoogd worden met 0,1648 euro bruto per uur.

Aan de deeltijdse werknemers zal deze verhoging naar verhouding tot hun prestaties toegekend worden.

B.STUDENTEN BARE MA'S

Artikel 15 - Voor werknemers onder studentenstatuut (de werknemers verbonden met een arbeidsovereenkomst voor tewerkstelling van studenten, zoals bepaald in titel VII van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten) bestaat een apart studentenbarema op basis van de volgende degressiviteit:

-21 jaar en ouder: - 0 €

-20 jaar: - 0,0793 €

-19 jaar:-0,1587 €

-18 jaar: - 0,2380 €

-17 jaar: - 0,6358 €

-16 jaar: - 0,7945 €

Deze forfaitaire bedragen worden niet gekoppeld aan de gezondheidsindex.

Deze forfaitaire bedragen moeten worden afgetrokken van het aanvangsloon (0 jaar anciënniteit) van de desbetreffende functiecategorie.

C.GEDEELTELIJKE WERKLOOSHEID

Artikel 16 - In geval van gedeeltelijke werkloosheid van de arbeiders zal de werkgever gedurende de eerste vijftig dagen een bijkomende uitkering betalen bovenop die van de RVA ten bedrage van 3 euro per dag.

Afdeling 3 - Gemeenschappelijke bepalingen

Artikel 17 - Voor de toepassing van de loonschalen wordt rekening gehouden met de anciënniteit, verworven in de uitoefening van opeenvolgende arbeidsovereenkomsten voor bepaalde duur en van vervangingscontracten bij dezelfde werkgever.

Artikel 18 - De bedragen van de maandelijkse lonen en hun verhogingen, vastgesteld door deze overeenkomst, worden voor de deeltijdse werknemers toegepast in evenredigheid met hun prestaties.

HOOFDSTUK 3 - SLOTBEPALINGEN

Artikel 19 - De collectieve arbeidsovereenkomst van 23 mei 2016 betreffende de lonen, geregistreerd onder het nummer I34060/C0/311, wordt opgeheven op 1 juli 2017.

Artikel20 - Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 1 juli

2017.Zij is gesloten voor onbepaalde tijd.

Zij kan door elk van de partijen opgezegd worden mits een opzeggingstermijn van drie maanden gegeven bij een ter post aangetekende brief gericht aan de voorzitter van het Paritair comité voor de grote kleinhandelszaken.

 

CATEGORIE 1

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Expérience

Salaire à l'embauche

 

 

 

 

 

 

 

 

ANCIENNETE -

ANCÏENNITEIT

 

 

 

 

 

 

 

 

Ervaring

Aanvangswedde

1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

11

.12

13

14

15

16

17

18

19

20

0

1630.56

1646.14

1661.25

1676.61

1691.94

1707.57

1719.25

1738.09

1753.32

1768.76

1774.77

1774.77

1786.10

1800.36

1814.08

1827.77

1841.21

1854.82

1868.19

1882.09

1895.61

1

1638.36

1653.82

1669.16

1684.25

1699.90

1715.11

1730.40

1745.81

1760.98

1774.77

1774.77

1779.05

1793.21

1807.13

1820.87

1834.63

1847.93

1861.54

1875.37

1888.76

 

2

1646.14

1661.25

1676.61

1691.94

1707.57

1719.25

1738.09

1753.32

1768.76

1774.77

1774.77

1786.10

1800.36

1814.08

1827.77

1841.21

1854.82

1868.19

1882.09

 

 

3

1653.82

1669.16

1684.25

1699.90

1715.11

.1730.40

1745.81

1760.98

1774.77

1774.77

1779.05

1793.21

1807.13

1820.87

1834.63

1847.93

1861.54

1875.37

 

 

 

4

1661.25

1676.61

1691.94

1707.57

1719.25

1738.09

1753.32

1768.76

1774.77

1774.77

1786.10

1800.36

1814.08

1827.77

1841.21

1854.82

1868.19

 

 

 

 

5

1669.16

1684.25

1699.90

1715.11

1730.40

1745.81

1760.98

1774.77

1774.77

1779.05

1793.21

1807.13

1820.87

1834.63

1847.93

1861.54

 

 

 

 

 

6

1676.61

1691.94

1707.57

1719.25

1738.09

1753.32

1768.76

1774.77

1774.77

1786.10

1800.36

1814.08

1827.77

1841.21

1854.82

 

 

 

 

 

 

7

1684.25

1699.90

1715.11

1730.40

1745.81

1760.98

1774.77

1774.77

1779.05

1793.21

1807.13

1820.87

1834.63

1847.93

 

 

 

 

 

 

 

8

1691.94

1707.57

1719.25

1738.09

1753.32

1768.76

1774.77

1774.77

1786.10

1800.36

1814.08

1827.77

1841.21

 

 

 

 

 

 

 

 

9

1699.90

1715.11

1730.40

1745.81

1760.98

1774.77

1774.77

1779.05

1793.21

1807.13

1820.87

1834.63

 

 

 

 

 

 

 

 

 

10

1707.57

1719.25

1738.09

1753.32

1768.76

1774.77

1774.77

1786.10

1800.36

1814.08

1827.77

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

11

1715.11

1730.40

1745.81

1760.98

1774.77

1774.77

1779.05

1793.21

1807.13

1820.87

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

12

1719.25

1738.09

1753.32

1768.76

1774.77

1774.77

1786.10

1800.36

1814.08

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

13

1730.40

1745.81

1760.98

1774.77

1774.77

1779.05

1793.21

1807.13

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

14

1738.09

1753.32

1768.76

1774.77

1774.77

1786.10

1800.36

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

15

1745.81

1760.98

1774.77

1774.77

1779.05

1793.21

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

16

1753.32

1768.76

1774.77

1774.77

1786.10

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

. 17

1760.98

1774.77

1774.77

1779.05

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

18

1768.76

1774.77

1774.77

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

19

1774.77

1774.77

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

20

1774.77

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Barèmes des étudiants

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Studentenbarema's

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

20 ans/jaar -12.39

 

1618.17

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

19 ans/jaar -24.79

 

1605.77

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

18 ans/jaar -37.18

 

1593.38

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

17 ans/jaar -99.16

 

1531.40

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

16 ans/jaar -123.95

 

1506.61

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

CATEGORIE II

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Expérience

Salaire à l'embauche

 

 

 

 

 

 

 

 

ANCIENNETE-

ANCIENNITEIT

 

 

 

 

 

 

 

 

Ervaring

Aanvangswedde

1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

11

12

13

14

15

16

17

18

19

20

0

1712.59

1732.23

1751.84

1771.52

1774.77

1782.63

1800.71

1818.21

1835.47

1853.23

1870.50

1887.97

1905.57

1923.39

1941.11

1958.79

1976.57

1994.54

2012.46

2030.65

2048.70

1

1722.57

1741.96

1761.77

1774.77

1774.77

1791.48

1809.60

1826.89

1844.29

1861.74

1879.36

1896.61

1914.48

1932.15

1950.11

1967.78

1985.64

2003.39

2021.70

2039.63

 

2

1732.23

1751.84

1771.52

1774.77

1782.63

1800.71

1818.21

1835.47

1853.23

1870.50

1887.97

1905.57

1923.39

1941.11

1958.79

1976.57

1994.54

2012.46

2030.65

 

 

3

1741.96

1761.77

1774.77

1774.77

1791.48

1809.60

1826.89

1844.29

1861.74

1879.36

1896.61

1914.48

1932.15

1950.11

1967.78

1985.64

2003.39

2021.70

 

 

 

4

1751.84

1771.52

1774.77

1782.63

1800.71

1818.21

1835.47

1853.23

1870.50

1887.97

1905.57

1923.39

1941.11

1958.79

1976.57

1994.54

2012.46

 

 

 

 

5

1761.77

1774.77

1774.77

1791.48

1809.60

1826.89

1844.29

1861.74

1879.36

1896.61

1914.48

1932.15

1950.11

1967.78

1985.64

2003.39

 

 

 

 

 

6

1771.52

1774.77

1782.63

1800.71

1818.21

1835.47

1853.23

1870.50

1887.97

1905.57

1923.39

1941.11

1958.79

1976.57

1994.54

 

 

 

 

 

 

7

1774.77

1774.77

1791.48

1809.60

1826.89

1844.29

1861.74

1879.36

1896.61

1914.48

1932.15

1950.11

1967.78

1985.64

 

 

 

 

 

 

 

8

1774.77

1782.63

1800.71

1818.21

1835.47

1853.23

1870.50

1887.97

1905.57

1923.39

1941.11

1958.79

1976.57

 

 

 

 

 

 

 

 

9

1774.77

1791.48

1809.60

1826.89

1844.29

1861.74

1879.36

1896.61

1914.48

1932.15

1950.11

1967.78

 

 

 

 

 

 

 

 

 

10

1782.63

1800.71

1818.21

1835.47

1853.23

1870.50

1887.97

1905.57

1923.39

1941.11

1958.79

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

11

1791.48

1809.60

1826.89

1844.29

1861.74

1879.36

1896.61

1914.48

1932.15

1950.11

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

12

1800.71

1818.21

1835.47

1853.23

1870.50

1887.97

1905.57

1923.39

1941.11

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

13 .

1809.60

1826.89

1844.29

1861.74

1879.36

1896.61

1914.48

1932.15

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

14

1818.21

1835.47

1853.23

1870.50

1887.97

1905.57

1923.39

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

15

1826.89

1844.29

1861.74

1879.36

1896.61

1914.48

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

16

1835.47

1853.23

1870.50

1887.97

1905.57

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

17

1844.29

1861.74

1879.36

1896.61

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

18

1853.23

1870.50

1887.97

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

19

1861.74

1879.36

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

20

1870.50

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Barèmes des étudiants

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Studentenbarema's

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

20 ans/jaar -12.39

 

1700.20

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

19 ans/jaar -24.79

 

1687.80

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

18 ans/jaar -37.18

 

1675.41

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

17 ans/jaar -99.16

 

1613.43

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

16 ans/jaar -123.95

 

1588.64

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

CATEGORIE II bis

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Expérience

Salaire à l’embauche

 

 

 

 

 

 

 

ANCIENNETE -

ANCÏENNITEIT

 

 

 

 

 

 

 

 

Ervaring

Aanvangswedde 1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

11

12

13

14

15

16

17

18

19

20

0

1749.44 1769.08

1788.70

1808.36

1811.65

1819.44

1837.53

1855.06

1872.27

1890.04

1907.39

1924.86

1942.44

1960.26

1977.95

1995.64

2013.42

2031.37

2049.24

2067.47

2085.50

1

1759.42 1778.80

1798.65

1811.65

1811.65

1828.28

1846.44

1863.74

1881.15

1898.59

1916.20

1933.47

1951.30

1968.99

1986.94

2004.66

2022.54

2040.22

2058.51

2076.51

 

2

1769.08 1788.70

1808.36

1811.65

1819.44

1837.53

1855.06

1872.27

1890.04

1907.39

1924.86

1942.44

1960.26

1977.95

1995.64

2013.42

2031.37

2049.24

2067.47

 

 

3

1778.80 1798.65

1811.65

1811.65

1828.28

1846.44

1863.74

1881.15

1898.59

1916.20

1933.47

1951.30

1968.99

1986.94

2004.66

2022.54

2040.22

2058.51

 

 

 

4

1788.70 1808.36

1811.65

1819.44

1837.53

1855.06

1872.27

1890.04

1907.39

1924.86

1942.44

1960.26

1977.95

1995.64

2013.42

2031.37

2049.24

 

 

 

 

5

1798.65 1811.65

1811.65

1828.28

1846.44

1863.74

1881.15

1898.59

1916.20

1933.47

1951.30

1968.99

1986.94

2004.66

2022.54

2040.22

 

 

 

 

 

6

1808.36 1811.65

1819.44

1837.53

1855.06

1872.27

1890.04

1907.39

1924.86

1942.44

1960.26

1977.95

1995.64

2013.42

2031.37

 

 

 

 

 

 

7

1811.65 1811.65

1828.28

1846.44

1863.74

1881.15

1898.59

1916.20

1933.47

1951.30

1968.99

1986.94

2004.66

2022.54

 

 

 

 

 

 

 

8

1811.65 1819.44

1837.53

1855.06

1872.27

1890.04

1907.39

1924.86

1942.44

1960.26

1977.95

1995.64

2013.42

 

 

 

 

 

 

 

 

9

1811.65 1828.28

1846.44

1863.74

1881.15

1898.59

1916.20

1933.47

1951.30

1968.99

1986.94

2004.66

 

 

 

 

 

 

 

 

 

10

1819.44 1837.53

1855.06

1872.27

1890.04

1907.39

1924.86

1942.44

1960.26

1977.95

1995.64

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

11

1828.28 1846.44

1863.74

1881.15

1898.59

1916.20

1933.47

1951.30

1968.99

1986.94

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

12

1837.53 1855.06

1872.27

1890.04

1907.39

1924.86

1942.44

1960.26

1977.95

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

13

1846.44 1863.74

1881.15

1898.59

1916.20

1933.47

1951.30

1968.99

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

14

1855.06 1872.27

1890.04

1907.39

1924.86

1942.44

1960.26

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

15

1863.74 1881.15

1898.59

1916.20

1933.47

1951.30

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

16

1872.27 1890.04

1907.39

1924.86

1942.44

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

17

1881.15 1898.59

1916.20

1933.47

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

18

1890.04 1907.39

1924.86

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

19

1898.59 1916.20

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

20

1907.39

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Barèmes des étudiants

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Studentenbarema's

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

20 ans/jaar -12.39

1737.05

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

19 ans/jaar -24.79

1724.65

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

18 ans/jaar -37.18

1712.26

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

17 ans/jaar -99.16

1650.28

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

16 ans/jaar -123.95

1625.49

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

CATEGORIE III

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Expérience

Salaire à l’embauche

 

 

 

 

 

 

 

 

ANCIENNETE -

ANCÏENNITEIT

 

 

 

 

 

 

 

 

Ervaring

Aanvangswedde

1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

11

12

13

14

15

16

17

18

19

20

0

1794.78

1817.28

1839.43

1861.33

1883.46

1905.79

1928.19

1950.66

1973.14

1995.71

2018.53

2041.43

2064.26

2087.49

2110.34

2133.36

2156.26

2179.11

2202.23

2225.10

2248.08

1

1806.26

1828.39

1850.44

1872.41

1894.46

1916.80

1939.33

1962.06

1984.58

2006.87

2029.86

2052.89

2075.89

2098.73

2121.69

2144.67

2167.60

2190.57

2213.56

2236.57

 

2

1817.28

1839.43

1861.33

1883.46

1905.79

1928.19

1950.66

1973.14

1995.71

2018.53

2041.43

2064.26

2087.49

2110.34

2133.36

2156.26

2179.11

2202.23

2225.10

 

 

3

1828.39

1850.44

1872.41

1894.46

1916.80

1939.33

1962.06

1984.58

2006.87

2029.86

2052.89

2075.89

2098.73

2121.69

2144.67

2167.60

2190.57

2213.56

 

 

 

4

1839.43

1861.33

1883.46

1905.79

1928.19

1950.66

1973.14

1995.71

2018.53

2041.43

2064.26

2087.49

2110.34

2133.36

2156.26

2179.11

2202.23

 

 

 

 

5

1850.44

1872.41

1894.46

1916.80

1939.33

1962.06

1984.58

2006.87

2029.86

2052.89

2075.89

2098.73

2121.69

2144.67

2167.60

2190.57

 

 

 

 

 

6

1861.33

1883.46

1905.79

1928.19

1950.66

1973.14

1995.71

2018.53

2041.43

2064.26

2087.49

2110.34

2133.36

2156.26

2179.11

 

 

 

 

 

 

7

1872.41

1894.46

1916.80

1939.33

1962.06

1984.58

2006.87

2029.86

2052.89

2075.89

2098.73

2121.69

2144.67

2167.60

 

 

 

 

 

 

 

8

1883.46

1905.79

1928.19

1950.66

1973.14

1995.71

2018.53

2041.43

2064.26

2087.49

2110.34

2133.36

2156.26

 

 

 

 

 

 

 

 

9

1894.46

1916.80

1939.33

1962.06

1984.58

2006.87

2029.86

2052.89

2075.89

2098.73

2121.69

2144.67

 

 

 

 

 

 

 

 

 

10

1905.79

1928.19

1950.66

1973.14

1995.71

2018.53

2041.43

2064.26

2087.49

2110.34

2133.36

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

11

1916.80

1939.33

1962.06

1984.58

2006.87

2029.86

2052.89

2075.89

2098.73

2121.69

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

12

1928.19

1950.66

1973.14

1995.71

2018.53

2041.43

2064.26

2087.49

2110.34

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

13

1939.33

1962.06

1984.58

2006.87

2029.86

2052.89

2075.89

2098.73

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

14

1950.66

1973.14

1995.71

2018.53

2041.43

2064.26

2087.49

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

15

1962.06

1984.58

2006.87

2029.86

2052.89

2075.89

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

16

1973.14

1995.71

2018.53

2041.43

2064.26

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

17

1984.58

2006.87

2029.86

2052.89

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

18

1995.71

2018.53

2041.43

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

19

2006.87

2029.86

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

20

2018.53

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Barèmes des étudiants

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Studentenbarema's

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

20 ans/jaar -12.39

 

1782.39

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

19 ans/jaar -24.79

 

1769.99

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

18 ans/jaar -37.18

 

1757.60

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

17 ans/jaar -99.16

 

1695.62

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

16 ans/jaar -123.95

 

1670.83

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

CATEGORIE IV

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Expérience

Salaire à l'embauche

 

 

 

 

 

 

 

 

ANCIENNETE -

ANCÏENNITEIT

 

 

 

 

 

 

 

 

Ervaring

Aanvangswedde

1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

11

12

13

14

15

16

17

18

19

20

0

1934.56

1963.17

1991.91

2020.62

2049.99

2078.98

2107.93

2137.20

2166.51

2195.46

2224.77

2253.71

2282.99

2312.11

2341.29

2370.17

2399.48

2428.66

2457.84

2486.57

2515.26

1

1948.96

1977.60

2006.07

2035.28

2064.26

2093.56

2122.59

2151.76

2181.01

2210.12

2239.20

2268.51

2297.43

2326.70

2355.73

2384.84

2414.02

2443.26

2472.27

2513.21

 

2

1963.17

1991.91

2020.62

2049.99

2078.98

2107.93

2137.20

2166.51

2195.46

2224.77

2253.71

2282.99

2312.11

2341.29

2370.17

2399.48

2428.66

2457.84

2486.57

 

 

3

1977.60

2006.07

2035.28

2064.26

2093.56

2122.59

2151.76

2181.01

2210.12

2239.20

2268.51

2297.43

2326.70

2355.73

2384.84

2414.02

2443.26

2472.27

 

 

 

4

1991.91

2020.62

2049.99

2078.98

2107.93

2137.20

2166.51

2195.46

2224.77

2253.71

2282.99

2312.11

2341.29

2370.17

2399.48

2428.66

2457.84

 

 

 

 

5

2006.07

2035.28

2064.26

2093.56

2122.59

2151.76

2181.01

2210.12

2239.20

2268.51

2297.43

2326.70

2355.73

2384.84

2414.02

2443.26

 

 

 

 

 

6

2020.62

2049.99

2078.98

2107.93

2137.20

2166.51

2195.46

2224.77

2253.71

2282.99

2312.11

2341.29

2370.17

2399.48

2428.66

 

 

 

 

 

 

7

2035.28

2064.26

2093.56

2122.59

2151.76

2181.01

2210.12

2239.20

2268.51

2297.43

2326.70

2355.73

2384.84

2414.02

 

 

 

 

 

 

 

8

2049.99

2078.98

2107.93

2137.20

2166.51

2195.46

2224.77

2253.71

2282.99

2312.11

2341.29

2370.17

2399.48

 

 

 

 

 

 

 

 

9

2064.26

2093.56

2122.59

2151.76

2181.01

2210.12

2239.20

2268.51

2297.43

2326.70

2355.73

2384.84

 

 

 

 

 

 

 

 

 

10

2078.98

2107.93

2137.20

2166.51

2195.46

2224.77

2253.71

2282.99

2312.11

2341.29

2370.17

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

11

2093.56

2122.59

2151.76

2181.01

2210.12

2239.20

2268.51

2297.43

2326.70

2355.73

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

12

2107.93

2137.20

2166.51

2195.46

2224.77

2253.71

2282.99

2312.11

2341.29

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

13

2122.59

2151.76

2181.01

2210.12

2239.20

2268.51

2297.43

2326.70

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

14

2137.20

2166.51

2195.46

2224.77

2253.71

2282.99

2312.11

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

15

2151.76

2181.01

2210.12

2239.20

2268.51

2297.43

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

16

2166.51

2195.46

2224.77

2253.71

2282.99

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

17

2181.01

2210.12

2239.20

2268.51

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

18

2195.46

2224.77

2253.71

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

19

2210.12

2239.20

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

20

2224.77

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Barèmes des étudiants

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Studentenbarema's

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

20 ans/jaar -12.39

 

1922.17